“Geen diploma bij

onvoldoende basiskennis”

 

 

DEN HAAG - Als leerlingen op het havo- of vwo-examen een onvoldoende hebben voor Nederlands, Engels of wiskunde, krijgen ze geen diploma. Dat stelt de Onderwijsraad, een belangrijk adviesorgaan van minister Ronald Plasterk (Onderwijs) in een donderdag verschenen advies. Op deze manier kan volgens de raad de basiskennis in deze vakken beter worden gewaarborgd. In het advies laten het voortgezet onderwijs, het beroepsonderwijs, hogescholen en universiteiten weten dat ze beter kunnen en willen presteren. Het waarborgen van basiskennis verbetert de aansluiting tussen voortgezet onderwijs, middelbaar beroepsonderwijs en hoger onderwijs. Om verder geharrewar te voorkomen over waar de ‘zwartepiet’ ligt voor kennistekorten, wil de raad dat het vwo, het havo, het mbo, het hbo en het wo samen afspreken wat de aanvangsniveaus zijn voor opleidingen in het hoger onderwijs.

 

 

Toetsen:

 

Deze afspraken worden uitgewerkt in toetsen die beschikbaar zijn via internet. Studenten kunnen zelf daarmee precies nagaan of zij over de vereiste basisbagage beschikken en zich, zo nodig, bijscholen. Het onderwijs is het eens met de raad over het verhogen van de onderwijsnormen. Een hoger opgeleide moet beschikken over brede kennis: van een (inter)nationale cultuurhistorische canon tot ontwikkelingen in de bètavakken en techniek.

 

 

Ambitie:

 

Op hun beurt moeten studenten veel meer de ambitie hebben om de studie een wezenlijker deel te laten zijn van hun leven: de studiejaren komen maar één keer. Om ze intensiever onderwijs te laten volgen, stelt de raad voor onderzoek te doen naar hoe studenten hun tijd indelen en naar wijzigingen in de studiefinanciering en de fiscale regeling van bijbaantjes.

 

 

--------------------

 

 

Mijn mening over deze situatie: Altijd had ik al eens iets willen schrijven over het onderwerp: “examen doen, slagen en het verkrijgen van een diploma.”

 

Ik ga even terug naar mijn lagere schooltijd. Deze was in de jaren vijftig van de vorige eeuw. Het was een tijd waarbij een leerling streng werd beoordeeld op zijn capaciteiten. Een voorbeeld: als je na een rekenles 4 fouten had gemaakt, kreeg je voor die taak een 6. Had je 8 fouten dan kreeg je ‘n 2 als cijfer. Aan het eind van elke maand werden de punten opgeteld en het gemiddelde berekend. Dat cijfer kwam ‘keihard’ op je rapport te staan. Elke maand kreeg je dus een rapport mee naar huis, behalve in augustus, want dat was de vakantiemaand. Heel veel leerlingen haalden met pijn en moeite toch nog wel een 6. Een enkeling iets meer, maar het merendeel zat onder die 6. Het was voor de leraar heel eenvoudig om vast te stellen welke goede en slechte leerlingen waren. Doordat er zo vaak een rapport werd gemaakt, stelde men je ook nog eens in de gelegenheid, te proberen beter je best te gaan doen, voor zover dat natuurlijk mogelijk was. Een slechte leerling werd soms geadviseerd om naar een andere school te gaan. In die tijd was er maar één mogelijkheid - voor eventueel een ‘stapje’ terug - en dat was de BLO (Bijzonder Lager Onderwijs). U zult dan ook wel kunnen begrijpen dat er in die tijd veel zittenblijvers waren. Gelukkig gold dat niet voor mij, maar ik kwam in de latere klassen steeds jongens tegen die al diverse malen waren blijven zitten en dus al enkele jaren ouder waren dan ik.

 

Ook was er in die tijd een groot probleem aanwezig. Er werd nauwelijks goed advies gegeven welke vervolgopleiding voor jou het meest geschikt was. Velen kwamen dan ook op de verkeerde plaats terecht, waaronder ikzelf. Later kwam de Cito-toets en dat was ’n hele verbetering. Maar ook aan deze toets ‘kleven’ mijns inziens tekortkomingen.

 

Persoonlijk vind ik elke vorm van examen te moeten doen geen goede ‘zaak.’ Je moet als het ware in een héél klein tijdsbestek bewijzen dat je voldoende capaciteiten bezit om voor een diploma in aanmerking te komen. De meesten zijn vlak vóór en tijdens zo’n examen bijzonder nerveus en dat heeft gegarandeerd invloed op het eindresultaat. Hoeveel jongens en meisjes stranden niet om die reden? Een heel goede leerling(e) zou daarom weleens kunnen zakken, terwijl ‘n slechte leerling(e), die de keuzevragen per abuis goed aankruist - alsof hij/zij een totoformulier invult en bijna de hoofdprijs wint! - wel slaagt. Neen…, nogmaals, examen moeten doen is mijns inziens geen goede methode.

 

Het beste lijkt mij het systeem te volgen, zoals ik dat heb omschreven, zoals het vroeger op de lagere school was. De eindcijfers op het rapport zouden dan bepalend moeten zijn voor wel of geen diploma (getuigschrift). Ook kan tijdens de studietijd een leerling(e) worden geadviseerd een ander opleidingsniveau, of richting, te gaan volgen. Op deze manier is er een grotere kans dat de juiste leerlingen op de juiste plekken terechtkomen en dat is toch de bedoeling, als ik het allemaal goed begrepen heb?

 

 

Kees Wittenbols.

 

September 2007

 

Home

 

stats count

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN