Bron: www.bndestem.nl

 

Paardentramhistorie beetje tot leven gewekt

 

 

image013

 

Foto: Kees Wittenbols – januari 2007

 

 

ETTEN-LEUR – “Station paardentram” staat te lezen

op het negentiende-eeuwse pand aan het Van Bergenplein 80.

 

 

Enkele paardenkopjes aan de voorpui vormen een extra verwijzing naar het ‘openbaar-vervoer-verleden’ van Leur. Aan het begin van de vorige eeuw reed de paardentram van het station, ofwel halteplaats annex wachtlokaal, op het Van Bergenplein over het Lichttorenhoofd en de Vaartkant naar Breda. En omgekeerd uiteraard. De conducteur heette indertijd Leen Schuurmans en de paarden waren Jet en Pol. Met het opnieuw aanbrengen van de tekst en de versiering met ijzeren paardenkopjes aan de voorgevel van hun huis hebben Marijke (83) en Mels Aerts (86) de geschiedenis weer een beetje tot leven gewekt. Het echtpaar dat 62 jaar getrouwd is, woont al meer dan een halve eeuw op dat adres, pal tegenover ‘t Hooghuys. Tegenwoordig stopt de bus er voor de deur.

 

Hij herinnert zich de paardentram overigens niet. Wel de stoomtram, de ‘opvolger’ van de paardenkrachten. “Maar die vervoerde geen personen. De stoomtram bracht alleen goederen naar bedrijven aan de Leurse Haven.” Hij zag daar, aan de Geerkade, als jongste van een gezin met negen kinderen het levenslicht. Vader voerde er café annex kolenhandel De Geer. “Het leven gaat zo snel voorbij. Hoe ouder je wordt, hoe sneller het gaat,” zegt zij met een onmiskenbaar Amsterdamse tongval. Ze toont een foto van een fiere, knappe man in uniform: haar vader die politieagent was in de hoofdstad. “In de oorlog werkte ik in een borduuratelier. Het was een joodse firma. Op een dag kregen we een partij Jodensterren die we moesten bewerken. Ik ben niet-joods, maar mijn vader zei: “Dat gaan we niet doen.” Hij heeft ervoor gezorgd dat ik zogenaamd met ziekteverlof kon. Zo ben ik in Leur terechtgekomen om aan te sterken.”

 

De latere echtelieden hebben elkaar leren kennen op 5 mei 1945, op Bevrijdingsdag. “Ik liep heel de dag muziek te maken op straat. Nu moet ik toch eens wat anders aan de arm krijgen dan die trombone, dacht ik. Zo is het begonnen,” vertelt hij. Hij was opgeleid tot bankwerker aan de Ambachtsschool aan het Van Coothplein in Breda. Hij werkte onder meer bij de machinefabriek in Leur. Maar later begon hij een behangersbedrijf en - in het voormalige station van de paardentram - een winkel: Aerts Bazar. “Kon ik al die boerenkevers gaan bedienen,” zegt zij. “Maar het is altijd goed gegaan hoor.” De winkel hebben ze gesloten toen hij zestig werd. “Toen konden we op reis gaan en van de vrijheid genieten.”

 

 

 

Zie ook:

 

Leur in beeld

 

 

 

19 mei 2009

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count