Hoe groot is nou eigenlijk het heelal?

Deel 3

 

 

Het moge duidelijk zijn dat alles wat zich op deze aarde bevindt een bepaalde afmeting heeft. Ook het heelal heeft een afmeting. Alleen is het hier een stuk moeilijker te bepalen hoe groot die wel niet is. Wij hebben immers slechts de mogelijkheid om vanuit onze aarde de ruimte om ons heen te zien en zover we nu weten lijkt deze oneindig. We kunnen intussen ook bepalen hoever bepaalde planeten en sterren van ons verwijderd zijn. Daardoor kun je ook stellen dat de ruimte wel heel erg groot moet zijn. Doch is mijn persoonlijke visie, dat er aan deze ruimte ook een afmeting verbonden moet zijn. Het is mij bekend, dat volgens de geleerden, de ruimte nog steeds groter wordt. Het dijt nog steeds uit, zegt men. Maar of dat werkelijk zo is, is nog niet bewezen. Het is dus voorlopig nog maar een veronderstelling. Anderen zeggen weer dat er een grens moet bestaan aan het heelal. Hier heb je een grote tegenstrijdigheid. ‘Uitdijen’ en ‘grens’ zijn twee woorden die niet echt bij elkaar passen. Als namelijk iets uitdijt is ‘grens’ een ‘onbetekenend’ woord. Immers achter wat ze dan ‘grens’ noemen moet dan toch weer ruimte zitten, anders kan iets niet uitdijen! Tot zover een filosofie van wel erg verschillende visies over het fenomeen: ‘oneindige ruimte.’

 

Over hoe het heelal is ontstaan is al heel veel geschreven. De meningen hierover lopen nog steeds heel sterk uiteen. Het ene verhaal hierover lijkt nog interessanter dan het andere. Doch gaat mijn persoonlijke interesse meer uit naar de afmeting van het heelal zoals hij nu is. Uiteraard heb ik geen ‘panklare’ oplossing voor u. Maar ik heb wel een gedachte hierover. Ik ga proberen uit te leggen wat volgens mij de afmeting naar alle waarschijnlijkheid wel zou kunnen zijn. Uiteraard niet in cijfers uitgedrukt, maar wat de vorm zou kunnen zijn. Als mijn stelling dan zou kunnen kloppen is er vast wel een wiskundige die dit even uit zal rekenen (grapje, maar wie weet?). Omdat zoiets uit te leggen kun je dat altijd het beste doen aan de hand van een simpel voorbeeld. De weg naar de eindconclusie is dan voor de meest eenvoudige mens dan het best te volgen. Helaas moet ik er een ‘beetje’ wiskunde bij betrekken, maar probeer het zoveel mogelijk eenvoudig uit te leggen. Het verhaal moet natuurlijk wel leesbaar blijven:

 

Stap 1:

 

Ik heb vier figuren getekend. Figuur 1 stelt een opgeblazen ballon voor. Ik heb hierbij een gedeelte a aangegeven. Zoals u kunt zien is dat gedeelte a rondvormig (in werkelijkheid: bolvormig, want we spreken over een ballon).

 

Figuur 2 stelt dezelfde ballon voor. Alleen deze is nu ’n stuk verder opgeblazen. Zoals u kunt zien is gedeelte a nog steeds rondvormig, doch de grootte van het lijngedeelte a is toegenomen.

 

Figuur 3 is nog steeds dezelfde ballon, weer een stuk verder opgeblazen. Doch hier kun je ondertussen duidelijk zien dat het gedeelte a al niet meer zo rondvormig is als bij figuur 1 en het gedeelte a is weer groter geworden.

 

Figuur 4 is een situatie waarbij de ballon zover is opgeblazen dat het lijngedeelte a heel dicht bij een rechte lijn is aangekomen, bovendien is a wéér groter geworden. Het moge duidelijk zijn dat een ballon natuurlijk nooit tot zover opgeblazen kan worden, dan zou deze allang zijn geklapt. Maar het gaat erom, om te laten zien wat er met die cirkel gebeurt wanneer deze alsmaar groter wordt.

 

 

Stap 2:

 

Wat gebeurt er nu eigenlijk wanneer een bom zou ontploffen in de lucht? Deze bom heeft een kern. Je kunt dus heel eenvoudig stellen dat door de kracht van de explosie alle delen van deze bom alle kanten uitspringen, vanuit deze kern gezien. Stel, je maakt een foto van deze ontploffing, precies 1 seconde na de explosie. Dan kun je zien dat het de vorm heeft van een bol. Zo zou het met de oerknal naar alle waarschijnlijkheid ook wel gegaan zijn. Doch deze explosie was uiteraard vele malen groter. Het is nu eenvoudig aan te nemen dat de omtrek van het heelal daardoor ook bolvormig is. Volgens sommige geleerden is het heelal nog steeds aan het uitdijen tengevolge van deze explosie. Het kan intussen natuurlijk wel zo zijn dat de bolvorm van het heelal al wel afwijkingen heeft. Het zou ondertussen ook al wel ellipsvormig kunnen zijn, maar dit even terzijde, anders begin ik af te dwalen. Ik houd het voor het gemak nog op bolvormigheid.

 

 

Stap 3:

 

Ik kom nu weer terug op onze ballon uit stap 1. Lijn a van deze ballon zal in werkelijkheid nooit een voor 100 procent rechte lijn kunnen worden (wel bijna). Want de vorm van een ballon is en zal altijd een ronde vorm blijven behouden. Zo zou je de denkbeeldige omtrek van het heelal ook kunnen zien. Want wat zou er gebeuren als lijn a plotseling wel recht zou worden? Immers, tijdens het opblazen van de ballon ging deze steeds meer die richting uit. Wiskundig gezien zou dat betekenen dat de cirkel terstond verandert is een ander figuur. Immers, een cirkel is rond en daar zitten geen rechte lijnen aan. Maar wat voor een figuur is er dan ineens ontstaan? Daar kun je in feite maar weinig bij voorstellen. Wel nu, ik ben er bijna. Het lijkt mij duidelijk dat op dat moment, of beter gezegd, nét voor het moment dat die ronde lijn over zou kunnen gaan in een rechte lijn, we de grens hebben bereikt van de maximale grootte van het heelal! Maar nu weet nog niemand welke afmeting het heelal heeft, ik dus ook niet. Maar een ‘doorgewinterde’ wiskundige weet daar mogelijk een formule voor te vinden, waarbij ik er dan vanuit ga, dat daar ook een uitkomst aan vast zit.

 

Stel dat mijn bewering zou kloppen. Zou dat dan betekenen dat het uitdijen van het heelal hierbij een halt is toegeroepen? Of zou het misschien wel zo zijn dat wanneer de ronde lijn over zou gaan in een rechte lijn het heelal op exploderen staat? Immers, het heelal verandert terstond in een ander figuur. Het is allemaal niet te hopen. Laten we er maar vanuit gaan dat mijn stelling niet klopt, anders is het leed niet te overzien.

 

 

Kees Wittenbols.

 

December 2006

 

Home

 

stats count

 

 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN