BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN

 

Georganiseerde busreizen

 

 

In het kader van de serie: “Negatieve reisadviezen” is de ‘georganiseerde’ busreis natuurlijk de grootste ‘zeper’ die je kunt maken. Zeker als je eens je wilt laten verwennen. Met name voor de hedendaagse, vrije, onafhankelijke toerist is een georganiseerde busreis een vorm van vakantie vieren die naar alle waarschijnlijkheid alleen maar kans van slagen heeft bij ‘doorgewinterde masochisten.’ Regelrechte ‘tranentrekkers’ zijn het. De ellende wordt met ‘bakken’ tegelijk over je uitgestort. Je bent nog niet bekomen van de ene schrik en de volgende dient zich al aan. Meestal duren dergelijke reizen dan ook nog eens een dag of veertien. Daar komt geen eind aan!

 

 

 

 

We gaan er dan wel vanuit dat u dus een denkbeeldige reis boekt bij een reisorganisatie als (echt)-paar, gezin of alleenstaande en dus niet met een vereniging of club waar u al lang lid van bent en dus alle medereizigers kent. In een dergelijk geval kan een georganiseerde busreis toch wel een redelijke kans van slagen hebben en zult u er wellicht wel plezier aan beleven.

 

Neen, wij nemen het scenario van een willekeurige erkende reisonderneming, die met een luxe touringcar waarvan u door middel van een kleurrijke brochure op bent geattendeerd en die u een fantastische vakantie beloofd in een van Europa’s mooiste streken mét deskundige leiding en dat voor een all-in prijs die nog eens redelijk acceptabel is ook. Kortom u bent er ‘ingestonken.’ Geboekt, gereserveerd en wat nog erger is, alles van te voren betaald. U kunt dus niet meer terug! Ha ha! Maar u weet nog van niks. De dag nadert dat u samen met uw partner, God betere het, om de onmenselijke tijd van 06.00 ’s morgens zich moet melden op het NS-station in uw woonplaats. Ach, dat u daar normaal ook wel eens heen gaat, da’s om te gaan werken. Dan neemt u de trein van 08.25 uur. Maar nu is het vakantie, dus … lekker vroeg uit de veren, niks niet uitslapen. Taxi, gereserveerd de avond tevoren en jawel, we maken het niet erger dan het al is. Die taxi is op tijd. U kent ze wel, met die moderne chauffeurs, spreken al wel 20 woorden Nederlands en koffers sjouwen, kom zeg! Kom je dan aan bij het station en u kijkt natuurlijk nieuwsgierig rond of er al meerdere passagiers klaar staan. Ja hoor. Acht dames in bloemetjesjurken met gepermanente ‘koppies’ en twee wat oudere echtparen alsmede een alleenstaande heer. Al gauw wordt het duidelijk dat die allemaal staan te wachten op de bus, net als u en na wat onwennig navragen blijken de meeste van uw medepassagiers niet hetzelfde reisdoel als u te hebben. U wordt namelijk eerst het halve land doorgesjouwd om via allerlei opstapplaatsen een ‘bont scala’ van passagiers op te halen alvorens u bij een gezamenlijk vertrekpunt, uren en uren later, uw eerste kop koffie op eigen rekening kunt nuttigen.

 

Dan komt het ‘moment suprème.’ U gaat langzaam in de gaten krijgen wie uw ‘medelotgenoten’ worden de komende veertien dagen. Dat wordt al helemaal duidelijk als een ‘rondborstige’ veertiger binnen komt lopen in het grote wegrestaurant met dito parkeerplaats en alle reizigers voor de uw gekozen bestemming oproept mee te komen naar de bus. “Verrek,” ondertussen is het al half elf en uw maag begint al ’n beetje te knorren. Maar eerst koffers sjouwen. De goedlachse en rondborstige chauffeur annex reisleider heet (zullen we maar zeggen) Kees. Kees is overduidelijk een doorgewinterde chauffeur en is deze reis helaas ook de reisleider. Een dubbelfunctie waar hij al veel, heel veel ervaring mee heeft. Want de beloofde reisleider uit de folder heeft het na twee reizen al voor gezien gehouden. Maar na deze mededeling realiseert u zich nog niet dat wat dat feit eigenlijk inhoudt. Dat zal later nog wel blijken. Braaf worden de koffers aan Kees overhandigd die met een wat jongere alleenstaande van de passagiers de koffers efficiënt en snel in de onderbuik van de bus weet te deponeren. Na een goed kwartier heeft u samen een plaatsje in de bus weten te bemachtigen en iedereen zit er in, afwachtend tot Kees de laatste instructies van een of ander figuur heeft ontvangen en hijst zich uiteindelijk als laatste ook in de gereedstaande bus.

 

 

 

 

Ja, even tussendoor. Roken, dat wist u, dat is verboden in de bus maar daar staat tegenover dat er koffie en frisdranken verkrijgbaar zouden zijn. Helaas het absent zijn van de reisleider brengt nu toch al wat praktische problemen met zich mee. Dus geen koffie vooralsnog! Kees start de motor van de bus, plaats de microfoon voor zijn mond en begint aan zijn welkomstboodschap. Ondertussen koerszettend naar de grens. Binnen enkele minuten kent u zijn hele levensgeschiedenis, weet u de naam van zijn vrouw en kinderen en u schikt zich in het feit dat de lunchstop helaas een uurtje later zal plaatsvinden dan gepland, omdat die ene bus uit Zeeland niet op tijd was aangekomen bij de verzamelplaats. Normaal had u nu uw vierde kopje koffie al geconsumeerd, maar ja zoals de zaken nu liggen, u bent op vakantie met een busreis. Dus even proberen af te kicken is een goed advies. Gelukkig heeft die aardige mevrouw, net achter u, zuurtjes bij zich die ze grootmoedig ronddeelt. Daar horen we nog later van. Ja, van die aardige mevrouw!

 

Kees weet te vertellen dat er tweemaal daags gewisseld wordt van plaatsen, zodat iedereen eens de kans krijgt voorin te zitten en iedereen ook weleens achterin komt te zitten. Klinkt allemaal heel goed en democratisch en u kunt zich daar wel in vinden. Totdat, ja totdat blijkt dat er twee oudere dames enig protest laten horen. Zij, intussen al voorinzittend, weten de chauffeur te vertellen dat ze beiden redelijk zwaar gehandicapt zijn en dat ook hun gezichtsvermogen zeer slecht is. Ze hadden bij het lokale reisbureautje waar ze geboekt hadden te horen gekregen dat ze wel voorin mochten plaatsnemen, zodat ze zo min mogelijk beperkingen zouden ondervinden tijdens het reizen. Tja, daar had Kees niets van vernomen. Maar de aanvankelijk zachtaardige oudjes ontpopten zich al gauw als vasthoudende ‘pit bulls,’ niet bereid om ook maar een beetje ‘water’ bij de hun beloofde toezegging te doen. De enige drie, wat jongere stelletjes, weten al vroeg mede te delen dat zij achter in de bus het prima naar de zin hebben en weinig in de voorgestelde regeling van Kees te zien.

 

Kortom de eerste spanningen worden opgebouwd op wat een relaxte en ontspannen vakantie zou moeten worden. Intussen ziet uw man schuin voor u beiden een kerel zitten die wel erg verdacht veel lijkt op die oude collega van hem, waarmee hij destijds een flinke ‘aanvaring’ gehad heeft. Kostte verdorie nog een promotie ook en die lafbek ging er mee slepen. Bij nader inzien blijkt het toch niet die vent te zijn maar z’n kop staat u dus niet aan. Die vrouw van hem is ook al zo’n ‘feeks.’ Vaal blond, spits neusje, brilletje op en een verbeten trek rond de mond. Bah, denkt u, die moet ik uit de weg blijven. Dan die oude heer, vrij corpulent, gaat nu verdomme al voor de vierde keer naar dat enge smalle toiletje wat de bus rijk is. Zeker last van z’n prostaat! Kijkt er ook bij of hij daarmee al lang en er heel veel last van heeft. Ook al geen optie om eens mee op stap te gaan.

 

Tja, als je zo eens rondkijkt in de bus is de gemiddelde leeftijd toch wel redelijk aan de hoge kant. Dat belooft voor de komende avonden wat! Volgens de folder is het zeer gezellige hotel met een tweetal bars tot diep in de nacht open. Nou nou, denkt u bij uzelf, dan toch niet bepaald dankzij deze ‘bejaardensoos op wielen.’ Dan wordt u toch nog plotseling uit uw gepeins gewekt door de volle en warme stem van Kees, de chauffeur, reisleider én animator. Hij weet te vertellen dat we zo dadelijk een lunchpauze hebben en dat u daar een vol uur de tijd voor heeft. Tja, dat stond er niet bij in die reisfolder. Een uurtje voor de lunch en u had dat bustoilet ook al eens bekeken en dat was nou niet echt de plaats om eens lekker op de ‘doos’ te gaan zitten. Dan de kinderen nog even bellen want dat was afgesproken en een klein wandelingetje schiet er dus ook al bij in. Want ‘verdikkeme’ slechts een uurtje en dan weer ‘hurry up’ met die bus. Enfin, de lunch stond al klaar en wie weet hoe lang, want de plakjes kaas waren al aan het krullen en de vleeswaren hadden ook al een ietsje te lang in het zonlicht gestaan. Viel dus toch nog mee. Maar dan, terug in de bus en in een ruk naar het 1e overnachtingshotel en … ja ja … Kees had het zelf gezegd: wisselen van plaats in de bus! Niet dat het nou zo belangrijk was, want die autobanen lijken toch allemaal erg op elkaar en erg veel te zien is er toch nog niet. Maar een beetje gespannen ben je wel want er was toch al wel wat gemopper over de houding van die twee ‘dames’ die ook al aardig tekeer gingen tegen die mijnheer die na de lunch een sigaartje opstak aan tafel.

 

 

 

 

Niets wees erop dat er niet gerookt mocht worden daar in het restaurant, integendeel. Asbakken stonden overal opgesteld, maar de ‘dames’ hadden luidkeels hun bezwaar kenbaar gemaakt en wel op een dergelijke manier dat enkele verstokte niet-rokers het zowaar voor die goede man opnamen. Agaath en Truus, zo werden de twee genoemd, stonden als eerste bij de bus, gelijk kleine verwende kinderen om maar verzekerd te zijn van de beste plaatsjes en verdomd, Kees had de bus nog amper los en die twee zaten alweer op de eerste bank. Heel parmantig en vastbesloten. Arme Kees kon praten wat hij wilde, de beide dames waren onvermurwbaar, beriepen zich weer op mondelinge beloftes van het reisbureau en refereerde wederom naar hun diverse fysieke handicaps. Dat bleken er overigens steeds meer te worden als je hen mocht geloven. Om de gemoederen toch enigszins te sussen beloofde Kees de andere dag contact op te nemen met het reisbureau waar de dames hadden geboekt en probeerde zo de ‘meute’ koest te houden.

 

Na de lunch werden de meeste passagiers toch wel wat slaperig en menigeen ging een ‘uiltje knappen.’ Van de dames schuin achter u, die overigens ook al tegen de zeventig lentes liepen, hoorde u het relaas wat er gebeurd was in het restaurant waar men geluncht had. De beiden ‘dames’ hadden niets maar dan ook helemaal niets besteld en hadden hun eigen meegebrachte boterhammen op zitten te peuzelen. Dit tot groot chagrijn van de uitbater en tot hilariteit van de medepassagiers die het konden gadeslaan. Zo werd er toch een wij/zij sfeertje gecreëerd, want de achterburen wisten te vertellen dat zij, de twee dames, gebruik hadden gemaakt van het muntslot-toilet, maar dan zo dat ze net naar binnen konden glippen zonder het vereiste muntje in de automatische deur te steken. Zó werd het dan toch nog een beetje gezellig. Ook de omgeving werd wat heuvelachtiger en dankzij een bord las men net, dat het hotel voor de overnachting niet verder meer kon zijn dan amper een half uurtje rijden. Kees nam de microfoon weer ter hand en wist te vertellen dat we zo dadelijk bij ons overnachtingshotel aan zouden komen, alwaar ook het diner geserveerd zou worden. De sleutels voor de kamers zouden gelijk bij aankomst worden uitgedeeld, zodat iedereen nog een uurtje de tijd had om zich wat op te frissen alvorens we gezamenlijk aan tafel zouden gaan. Wel de kamer viel reuze mee, was zelfs ruim en comfortabel te noemen en na even wat gebruik gemaakt te hebben van de diverse faciliteiten, ging iedereen min of meer gelijk naar het restaurantgedeelte. “Wauw,” dat viel tegen. Niks geen á la carte! Er was een keuze uit twee menu’s, althans wat het vlees betrof en uw man mompelde al iets van maar eens wat verder te gaan kijken in het op zich best leuke plaatsje. Maar ja, je bent Hollander of niet, zullen we maar zeggen en voor het eten was betaald. Dat was het ‘leuke’ van deze reis, alles was inbegrepen behalve de consumpties natuurlijk. Tja, dat was ook zo, maar die lunch dan? Die moest toch iedereen wél zelf afrekenen! Toch nog eens straks goed de papieren doorlezen. Wie weet welke verrassingen er nog meer zouden komen?

 

 

 

 

Uiteindelijk viel het diner best mee en het werd zowaar zelfs nog gezellig ook. Vrij grote tafels waaraan toch wel tien tot twaalf personen konden plaatsnemen en zo kwam je toch wel in gesprek met elkaar. Toen kwam Kees ineens binnenlopen en werd gelijk door Truus en Agaath bij de ‘kladden’ genomen. Dankzij hun schelle stemmen kon iedereen meegenieten en zonder behoefte aan enige ondertiteling werd het een ieder duidelijk dat de ‘dames’ zeer, zeer verbolgen waren over de kamer in het algemeen en het te hoge bed in het bijzonder. Wederom werd er gerefereerd naar de bijzondere afspraken, beloftes en bepalingen die de ‘dames’ volgens eigen zeggen hadden weten te bewerkstelligen bij het desbetreffende boekings- annex reisbureau, die hen toegezegd zouden hebben dat zij lage eenpersoonsbedden zouden krijgen. Dus geen veel te hoge, volgens hun idee, bedden die dan ook nog eens tegen elkaar stonden aangeplaatst alsof het een tweepersoonsbed betrof. “Schande! Ongekend!” Wat die lui van dat hotel wel niet van hun dachten? Je kon aan Kees zien dat hij geen weg wist met deze, ook voor hem, wel heel bijzondere klacht. Als hij zijn gezicht van de twee ‘dames’ even had afgewend en de rest van de groep aankeek kon je aan hem zien dat hij het bijna uitproestte van het lachen. Ja, wat moet je ook met zo’n klacht? Ondertussen had iedereen al wel gauw in de gaten dat de pakweg tien andere disgenoten van die twee ‘kankerpitten’ nou niet bepaald blij waren met hun tafelindeling. Niet alleen dat de dames hoge schelle stemmen hadden en vol met ‘moppers’ en klachten bezig waren. Ze waren ook nog eens zeldzaam dominant en bijzonder veeleisend. Kees was al bedreigd dat als hij niet adequaat voor een oplossing zou zorgen voor hun nachtgerief, dat er een pittige klacht tegen hem zou worden ingediend bij de reisorganisatie.

 

De sfeer was gezet. Het werd nu langzaam allen tegen twee, in dit geval. Gelukkig gingen de beide ‘mopperkonten’ al vroeg naar bed en dankbaar voor dit vroege slapen gaan van deze medereizigers, werden zij het gesprek van de avond. Kees nam van de gelegenheid gebruik en ging uitvoerig zitten te vertellen wat hij allemaal al niet had meegemaakt op zijn vele busreizen door heel Europa heen. Hij kon er boeken over volschrijven! De ene ‘horror story’ na de andere ‘rolde’ over tafel en het moet gezegd worden, Kees kon smakelijk vertellen. Je zag het gebeuren. Zo werd het toch nog vrij laat en sommeerde Kees grootmoedig: “Morgen vroeg op, want we hebben nog een lange rit voor de boeg alvorens we onze standplaats zullen bereiken” én zei hij veelbelovend: “de rit is zeker de moeite waard.” Toch nog net voor het slapen gaan werd Kees even aangesproken over die lunch. Tja, dat hadden we dan toch niet goed begrepen. De lunches waren helemaal niet inbegrepen, alleen die twee lunches aan boord van dat schip waar we nog een excursie mee zouden maken. Maar, troostte Kees ons, het ontbijt hier is zó goed dat u amper een lunch nodig heeft. Nou was het heus niet zo dat we hierdoor onze vakantie hoefden te laten vergallen, maar het waren toch wel twaalf maal twee lunches die even buiten de berekeningen er dus wel even bijkwamen. Maar goed, vakantie is vakantie, het zou de pret niet drukken. Die pret werd nog eens verhoogd en dat dan de andere morgen bij het inbegrepen ontbijt.

 

Truus en Agaath wisten dus duidelijk wél hoe de ‘vork in de steel’ zat en zonder enige géne stapelden zij de broodjes en beleg in door hen meegenomen plastic zakjes om zich beiden van een stevige, voedzame én gratis lunch te voorzien. Helemaal lachen werd het toen bleek dat de beide dames op werkelijk alles gerekend hadden en eveneens zonder schaamte gebruik maakte van de restanten koffie die links en rechts nog op de tafels stonden en deze in hun meegebrachte thermosflessen deponeerden. Het werd hilarisch, doch na een paar dagen werd het ook ergerlijk. Hun spaarzaamheid en gierigheid kende geen grenzen en commentaar leveren bleek hun beider levensopdracht te zijn. We waren er zelf getuige van dat zij ook ’s morgens koffie, jus en melk dronken anders zou je geloven dat zij pure azijn tot zich genomen hadden. De andere dag na aankomst in het echte vakantiehotel ging je zien dat er toch wel een soort groepsvorming plaats begon te vinden.

 

We zijn die ‘aardige’ en wat oudere alleenstaande dame nog even vergeten die zonodig iedereen van snoepjes en zuurtjes voorzag. Was dit nou opzet? Waren die snoepjes een lokkertje? Het vrouwtje was méér dan praatziek. Ze probeerde iedereen maar dan ook iedereen, behalve Agaath en Truus aan te klampen en er een praatje mee te maken. Dat wil zeggen: zij sprak en wij mochten toehoren en vooral niet tussenbeide komen tussen haar monologen. Hooguit wat hummen en ja of nee knikken, dan was ze uitermate tevreden. Mits u natuurlijk ruimschoots tijd besteedde aan haar oninteressante gesprekken die het ‘ik’ toch wel als voornaamste onderwerp hadden. Haar ‘ik’ dan wel te verstaan.

 

 

 

 

Zo was het min of meer ook met die wat gezette oudere corpulente heer. U kent ‘m nog wel die zoveel gebruikmaakte van het toilet. Oók alleenstaand en ook praatziek, maar zeker en vast niet geïnteresseerd in het ‘zuurtjesvrouwtje.’ Daar kwam nog bij dat hij zijn maat aan drank amper kende en overmatig transpireerde, zodat zelfs zijn fysieke aanwezigheid je onwillekeurig enkele stappen deed terugdeinzen. Enfin, het hotel had er een ‘goeie’ aan want de mensen die naast hem een kamer hadden wisten te vertellen, dat zij na een volle week nog steeds geen douchekraan hadden horen lopen op zijn kamer. De rest van de groep bleek redelijk normaal tot aangepast te zijn. Echter deze vier ‘spanden de kroon’ en hebben het toch gepresteerd na aanvankelijk best wel eens komisch over te komen, de vakantie voor een ruime veertigtal anderen goed verpest te hebben.

 

Moraal van het verhaal: met meer dan veertig tot vijftig willekeurige mensen een paar weken op stap gaan. Wat denkt u zelf? In hoeveel gevallen gaat dat 100 procent naar tevredenheid en zonder problemen? Al die karakters, al die verschillende mensen die samen moeten leven, zij het tot op zekere hoogte. Toch ben je afhankelijk van elkaar. Al is het maar dat je tijdens een excursie in een plaatsje een half uur extra moet wachten op een stelletje wat de weg is kwijt geraakt, of gewoonweg de tijd is vergeten. Zijn hiermede alle georganiseerde busreizen veroordeeld en verdoemd? Natuurlijk niet. Maar dit kan u allemaal net zo gemakkelijk overkomen wat hier beschreven is, als dat het ons het ooit eens overkomen is. Wij hebben ervan geleerd! Met Kees de chauffeur zou ik kunnen zeggen, wat dié reis betrof: daar alleen al over zou ik een boek over vol kunnen schrijven.

 

Als Agaath en Truus nu nog leven, zullen ze vast en zeker het leven van de verpleegsters en verzorgsters zo zuur mogelijk proberen te maken, in de inrichting waar zij ongetwijfeld nu zullen verblijven en tevens de medebewoners tot razernij brengen. Zouden die verzorgingstehuizen of bejaardenoorden ook reisjes organiseren? In dát geval ben ik menslievend genoeg om de hoop uit te spreken dat Agaath en Truus dermate echt gehandicapt zijn, dat zij niet meer aan deze evenementen kúnnen deelnemen. Want zoiets gun je toch geen enkele bejaarde: een dagje op stap met twee van die ‘exemplaren!’

 

 

Silvia Videler.

 

Oktober 2006

 

Home

 

 

 

 

 

 

 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN