De wereld wordt steeds kleiner

 

Je ziet ’t overal, zelfs in je eigen buurt!

 

 

 

Europa is één land geworden, grenzen zijn er haast niet meer, op een paar hele kleine uitzonderingen na. Naar die paar uitzonderingen, daarvan ben ik haast overtuigd, wilt u haast zeker niet naartoe op vakantie. Of u moet Wit-Rusland op uw verlanglijstje hebben staan of Armenië en dergelijke! Voor de rest staan de deuren wagenwijd open. Goed, we hebben dan geen Europese grondwet volgens ene mijnheer Balkenende, neen, we noemen ’t gewoon anders.

 

Vanaf het noordelijkste puntje van Noorwegen tot aan de grenzen van het Turkenland, kunt u in principe gewoon doorst(r)omen zonder gehinderd te worden door mensen die vragen wat u komt doen en of u wel voldoende middelen van bestaan heeft. Of u nou in Stockholm loopt, Berlijn, Wenen, Amsterdam, Parijs of Rome. De grotere steden zijn zelfs al verintercontinentaliseerd (nieuw woord van mij).

 

De aantallen niet-Europeanen doet je soms het ergste vrezen, namelijk: de vraag of ‘men’ het zaakje al overgenomen heeft? In de kleinere steden, zoals Breda en vele andere plaatsen, lijkt het wel of we overstroomd worden door Polen, Bulgaren, Roemenen en dergelijke. De overgrote meerderheid van hen zijn natuurlijk allemaal gelukzoekers en ik kan het nog een beetje begrijpen ook. Zelf ben ik vaak genoeg in die landen geweest, ook ten tijde dat zíj hier niet konden en mochten komen. Heden ten dage is de levensstandaard dáár nóg vaak bedroevend te noemen. Zeker als je die vergelijkt met wat wij onze levensstandaard mogen noemen. Daarom is het ook te begrijpen dat dikwijls wat jongeren samen een autootje op de kop tikken en hier een viervoudig loon komen verdienen, dan wat ze thuis bij elkaar kunnen scharrelen, ondanks hun eventuele goede opleiding, die velen van daar, toch ook hebben.

 

Maar bijvoorbeeld een artsensalaris in veel van die Oost-Europese landen, is nog lang niet gelijk aan onze sociale dienst uitkering van pak ‘m beet € 1.200,- voor een gezin. Kun je ze het dan kwalijk nemen dat die lui deze kant uitkomen? Ik niet! Mijn latere jeugd heb ik zelf grotendeels doorgebracht in de Verenigde Staten. In wezen lachte ik toen mijn ouders uit, die voor amper duizend gulden netto een maand moesten werken. Ik had destijds al meer in dollars en die waren toen: drie gulden en twee en zestig cent, per stuk! Tel uit je winst en een pilsje kostte toch echt maar twintig dollarcenten in de kroeg! Gouden tijden! Dát nemen ze me dus nooit meer af! Eigenlijks niets nieuws onder de zon!  Ik en velen met mij waren geen haar beter dan die legers met Polen, Roemenen en dergelijke.

 

En toch… toch is er een groot verschil met toen en nu. Niet dat ik nou zo braaf en lief was in die tijd. Nou ja, het lag eraan voor wie! Maar, ik zou het niet in mijn hoofd hebben gehaald om daar te gaan jatten, de boel te gaan oplichten of de zaak maar eens op stelten te gaan zetten. Dát liet je wel uit je hoofd áls je er al aan dacht! In tegenstelling tot wat we nu allemaal in de kranten lezen over onze Oost-Europese buren, de goeden niet te na gesproken!

 

Waarom dan wel niet? Waren die Amerikaanse politieagenten dan vroeger zó streng? Welnee, die zijn nu veel en veel erger en hebben een veel ‘korter lontje’ dan toen. Kon je toen nog eens een grapje maken tegen de douane of zo, dát zou ik nu daar maar uit het hoofd laten. Toch waren toen in die jaren de hele grote wereldsteden, zoals New York, Mexico City, Bombay en Djakarta en dergelijke ook al niet zonder gevaar. Juist in de steden waar een grote gemengde bevolking verbleef, had je het meeste gevaar te duchten. Plaatsen en steden met een oorspronkelijke, dus eenzijdige bevolkingsopbouw, waren zogoed als misdaadvrij. Ongeacht in welk land of deel van de wereld men was. Waarom zult u willen weten? Wel als vreemdeling, wat ik jarenlang ben geweest in veel streken, nou, viel je daar gewoonweg op. Was het niet door je afwijkende huidskleur, dan wel in blanke streken door je taal, of liever gezegd: je accent. Men liep dus in de ‘kijkerd’ en dat behoed je ook voor ‘stoute’ dingen! ‘Du moment’ dat je met heel veel van dezelfde soort, groep of volk en taal bent, dan is die ‘bescherming’ er niet meer. Dan ga je dus op in de massa.

 

Nou heb ik door pure observatie, iets wat ik graag doe - vooral vanaf een terrasje - veel bijgeleerd. Laat ik nog eens een voorbeeldje nemen uit de praktijk, fictief natuurlijk. U woont in een gewone wijk en iedereen is gewoon ‘n Nederlander. Hooguit is er sprake van een Chinees of vijf in de stad, maar echt iedereen is verder gewoon: Hollander. Dus zoals ’t veertig, vijftig jaar terug was. Komt er toch één Turk of Arabier in de buurt wonen. Zo eentje met een grote snor, donkere kijkers in de kop en een ‘soepbroek’ aan de kont. Geloof maar dat ie niks, maar dan ook helemaal niks kan uitvreten. Want iedereen ziet ‘m en iedereen houdt ‘m in de smiezen. Zo een figuur zal echt niks uithalen. Want als hij iets doet, dan begrijpt u wel dat iedereen luidkeels roept: “het was die snor, die Turk.” Begrijpt u wat ik bedoel? Andersom natuurlijk net zo. Het was die ‘bleekscheet, die kaaskop!’

 

 

Maar nu? Anno 2007! U ziet een buitenlander wat verkeerds doen en wat kunt u tegen de politie zeggen als zij om een getuigenverklaring vragen? Ik kan dan al een Marokkaan van een Turk onderscheiden, maar kunt u ook een Somaliër van een Ethiopiër onderscheiden? Ik niet! Dus wat zegt u tegen bijvoorbeeld de politie? “Het was een zwarte of een bruine,” of althans zoiets. Of ze spraken onderling bijvoorbeeld Pools of Slowaaks. Trouwens, kunt u het verschil horen? Knap hoor! Ook die nummerborden van de meeste buitenlandse auto’s zijn amper meer te onderscheiden, of je moet er bovenop kunnen staan met je snufferd. Gelukkig zijn de Belgen tenminste nog te onderscheiden (rood-wit nummerbord). Maar, dáár heb je hun auto niet voor nodig (haha).

 

Nu terug naar mijn stelling: “De wereld wordt steeds kleiner.” Overdrachtelijk bedoeld natuurlijk. De afstanden blijven gelijk, maar waarmee men de afstanden overbrugt, doet de wereld dus kleiner maken. Ook ons land, onze stad, onze buurt, uw buurt, ontkomt er niet aan. Net zo min als welke stad of streek dan maar ook. De ‘meltingpot’ wordt almaar groter en groter. Sommige ‘geleerden’ gaan zich al zorgen maken dat er straks, wanneer zeggen ze er niet bij, maar uit hun uitlatingen blijkt dat het binnen afzienbare tijd moet zijn, geen sprake meer is van een blank Nederlands volk of ras. Dat geldt dan natuurlijk evenzo voor die andere volkeren die uiteraard ook mengen.

 

De vraag is: worden wij én zij, daar gelukkiger of beter van? Die grote vermenging van godsdiensten, culturen, talen, gebruiken, gewoonten enzovoorts?

Veel idealisten zien dát als hét ideaal. Namelijk: één grote wereldbroederschap en iedereen gelijk. Maar dat ‘ideaal’ zal ik nimmer het ‘mijne’ noemen, ondanks dat ik zelf goede vrienden en bekenden heb in verre ‘buitenlanden,’ met eveneens ‘afwijkende kleurtjes.’ Het bewust mengen heeft toch iets wat niet natuurlijk is, maar we zullen er vooralsnog wel niet aan ontkomen. Omdat we in een economisch gezien redelijk welvarend land leven, krijgen we nog véél meer op ons dak. Maar het zijn de: ‘durfallen, de waaghalzen en de avonturiers.’ Maar let op: daar zijn slechts twee soorten van: hele goede en hele slechte! Dus het kan nog wat worden!? Laten we ons ‘borstje maar nat’ maken. Overigens waar u ook heen gaat, of thuis blijft: ik wens u een hele fijne vakantie toe.

 

 

Silvia Videler.

 

Juli 2007

 

Home

 

stats count

 

 

 

 

 

 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN