Bron: www.bndestem.nl

 

“Oost West, thuis steeds beter”

 

bolt

 

Derk Bolt.

 

 

Zo gaat dat als de wereld je werkterrein is en je maar de helft van de tijd thuis bent.

 Dan moet er in korte tijd van alles gebeuren.

 

 

Tijdens het gesprek lopen er twee monteurs door het appartement om de aansluiting van de tv’s en laptop in orde te maken. In de smalle woonkamer op de begane grond staat een knots van een beeldscherm klaar voor gebruik. “Groot, hè,” denkt Derk Bolt hardop mee, “maar áls ik thuis ben en ik kijk tv, dan wil ik het ook goed zien.” Derk Bolt, Kuifje van de KRO, gezicht van Spoorloos, het populaire tv-programma waarin hij telkens op zoek gaat naar verloren gewaande familieleden. Al deze speurtochten hebben hem over de hele aardbol gebracht, met gewenste en minder gewenste avonturen vandien. “Ach ja,” zegt hij langs zijn neus weg, “er is wel eens een pistool tegen mijn hoofd gedrukt, in Brazilië. En ik ben wel eens gearresteerd, in Ghana. Dan voel je je wel een beetje shaky. Maar bang?”

 

Als u bang was op zulke momenten, zou u dit werk niet doen.

 

“Dat klopt. Aan de ene kant ben ik verslaafd aan het reizigersleven, vanaf mijn jonge jaren al. Leven uit een koffer, heel vrij, heel stoer - zo van: ik check wel effe in. Je beweegt je makkelijk in dat leven. Je staat niet meer te kijken van iemand die zijn mes trekt of een taxichauffeur die je bedriegt.”

 

En aan de andere kant…

 

“Aan de andere kant heb ik mijn leven in Nederland; een leven dat ik steeds meer ben gaan waarderen. De wereld is mooi, Nederland is veilig. En ik heb hier mijn schatten van kinderen.”

 

Oost west…

 

“Thuis steeds beter. Dat besef ik. Geen aardbevingen, geen armoede, geen gevaren, helemaal niets waar volkeren elders in de wereld structureel mee te kampen hebben. Een week of twee thuis, mijn kinderen zien: hartstikke leuk. Maar daarna word ik toch weer een beetje ongeduldig. Er komt altijd een moment dat ik weer wegga. Dat weten ze. Zolang het goed gaat, gaat het goed.”

 

U kunt niet kiezen.

 

“Ik wil nu eenmaal van twee walletjes eten. Ik los dat probleem deels op door veel met de kinderen op vakantie te gaan. Ik heb ze blijkbaar aangestoken, want ook zij willen heel graag andere landen zien. Ze hebben verlanglijstjes gemaakt. Die probeer ik binnen een jaar of tien af te werken, want over een tijdje is het CO2-technisch vast niet meer toegestaan om het vliegtuig te pakken voor een leuk ver reisje. Dat bedoel ik niet badinerend, maar het is ook waar: reizen staat onder druk.”

 

Bent u innerlijk veranderd door uw reizen?

 

“Je krijgt een andere kijk op het leven, dat is beslist zo. Je raakt erg onthecht. Ik vind het heerlijk om even thuis te zijn, maar ik zit ook met het allergrootste gemak in een hotelkamer in Addis Abbeba of waar dan ook. Ik kan overal mijn draai wel vinden.”

 

Over die andere kijk gesproken: bent u een optimist of een pessimist?

 

“Je zou me een treurige optimist kunnen noemen of - liever nog - een opgewekte pessimist. Ik ben niet het zonnetje in huis. Dat er mensen bestaan die doorlopend vrolijk zijn, ongelooflijk. Ik maak ze wel eens mee, in mijn team bijvoorbeeld. Ze staan ‘s ochtends om vijf uur lachend op. Ze hebben zin in de dag! En ik moet nog wakker worden, ik klaag over muggen, ik zeur over slecht slapen en wat al niet meer. Daarna komt het weer goed, hoor.”

 

U hebt veel ontwikkelingslanden bezocht. Hoe kijkt u aan tegen ontwikkelingshulp?

 

“Ik ben met dit fenomeen opgegroeid: het sparen van zilverpapier, van dubbeltjes en kwartjes voor de missie. Ik wil wel meteen een onderscheid maken tussen ontwikkelingshulp en -werk. Ontwikkelingswerk is zeker niet slecht. Ontwikkelingswerkers zijn buitengewoon te bewonderen. Kleine projecten, ter plekke, dus niet van een afstand. Weeshuisje hier, schooltje daar: van die banale basisdingen, daar draait het toch om. Het project dat de BN-DeStem-prijs heeft gekregen, valt daar ook onder. Kweekvisvijvers in Colombia. Prima. Als wij die vis ook nog willen importeren, des te beter.”

 

Daar klinkt toch een beetje cynisme doorheen. Druppels op gloeiende platen?

 

“In zekere zin wel, ja. Nogmaals, petje af voor wat die mensen belangeloos doen voor anderen. Alleen denk ik dat zolang personen als Mugabe aan de macht zijn, er fundamenteel niets verbetert. Tachtig procent van de donaties verdwijnt in hun zakken, als het niet meer is. En je ziet het overal: macht corrumpeert. Toegang tot geld maakt gewoon hebberig.”

 

Van ontwikkelingshulp heeft u geen hoge pet op.

 

“Noodsituaties buiten beschouwing gelaten, durf ik gerust te beweren dat ontwikkelingshulp nutteloos is. Niemand schiet er iets mee op, de ontvanger ook niet. De zak geld is zo verdwenen en de armoede blijft. Als ons kabinet weer twee miljard aan Curaçao geeft, dan wéét je dat het weggegooid geld is. Onbegrijpelijk dat ons land daar nog steeds mee doorgaat. Maar begrijp me niet verkeerd: helpen moet wel degelijk; alleen duurzamer.”

 

Waar komt dat wantrouwen, die oerkritische houding vandaan?

 

“Dat zit in me, dat heb ik al sinds mijn geboorte. Bij mij is het: eerst zien, dan pas geloven. Ik vertrouw niet zo snel. Ik sta argwanend tegenover alles waarvan ik denk: hier klopt iets niet. Als journalist móet je argwanend zijn. Zo heb ik in Venezuela mensen ontmoet die werken voor de Novib. Die wonen in villa’s, rijden grote jeeps en hebben veel personeel in huis. Ik denk: dat klopt niet. Ik gun ze het beste hoor, maar in mijn huis geen Novibkalender.”

 

Hoe moet het dan?

 

“Dat is natuurlijk de vraag. De eerste ontwikkelingshulp die ik zag, waar ik zelf bij was, bestond uit het slaan van een waterpomp ergens in de sloppenwijken van Rio de Janeiro. Ik vroeg me al meteen af wat voor zin dat had. Zou hij een week later nog wel werken? Wat me nog meer opviel, was dat er vanuit Nederland werklui moesten komen om die put te graven. Terwijl je daar struikelt over de mensen die niets zitten te doen. Iedereen is werkloos! Kom op, denk ik dan, hier zijn tien scheppen, ga graven. Maar zo werkt het blijkbaar niet.”

 

Hebt u een oplossing, een alternatief misschien?

 

“Eerlijke handel. Toegang geven tot de markt. Economische grenzen opheffen. Dát helpt. Ik hou niet van grenzen; de wereld is van iedereen. Als jij een slimme jongen bent uit Kenia, dan moet je hier toch aan de slag kunnen? In de VS werkt het min of meer wél zo. Daar accepteren ze de illegalen tot op zekere hoogte. Daar zijn ze iets verder, denken ze minder benauwd. Nou ja, je zou het ook opportunisme kunnen noemen. Ik weet het ook niet, ik ben geen ontwikkelingshulpdeskundige.”

 

U bent ook tegen adoptie.

 

“Ik ben niet tegen adoptie. Dat is een misverstand dat een eigen leven is gaan leiden. Ik heb veel bewondering voor mensen die een kind adopteren. Dat doen ze echt niet voor zichzelf, want zeg nou eerlijk: het kost alleen maar geld en moeite. Ik ben wél beducht voor de hele industrie eromheen. Daar wordt in Nederland nu goed toezicht op gehouden. Maar ik zie bij Spoorloos soms ook schrijnende gevallen. Gelukkig wordt er, bijvoorbeeld doordat Madonna een kind uit Malawi heeft geadopteerd, steeds meer over gesproken. Ook de politiek lijkt zich ermee te gaan bemoeien. Dat kan positief uitpakken.”

 

Hebt u zelf wel eens een moment gehad dat u een kindje wilde adopteren?

 

“Nee, nooit. Ik heb altijd gedacht: ook al ben je arm, dan kun je er nog het beste van maken. Blijf bij je familie of in elk geval in je eigen land. Er zijn natuurlijk ellendige situaties en dan is adoptie zeker een redding. Maar arm is niet per definitie ongelukkig. Kinderen in een Colombiaans weeshuis, spelend met een touw aan een stokje, verder niets. Die kinderen lachen! Die zijn blij! Gelukkig misschien wel!”

 

Bent u zelf gelukkig?

 

“Ja, ik ben een gelukkig mens. Maar zoals gezegd: ik ben het niet van nature, ik heb het afgedwongen, ik heb er hard voor gewerkt en dat betaalt zich terug. Ik kan geen enkele reden bedenken om ontevreden of ongelukkig te zijn.”

 

Geluk op de schaal van 1 tot 10?

 

“Nou, dan is dat toch een 9,5. Maar ik realiseer me tegelijkertijd terdege hoe broos dat geluk is. Een van de kinderen hoeft maar iets te overkomen, of het stort in elkaar. Zolang dat echter niet het geval is, vind ik, móet je gelukkig zijn.” Het gesprek zit erop, het werk van de monteurs ook. Floep, daar springt het giga beeldscherm aan. “O, kijk toch eens, hij doet het. En meteen mijn lievelingsprogramma, Hopla!”

 

 

 

24 mei 2009

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN