Bron: www.bndestem.nl

 

Na bijna 70 jaar weer een dagje onder elkaar

 

 

weerzien-2

 

Meisjes van klas 6 van de Aloysiusschool met deken Derikx

voor Mariagaard in 1939, op de dag van hun plechtige communie.

 

 

ROOSENDAAL – “Och, Nelly! Nou zien ik ut.”

 

Uitroepen van verbazing en herkenning wisselden elkaar gisteren

af in een zaaltje aan de Van Gilselaan in Roosendaal.

 

 

Hier kwamen dertien vrouwen bijeen, die in 1939 allemaal bij elkaar in de zesde klas van de Aloysiusschool zaten. De aanleiding tot deze reünie was het poëziealbum van Gerarda Vermeulen, nu 81. “Ik zat erin te bladeren en kwam een versje tegen van Yvonne Nieboer: “15 mei is de dag die je nooit vergeten mag. Je hele leven niet,” had ze geschreven. Vooral dat laatste trof me. Ik wist dat ze dit jaar tachtig zou worden. Ik heb dat gedichtje gekopieerd en naar haar toegestuurd in Hilversum. Daar woont ze nu, we sturen elkaar elk jaar nog een kerstkaart. Ze is toen naar mij in Roosendaal gekomen en we vroegen ons af: goh, hoe zou het toch met Naantje gaan, of met Annie? Zo is het balletje gaan rollen.”

 

Samen met oud-klasgenote Jacqueline Marijnissen (81), die ook nog steeds in Roosendaal woont, is Gerarda toen gaan speuren naar gegevens en adressen van oud-klasgenoten. Een klus die maanden in beslag nam, omdat veel vrouwen getrouwd zijn en dus hun mans naam dragen. Gerarda had nog een foto van de zesde klas, die met deken Derikx poseert voor Mariagaard op de dag van de plechtige communie. “Er stonden 42 of 43 bollekes op,” vertelt Jacqueline. “Van hen zijn er 21 gestorven, weten we nu. “Ons Mientje is al dertig jaar dood,” kregen we dan te horen.” Vijf vrouwen hebben ze niet op weten te sporen: Corry Luijsterburg, Annie Spitters, Annie Wasser, Greta Heijnen en Zus Verhaak. Heel jammer, vinden Jacqueline en Gerarda. Zus Verhaak heette alleen zo op school, weten ze nog. Haar echte naam was Cor Deutekom. Ze woonde in een pleeggezin, waar je als kind van twaalf toen niet over praatte, net zomin als over vriendjes. Nog niet, een uitzondering daargelaten.

 

De Aloysiusschool, een r.k. meisjesschool, stond in de Kloosterstraat, waar nu de Jeroen Boschschool staat. De school bestond uit twee gebouwen: in het ene gebouw zaten meisjes die tot de parochie Sint Joannes de Dooper behoorden, in het andere gebouw de meisjes van de parochie Sint Antonius. “We zijn heel sober opgevoed, maar wel gezellig. We speelden heel veel met elkaar. Maar op school had je niks te vertellen,” zegt Jacqueline, die zich een pijnlijk voorval herinnert rond haar hartsvriendin Riet Zagers. “We woonden allebei in de Achterstraat, nu de Raadhuisstraat en zaten bij elkaar in de klas. Maar toen Riet verhuisde naar de Brugstraat, behoorde ze tot de Antoniusparochie en moest ze naar het andere gebouw.” Riet, gisteren ook van de partij: “Soeur Marie vroeg nog wel aan mij of ik liever wilde blijven, maar ik durfde geen ja te zeggen. Ik heb daar zo'n spijt van gehad. Maar je moet weten, we keken zo op tegen die zusters. Zij waren voor ons net Onze-Lieve-Heer.”

 

Riet en Jacqueline, vroeger herkenbaar aan haar mooie pijpenkrullen, zijn nog steeds goede vriendinnen, al sinds hun derde. Ze bellen elkaar regelmatig, vooral als ze hun hart willen luchten. Adriana Suykerbuyk zat veertig jaar in de verpleging en woont ook nog in Roosendaal, maar Dymphina Elsten (81), Dieneke genoemd, is al 54 jaar Roosendaal uit. Na de lagere school ging ze naar de naaischool. Ze vertrok naar Sint Michielsgestel, omdat haar man bij justitie werkte, in Den Bosch. Ze kreeg drie meisjes en een jongen. “Die wordt ook al 50, hoor.” De vrouwen herinneren zich vooral soeur Cunegonda, uit de tweede klas. “Zij heeft ons leren biechten,” vertelt Gerarda. Niet dat het echt streng was op school, zegt ze, “maar je moest wel op tijd komen, netjes in de rij gaan staan en in de klas zaten we de hele dag met onze armen over elkaar en met onze mond dicht.”

 

Een enkeling was ondeugend, Agnes Antheunis bijvoorbeeld, nu 82. Tini Rockx en Riet Verwijmeren zien haar nog kussen met een jongen achter het Heilig Hartbeeld naast de Sint Jan. En Agnes was een spion, vertellen ze. Ze heeft in het verzet gezeten, 17 jaar was ze nog maar. Toen de SS haar zocht, heeft haar familie haar naar Breda gestuurd, naar Bouvigne. “Een strafkamp,” vond Agnes, die in de Raadhuisstraat woonde, waar nu Le Cadeau zit. Ze is bijzonder geïnteresseerd in de foto's van vroeger die rondgaan. “Ik heb zelf niets meer, want ons huis is gebombardeerd.” Haar zus, broer en diens verloofde kwamen daarbij om het leven. Een heel hard gelag. Maar Agnes is niet bij de pakken neer gaan zitten, nog steeds niet. “Ik maak kilometers in mijn auto en vlieg nog regelmatig. Nee, ik zit echt niet achter de geraniums.” Meer vrouwen voelen zich jong. Adriana: “Wij 81? 18 zul je bedoelen!” Maar Gerarda heeft zo haar twijfels. “Of we volgend jaar weer een reünie houden? Ik denk het niet, want of we er dan nog zijn?”

 

 

 

7 oktober 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN