image005

 

Op de bodem loert de dood

 

 

ontploffing

 

 

De Tweede Wereldoorlog heeft van de Noordzee een mijnenveld gemaakt.

 

 

Bommen, granaten, torpedo's, mijnen, noem maar op. Het ligt allemaal op de bodem van de Noordzee. En dan niet een paar. Geschat wordt dat er 200.000 tot 300.000 stuks munitie wachten op een onfortuinlijke vinder. Vaak is dat een visser die tussen de spartelende vissen een mijn in zijn netten ziet hangen. En dat gaat niet altijd goed. In april 2005 kwamen drie vissers uit Ouddorp om het leven toen aan boord van hun schip Maarten Jacob OD-1 een opgeviste Amerikaanse 500-ponder uit de Tweede Wereldoorlog ontplofte. Dat ongeluk was aanleiding voor de Koninklijke Marine om operatie Beneficial Cooperation te beginnen. De ‘jacht’ op de bommen werd in samenwerking met de Belgische Zeemacht verhevigd. Vandaag ruimt de mijnenjager Hr. MS. Willemstad het 500ste explosief in het kader van die operatie.

 

Van sommige explosieven is de ligplaats bekend. Tijdens de oorlog zijn mijnenvelden en munitiestortplaatsen in kaart gebracht. Op andere, onbekende, locaties liggen ook veel bommen. Die zijn in de Tweede Wereldoorlog bijvoorbeeld afgeworpen door geallieerde vliegtuigen die hun bommenlast kwijt moesten. Ook liggen er voortijdig neergekomen Duitse V-1 en V-2 bommen. Om de zaak nog gecompliceerder te maken blijven de bommen ook niet liggen waar ze zijn neergekomen. Door bodembewegingen, stromingen en zandverplaatsingen zijn de explosieven over de hele Noordzee verspreid. Ook kunnen de bommen tientallen jaren ondetecteerbaar in de zeebodem liggen om plotseling weer tevoorschijn te komen. De bewegelijkheid van de bodem verklaart mede waarom de marine 729 meldingen van explosieven heeft gekregen, terwijl vandaag ‘pas’ de 500ste aangetroffen bom onschadelijk wordt gemaakt. “Het komt voor dat we meerdere meldingen over één explosief krijgen, maar er kan ook een zandbank boven de bom zijn ontstaan,” zegt marine-woordvoerder Valerie Meelker.

 

Voor elke gemelde en aan de marine overgedragen bom krijgt de visser 186 euro. Dat weegt echter niet op tegen het tijdsverlies als het visserschip naar Den Helder moet varen. Daarom geeft de marine de vissers sonarboeien mee. Meelker: “Die kunnen ze aan het explosief bevestigen. Ze zetten de bom dan overboord en geven ons de gps-locatie door. We kunnen met die sonarboei tot op 800 meter afstand het explosief lokaliseren en daarna onschadelijk maken.” De bommen worden meestal overboord gezet, ook al omdat veel vissers een bom op een slingerend schip een groter gevaar vinden dan het teruggooien van het explosief. Meelker: “En het bewaren van de bom aan dek is ook lastig. Je moet het explosief nat houden en trillingsvrij vastzetten. Het mag ook niet in de zon staan. Vissers zijn wel voorzichtiger geworden. Ze maken de visnetten niet meer van bovenaf los, zoals bij het ongeluk in 2005 waarbij de bom op het dek viel, maar ze laten de visnetten zachtjes op het dek zakken.” In Beneficial Cooperation werken de Nederlandse en de Belgische marine samen. Meelker: “Nederland levert tien mijnenjagers en de Belgische marine vijf. Er is altijd één mijnenjager op zee. Die gaat er direct op af als er een melding van een visser binnenkomt. Er wordt bekeken of de bom ter plaatse onschadelijk kan worden gemaakt. Als dat niet kan, doordat er bijvoorbeeld kwetsbare leidingen in de bodem liggen, wordt het explosief verplaatst naar een gebied waar dat wel kan.”

 

 

 

Een bijdrage van Redactie: Breda-en-alles-daaromheen.

 

3 juli 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN