Gaat u ook elke dag met de trein mee?

 

 

Zo ja, dan bent u dus ook een ‘lotgenoot’ van mij. Maar… ik ben er vanaf! Voor mij begon deze ellende om precies gezegd op 1 februari 1960 en eindigde definitief zo’n 7 jaar geleden. Maar nog vaak zit ik (of sta) tijdens mijn dromen in die trein. Het houdt dus niet echt op! Iedere dag er maar weer voor zorgen dat je stipt op tijd bent op dat perron. Immers, de trein wacht niet op jou. Iedere dag maar weer om, zeg maar 7.00 uur present op dat perron en je ziet steeds dezelfde mensen terug. Oftewel uw lotgenoten. Deze mensen zijn natuurlijk geen kennissen van u, maar zijn net zo bekend als uw kennissen. U ziet ze zelfs vaker dan uw kennissen en zelfs uw familie. Anders gezegd: “je ziet ze bijna net zo vaak als uw vrouw en kinderen.” Ook zou je kunnen zeggen dat het geen kennissenkring is, maar een bekendenkring. Aangezien het perron meestal barstensvol staat, is er zelfs sprake van een ‘enorme bekendenkring.’ Want laten we wel wezen, om 7.00 uur ’s morgens zijn het praktisch alleen maar forensen.

 

Wat gebeurt er allemaal op het perron als uiteindelijk die trein eraan komt? Men kijkt… kijkt… en kijkt, “waar is de ingang?” Want u weet van te voren de plek waar de trein doorgaans zal stoppen. Voordat deze trein stilstaat, zijn er altijd figuren die de klink van de deur reeds vasthebben om zodoende als eerste te kunnen ‘binnentreden.’ Meestal niet geïnteresseerd in het feit dat er ook wel eens mensen eerst uit de trein willen stappen. Een naar Hollands ‘trekje’ is dat! Als de trein dan eenmaal stil staat krijg je een run op de ‘soms’ nog lege plaatsen, alsof er een soort van overval gaande is met veel geduw en getrek en soms ook verbaal geweld. “Da’s nou jammer: alles vol!” Dus, voor de zoveelste keer maar weer staan in die trein.

 

De trein rijdt weg. De trein zit dus barstensvol. Met zoveel mensen erin zou je zeggen: “daar wordt heel wat afgekletst.” Nou, meestal hoor je geen woord. Iedereen zit voor zich uit te staren. Doch enkelen lezen hun krantje, dat ze net even van te voren op het station hebben gekocht. “Ja hoor… daar komt ie aan: het koffiewagentje” (natuurlijk alleen maar in die Intercity). Meestal is het dan eerst koffie en langzaam maar zeker komen er daarna wat gesprekken los. Doch dat is maar van korte duur, want de trein rijdt best snel, dus je bent zo op je bestemming.

 

Gearriveerd, krijg je de tegengestelde situatie: “zie jij maar weer eens uit die trein te komen.” Drommen mensen staan daar weer te wachten. De uitgang is wederom versperd. Als je maar genoeg fysiek geweld gebruikt, kom je toch nog heelhuids op het perron terecht. De energie die je nodig hebt om fatsoenlijk je werk te kunnen doen, is in feite tijdens deze treinreis min of meer al uitgeput.

 

’s Avonds wordt het nog moeilijker. Je hebt niet alleen te maken met je ‘bekendenkring,’ maar ook met ‘dagjesmensen.’ Dus tweemaal zo druk in de trein en… die is net zo lang als vanmorgen! Het beste zou zijn dat je een opvouwbaar krukje bij je hebt, dan is er een kleine mogelijkheid dat je nog kunt zitten, want vaak staat men in het portiek tegen elkaar geplakt, vanwege de drukte. Het gangpad staat namelijk al helemaal vol. Minstens een half uur staan dus en u stond ook al een half uur te wachten op die trein, want hij had maar weer eens vertraging. Oud en jong door elkaar? Ja, oud ook, waarom moeten die zonodig tijdens de spits met de trein reizen? De forens denkt nou eenmaal: ik kan niet anders en die ‘oudjes’ moeten maar op andere tijden met die trein gaan. Het argument van de treinreis van het ‘oudje’ is hun natuurlijk niet bekend, maar zal hun een ‘worst wezen.’ Een enkeling staat nog wel eens op, maar het merendeel van de zittenden, liggen vaak al een tijd ongegeneerd te snurken op hun plaats. Best wel een gezellig geluid, vooral als je zelf daarnaast moet staan. “Kan er niet een raampje open?” “Nee,” zegt een ‘oudje,’ “daar krijg ik last van. Dan niet!” Een paar plaatsen verder wordt er toch een raampje opengezet en je waait zowat de trein uit. Gelukkig staat de trein niet stil en uiteindelijk komt ie in de ‘thuishaven’ aan. De trein loopt bijna leeg. De mensen zijn intussen ook te moe geworden om zich nog ergens druk om te maken. In een slakkengangetje begeeft men zich naar de uitgang. Zo, dat was weer ‘een dagje’ en nu op weg naar die andere bekenden. Maar… de volgende dag? Klik hier maar eens op!

 

 

 

Kees Wittenbols.

 

December 2006

 

Home

 

stats count

 

 

 

 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN