Het Partijpolitieke systeem

 creëert ‘monsters’ aan de top!

 

 

 

Bij de gemiddelde sollicitatieprocedure voor een middenkaderfunctie én zeker voor een topfunctie ben je in veel gevallen niet klaar met een á twee gesprekken en de overhandiging van de CV. Hoe hoger de functie en hoe zwaarder de verantwoordelijkheid telt, des te langer de sollicitatieprocedure zal duren.

 

Afgezien van het geijkte ‘bewijs geen bezwaar’ van het Ministerie van Justitie, in de volksmond genoemd een ‘bewijs van goed gedrag,’ het overleggen van diploma’s, oorkondes, certificaten en ontslagbewijzen, zal bij een echte belangrijke functie veelal ook een psychologisch onderzoek deel uitmaken van de selectieprocedure. Vaak zal dan een team van onafhankelijke psychologen, soms ook weleens bijgestaan door een socioloog of zelfs een psychiater, de kandidaat in kwestie letterlijk en figuurlijk binnenste buiten keren. In wezen is dit best te verdedigen, want een dergelijke kandidaat zal later een positie gaan vervullen met vaak veel macht die inzicht, kennis en vooral eerlijkheid vergt.

 

Zeker bij politie, recherche, justitie, maar ook bij banken en andere grote instellingen zal men overgaan tot een dergelijke procedure om de juiste persoon op de juiste plaats te krijgen en zich door middel van juist dit soort keuringen, tests en onderzoeken te verzekeren, dat er bijvoorbeeld geen ‘mol’ in het bedrijf of de instantie wordt binnengehaald, maar dat de persoon in kwestie ook niet vroeg of laat voor een schandaal zou kunnen gaan zorgen.

 

Echter op de allerbelangrijkste plaatsen die onze samenleving kent, zoals bijvoorbeeld een ministerschap of een functie als staatssecretaris, dan schijnt men ineens genoeg te hebben aan het bewijs dat de kandidaat lid is van een politieke partij en dan ook nog dat het niet uitmaakt van welke partij men lid is, mits het maar een zogenaamd algemeen aanvaardbare en democratische partij is.

 

Het recente verleden heeft al meerdere keren aangetoond dat een persoon al benoemd was als bijvoorbeeld staatssecretaris en dat de betrokkene in kwestie uiteindelijk een charlatan bleek te zijn. Ene Charles Schwietert was hier een perfect voorbeeld van, maar ook in de gelederen van Groen-Links is een dergelijk fenomeen nou niet helemaal onbekend. Ook de LPF had een staatssecretaris die in dienst was geweest van Desi Bouterse. Toch zijn dat dan nog niet de aller-kwalijkste zaken. Menig goed onderlegd persoon kan vaak meer inzicht en verstand hebben dan iemand die de titel ‘Drs.’ voor zijn of haar naam mag zetten. Het is tenslotte ook niet veel meer dan een goed onderbouwde en te verdedigen scriptie schrijven nietwaar?

 

Veel erger is mijns inziens dat men in de politiek de karakters van aanstaande bewindslieden amper nader wil gaan beschouwen, althans weinigen schijnen hier aan gedacht te hebben. Karakters, hetzij goed, hetzij slecht, hebben méér invloed op besluitvorming en het besturen van bijvoorbeeld een departement dan opgedane kennis en/of ervaring. Karakters kunnen openstaan voor geheime agenda’s. Karakters kunnen in de grond van de zaak zelfs verderfelijk zijn en desastreus uitwerken. In wel hele oude en archaïsche taal sprak men ook weleens over mensen die “van goede wille zijn.” Die mensen, ook al hadden ze bijvoorbeeld een hiaat in hun kennis of ervaring, kwamen er soms toch wel omdat hun intenties, hun streven, eerlijk en oprecht waren.

 

Zeker ook in het bedrijfsleven kun je beter met zo iemand te maken hebben, dan met een zeer weledelzeergeleerde heer of dame, getooid met allerlei titels en een jarenlange ervaring in het desbetreffende metier, die in de grond van de zaak een karakter heeft wat donker en duister is, zeker in sociaal opzicht en die in principe alleen maar uit is op macht. Geld en macht heet het dan, maar sommigen gaan in wezen alleen maar voor de macht en daar is geld soms nog maar een 2e of zelfs 3e factor die hen drijft. De macht of zoals deze zich vaak uit. Met het door willen drijven van hun zin en dit dan ten koste van alles en iedereen. Dat gaat soms zóver dat het zelfs mensenlevens kan kosten en dat deert hen schijnbaar weinig tot niets. Dat is verbazingwekkend.

 

In het bijzonder zie je dit verschijnsel bij de regering, nog even afgezien van welke regering. De salarissen voor bijvoorbeeld staatssecretarissen, ministers, maar ook die van kamerleden zijn dan in de ogen van het gemene volk weliswaar erg hoog. Maar als je deze salarissen vergelijkt met de inkomens die in het bedrijfsleven soms vergaard worden is de verhouding meer dan zoek. Je kunt beter voorzitter van een liefdadigheidsfonds zijn, of directeur van een energiemaatschappij zijn dan minister. Die inkomens liggen vaak wel 4 tot 5 keer zo hoog. Waarmee is aangegeven dat het geld, de financiën, dikwijls niet de doorslaande argumenten zijn om te komen tot de begeerde job.

 

Het zijn dus andere motieven die mensen drijven om een dergelijke functie te willen vervullen. En juist voor dat soort mensen is geen vangnet gemaakt door, in dit geval de overheid, om ons systeem te bewaren voor beleidslieden die op zijn zachts gezegd kwalijke motieven hebben en zeker niet het belang van het land, noch die van het volk willen dienen op de eerste plaats. Mijn vraag is dan: is dit bewust zo dat ‘het systeem’ dit soort lieden juist nodig heeft? Is er dan sprake van kwade opzet? Of is het juist doordat het systeem zó in elkaar zit, dat met name dit soort lieden dáár nou speciaal de kans krijgen om zonder screening, zonder karakteranalyse en zonder een zorgvuldige afweging van of een persoon wel oprecht en eerlijk is, aan de bak te komen?

 

Als ik dan de gedragingen van bijvoorbeeld een mijnheer Donner en ook van een mijnheer Hirsch Ballin nou eens kritisch volg en dat gedurende een aantal jaren, weet u, dan krijg ik een heel vies smaakje in de mond en steeds meer mensen met mij!

 

 

Silvia Videler.

 

11 november 2007

 

Home

 

stats count

 

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN