De generatiekloof is aan het verdwijnen

 

 

 

Tussen ouders en hun kinderen heerst soms een flinke dosis onbegrip over elkaars leefwereld. Maar ouderen gedragen zich steeds jeugdiger en jongeren zien hun ouders steeds meer als raadgevers. Bestaat die generatiekloof nog wel? In de jaren zestig van de vorige eeuw ontstond iets wat men de generatiekloof is gaan noemen. Het verschil in interesse, normen en waarden en uitdossing tussen jongeren en ouderen werd zichtbaar. Het strakke keurslijf van hard werken, braaf naar de kerk en je kleden zoals het hoort, begon bij de jeugd te knellen. In een aantal decennia ontstond een aparte muziekstijl waar ouderen van gruwelden, kledij die tot voor kort op de voddenbaal thuis hoorde en kregen veel jongeren een vrijere seksuele moraal.

 

“De generatiekloof is in feite een mythe,” stelt Wim Meeus, hoogleraar jeugd en adolescentie aan de Universiteit van Utrecht. “Jongeren maken meer lawaai, daarom is het net of er in de jaren zestig en zeventig scherpe tegenstellingen waren. Maar in feite was er over de hele linie een maatschappelijke beweging gaande van versoepeling van gezagsverhoudingen. Op het werk, in verenigingsverband en thuis veranderde het strenge, hiërarchische systeem in een meer open onderhandelingssysteem. Jongeren zijn extremer in hun uitingen, daardoor is die hardnekkige mythe ontstaan van een generatiekloof.”

 

Door het ontstaan van een aparte jeugdcultuur werden de verschillen tussen oud en jong ineens veel herkenbaarder. Dat wel. Meeus: “Na de Tweede Wereldoorlog ontstond er een nieuwe fase tussen kindzijn en volwassenheid. De jeugdperiode is toen enorm verlengd en er ontstond voor het eerst een eigen jeugdcultuur. Daarvoor ging je vanaf je vijftiende jaar werken en deed je mee met de volwassenen. Daarbij zijn we rijker geworden, zodat er ook meer geld is te besteden aan die jeugdcultuur. Er is inmiddels een hele santenkraam omheengebouwd met kleding, muziek en allerlei spulletjes.”

 

 

Relatie met ouders

 

Uit adolescentieonderzoek vanaf de jaren veertig van de vorige eeuw -  tot aan de dag van vandaag - blijkt dat de verhouding van jongeren met hun ouders goed en stabiel is. Meer dan 85 procent stelt dat zij een goede relatie heeft met de ouders. Dat is door de jaren heen gelijk gebleven, ook in de roerige jaren zestig. Uit het laatste onderzoek in 2005 naar gezondheid en welzijn van jongeren in Nederland blijkt dat 77 procent van de jongeren in het voortgezet onderwijs makkelijk met vader kan praten en dat ruim 90 procent zegt makkelijk met moeder te kunnen praten.

 

Generatiekloof of niet: er is heel wat veranderd in de verhouding tussen jong en oud in Nederland. Het verschil tussen jeugdcultuur en volwassenencultuur krimpt. Deden mensen er vroeger alles aan zo snel mogelijk volwassen te lijken, nu is jeugdigheid de norm. Nederland verstudentiseert, stelt Paul Schnabel, directeur van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) in de Kohnstammlezing van 2005. Hij noemt dit het Jeroen Pauwsyndroom: wel volwassen zijn, maar de behoefte hebben dit niet te laten zien. Het verdwijnen van de hoed als teken van volwassenheid is, wat hem betreft, een symbool hiervan. Inderdaad. Hoe opstandig Frits van Egters uit De avonden van Gerard Reve zich in 1947 ook voelde, hij droeg een keurig pak met hoed. Nu is de wereld omgekeerd. Harry Mulisch kiest voor een spijkerbroek op het feest voor zijn tachtigste verjaardag.

 

 

Overlegmodel

 

Niet alleen in kleding, ook in attitudes hebben ouderen zich verjongd. In de opvoeding bijvoorbeeld, hanteren zij het overlegmodel. Jongeren krijgen juist steeds vroeger te maken met volwassen zaken als omgaan met veel geld, drinken en allerlei (studie)verplichtingen. De kloof wordt gedicht. Door de afbraak van klassieke gezagsverhoudingen krijgen jongeren meer ruimte om eigen beslissingen te nemen. Zij kunnen leven zoals zij dat willen en zien hun ouders hierbij als raadgevers. Zij krijgen meer inspraak in het gezin over avondeten, vakantiebestemming en grote aankopen. Kortom: opstandig zijn is nauwelijks meer nodig. Conflicten bestaan nog wel, maar gaan minder over fundamentele levensvragen en meer over praktische problemen als wie er meehelpt in het huishouden en hoe laat je moet thuiskomen na een avondje uitgaan, signaleert de directeur van het SCP.

 

De gevolgen van het dichten van de kloof? “Uit adolescentenonderzoek blijkt dat jongeren langer thuis blijven wonen,” aldus Meeus. “Logisch. Zij mogen tegenwoordig heel veel thuis. Er staat een tv, laptop en dvd. Waarom dan nog weggaan?,” aldus Meeus. Natuurlijk blijven er relatief veel botsingen tussen ouders en adolescenten. “Het blijft een turbulente periode waarin veel verandert op het gebied van school, lichaam, taken en vrienden. Dat geeft wrijvingen. Maar als je de jeugd vraagt: wie helpt jou het meest? Blijft het antwoord altijd mama.”

 

 

Computergebruik

 

De digitalisering van de samenleving kan roet in het eten gooien. Krijgen we dan toch nog een echte generatiekloof? Jongeren voelen zich als een vis in het water bij internet, msn, e-mail, googelen, weblogs, games, sms, downloaden, skypen en hyves. Ouderen hobbelen zo’n beetje achter de feiten aan. Klopt dat beeld? Nee. Uit een recent SCP-rapport blijkt dat de kloof tussen de generaties wat betreft computergebruik reuze meevalt. Kinderen gamen en msn’en vaker en downloaden meer muziek, maar ze kunnen nog veel leren van hun ouders over het gebruik van informatie en kennis via internet.

 

 

Een bijdrage van Kees Wittenbols.

 

18 oktober 2007

 

Home

 

stats count

 

 

 

 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN