Bron: BN-DeStem

 

Nergens thuis

 

 

Eén tas. Met daarin hun hele bezit.

 

 

zwerfjongere

 

 

Veel meer hebben de meeste zwerfjongeren niet bij zich als ze van de ene slaapplek naar de andere trekken. De ene nacht slapen ze bij een vriend op de bank, dan weer in een opvanghuis en soms zelfs op straat. Ze willen geen zwerfjongeren heten, maar als je ze vraagt waar ze dan wonen, kunnen ze geen antwoord geven. Overal en nergens. Zwerfjongeren vallen vaak tussen de wal en het schip. Ze zijn (vanaf hun achttiende) te oud voor de jeugdzorg, maar tegelijkertijd te jong voor de opvang van volwassen dak- en thuislozen, met hun harde straatcultuur. De problemen zijn extra nijpend voor minderjarige zwerfjongeren. Zo concludeert de Algemene Rekenkamer in het jaarlijkse rapport over zwerfjongeren dat gisteren werd bekendgemaakt.

 

Directeur Saskia Stuiveling van de Algemene Rekenkamer spoort staatssecretaris Jet Bussemaker van Volksgezondheid aan om extra beleid te ontwikkelen voor deze kwetsbare groep. “Ontoereikende zorg nú wreekt zich op latere leeftijd.” “In Nederland hoeft niemand op straat te slapen, hoor je vaak. Nee dat is ook zo,” zegt Monique Willems, als adviseur bij Spectrum nauw betrokken bij de problematiek van zwerfjongeren. “Globaal is alles geregeld. Maar zwerfjongeren zijn nooit als aparte doelgroep aangepakt. Gemeenten zeggen vaak: we hebben toch een inloop voor daklozen. Maar jongeren voelen zich niet prettig tussen oudere zwervers.” Een ander probleem is dat de groep vrij onzichtbaar is. “Oudere zwervers herken je vaak van een grote afstand. Aan een zwerfjongere zie je niets,” zegt Willems. “Ze veroorzaken veel minder overlast en zijn veel beter verzorgd. Dat is op zich fijn natuurlijk, maar het betekent ook dat het probleem onvoldoende wordt erkend.” Vanaf 1 januari wordt de begeleiding van mensen met een lichte lichamelijke of psychische handicap uit de AWBZ (Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten) geschrapt. De bezuiniging moet 800 miljoen euro opleveren. De Federatie Opvang vreest dat steeds meer mensen met psychosociale problemen op straat gaan zwerven, omdat zij zonder begeleiding niet zelfstandig kunnen wonen. “Een grote groep zwerfjongeren is zwakbegaafd,” zegt Johan Gortworst van de Federatie Opvang. “Zij hebben die extra hulp hard nodig om te overleven in deze complexe maatschappij. Vroeger werden dit soort problemen opgelost binnen het netwerk van de zuilen. Door de individualisering en de toename van drugs- en schuldproblemen zijn er steeds meer jonge zwervers.”

 

Ook de Stichting Zwerfjongeren Nederland (SZN) maakt zich zorgen. “Met begeleiding bij het vinden van de juiste opleiding en het solliciteren naar een baan, kunnen zij hun levens weer op orde krijgen,” zegt Tasso Heijnen van SZN. “Deze jongeren hebben nog een lange toekomst voor zich, met veel kansen op verbetering. Maar dan moet je ze wel op tijd een helpende hand toesteken.” Voordat iemand gaat zwerven, is er van alles aan de hand. Vaak is het een sneeuwbal van problemen, die almaar verder rolt en groter wordt. Iemand die is weggelopen of op straat gezet, heeft geen vast adres en kan dus geen uitkering aanvragen. Dan ontstaan er schulden. “Wie thuis weg moet, kan eerst nog wel terecht bij een vriendin of een tante. Maar op een gegeven moment is je sociale systeem uitgeput,” zegt adviseur Willems. “Zonder huis, werk, school en dagbesteding kom je buiten de maatschappij terecht. En die sociale uitsluiting moeten we zien te voorkomen.” De problematiek van zwerfjongeren is vaak heel divers. En voor elk deelprobleem (schulden, drugs, opleiding) is een ander loket. Neem Bianca. Bianca is zwakbegaafd en heeft een psychische stoornis. Uit alle psychiatrische instellingen in haar omgeving is ze intussen weggestuurd of weggelopen. En voor een dwangopname wil geen rechter tekenen. Ze werd al op jonge leeftijd misbruikt. En omdat dit de enige vorm van genegenheid is die ze kent, gaat het misbruik nog altijd door. Sinds kort is ze verliefd op een gokverslaafde man en nu is ze zwanger. Bianca woont in een pension waar ze door haar afwijkende gedrag eigenlijk niet te handhaven is. Maar haar op straat zetten, wil het pension ook niet. De organisatie zoekt wanhopig naar een oplossing. Als ze tenminste wil meewerken, want ze is bijna 18 jaar en dan mag ze zelf beslissen wat ze doet.

 

Maar er gloort hoop. Stichting Zwerfjongeren Nederland lanceert begin volgend jaar een platform dat samenwerking tussen de instanties moet verbeteren. Alle betrokkenen (zoals zorginstanties, scholen, woningcorporaties) kunnen via dit landelijk digitale netwerk wat er voor een bepaalde jongere is gedaan. In Amsterdam wordt sinds een paar jaar gewerkt met een vaste coach die jongeren begeleidt door alle zorg-, woon-, leer- en werktrajecten van verschillende instanties heen. De coach is een succes. Zonder zo'n vast aanspreekpunt is de kans groot dat ze afhaken en weer uit het zicht van de instanties verdwijnen. Stuiveling van de Rekenkamer hoopt dat eens meer gemeenten structurele aandacht schenken aan beleid voor zwerfjongeren. Dat gebeurt nu nog veel te weinig. “Er zijn nog te veel jongeren niet in beeld. Zij zoeken zelf geen hulp omdat ze zich schamen en hebben nog altijd de hoop dat ze het zelf wel redden. En hulp vanuit hun familie is helaas lang niet overal vanzelfsprekend.”

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

“Bam, ben je zo je huis kwijt”

 

 

EDDY MOET NET 12 JAAR ZIJN GEWEEST TOEN HIJ VOOR

HET EERST EEN PAAR NACHTEN OP STRAAT RONDZWIERF.

Zijn stomdronken moeder had hem buiten gezet.

 

 

Drie dagen lang bleef de deur op slot, met de sleutel binnen in het slot. Dat het drie dagen duurde, weet hij nog zo goed omdat hij elke dag opnieuw probeerde of hij weer binnen mocht. En bij die ene keer bleef het niet. Ook met 14 en 15 jaar hing hij enkele malen dag en nacht rond op straat. Soms omdat zijn moeder hem eruit schopte, soms omdat hij het thuis niet meer uithield. “Ik wilde nooit thuis zijn,” zegt Eddy (23). “Thuis was het niet fijn. Er was niemand die zei dat ik naar bed moest, niemand die me 's ochtends uit bed haalde om naar school te gaan. Eten moest ik zelf maken. Mijn vader was altijd voor zijn werk in het buitenland. Mijn moeder kon daar niet tegen en is gaan drinken. Uit eenzaamheid, denk ik. Ze drinkt al sinds mijn vijfde. Ik weet niet anders. Ik heb haar meerdere malen in een delirium gezien, schuimbekkend kroop ze over de grond. Geloof me, dat wil je niet zien.”

 

Toen Eddy 17 jaar was, bleek dat zijn vader longemfyseem had. Omdat zijn moeder dat niet kon, heeft Eddy zijn vader verzorgd. Eten gegeven, gewassen, naar bed gebracht. Tot zijn dood, Eddy was toen 20 jaar. “Ik had intussen mijn vmbo-diploma gehaald en was leerling-drukker bij een drukkerij. Maar ik verdiende te weinig om onze eengezinswoning van te betalen. De gemeente had precies uitgerekend hoeveel mijn moeder en ik kwijt zouden zijn aan huis, gas, water, licht, dat soort dingen. En dat zou ik net niet halen, zeiden ze. “Bam, ben je zo je huis kwijt.”

 

Eddy ging terug naar de caravan van zijn vader waar ze vroeger de vakanties doorbrachten. Maar de afstand tussen de caravan en zijn werk was zo groot dat hij het reizen niet lang volhield. En dus verloor hij ook zijn baan. “Iedereen die ik daar kende, had zijn zaakjes mooi op orde. Een auto, een baan. En ik had niks. Ik wist niet meer wat ik daar te zoeken had. Maar waar ik dan wel naartoe kon, wist ik ook niet.”

 

Hij ging terug naar zijn moeder, die intussen in Utrecht onderdak had gevonden, maar dat ging niet lang goed. Hij kon haar dronken buien niet meer aanzien. “Ik kon bij vrienden op de bank slapen. Dat heb ik even gedaan, maar ik voelde me bezwaard. Ze hadden al zo'n klein huis en dan ik er nog bij... Ik ging van opvanghuis naar kennis naar opvanghuis.” Tot hij bijna een jaar geleden een plekje vond in een pension, speciaal voor zwerfjongeren. Daar leert hij te leven volgens een normaal dag- en nachtritme. Slapen blijft lastig. Hij leert er klussen in de bouw, de tuin, de horeca. Eddy durft weer te dromen. Hij wil cameraman worden. “Ik wil alles wat ik zie vastleggen. Het wordt vast niet makkelijk, maar ik wil heel graag. Ik hoop dat ik het haal.”

 

 

 

19 december 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN