Salariëring bobo’s

 

 

 

Er circuleren lijstjes met salarissen van managers

in de zorg: van 20.000 tot 30.000 per maand!

 

In de Tweede Kamer zijn er vragen over gesteld.

 

Vrijwel zeker komen deze excessen ook in andere sectoren voor.

 

Het is nodig om ons te bezinnen over de vraag of hier sprake

is van beloning van prestatie of van zelfverrijking.

 

 

 

ZELFVERRIJKING

Zelfverrijking is een beloning verlangen of aanvaarden, die niet in relatie staat tot de geleverde prestatie. Zelfverrijking moet afgekeurd of bestreden worden omdat de op deze wijze oneigenlijk verkregen financiële middelen mogelijk uitgekeerd zouden behoren te worden, aan anderen in dezelfde werkomgeving. Dit geldt zowel in de publieke als in de private sector. Zelfverrijking komt op grote schaal voor op leidinggevend, respectievelijk managementniveau. Over een periode van meer dan een decennium is de verhoging van deze beloningen explosief te noemen.

 

 

REGENTEN

Over de gehele linie is er een regenteske laag van grootverdieners ontstaan. Dit betreft commissarissen, bestuurders, directeuren, bedrijfsleiders en overige managementfunctionarissen. In de publieke sector worden andere benamingen voor deze functies gehanteerd. Deze tamelijk gesloten groep beslist zelf over hun beloningen of ziet kans (publieke sector) om hoge eisen ingewilligd te krijgen.

 

 

BELONINGENOPBOUW

Zowel in de publieke als in de private sector is de beloningenopbouw ontregeld. Onder in het loongebouw wordt beknibbeld op de loonkosten en bovenin het loongebouw wordt zeer royaal uitgedeeld. In de bovenlaag zijn de salarissen gerelateerd aan de topman. In de publieke sector wordt veelvuldig afgeweken van de Balkenendenorm. In de private sector bestaat er geen grens.

 

 

GRENS STELLEN

Er dient dringend een grens gesteld te worden aan de beloning van de toplaag in beide sectoren. Er dient een wet te komen die een maximumsalaris bepaalt. Ook maximumsalarissen dienen op een of andere wijze gerelateerd te worden aan het wettelijke minimumloon. Het marktdenken is voor dit aspect geheel doorgeslagen. De bewering dat men mee moet met de internationale markt is een onzinverhaal en leidt er toe dat die topbeloningen steeds verder worden opgedreven. In de (semi)publieke sector is reeds een begin gemaakt met een afbouw en dat dient voortgezet te worden. In de private sector kan het niet aan de aandeelhouders overgelaten worden. Ook voor deze sector moet dat wettelijk maximum gaan gelden. Bij de behandeling van deze wet moet bepaald worden of de Balkenendenorm gehanteerd kan worden of dat dit nader en wellicht anders gespecificeerd moet worden. In ieder geval moeten die jaarsalarissen van twee ton tot enkele miljoenen voor werknemers (en dat zijn de presidentcommissaris en de directeur ook!) verdwijnen. Wie denkt meer waard te zijn kan zelf een bedrijf beginnen en is vervolgens vrij als eigenaar zelf zijn inkomen uit de winst te bepalen.

 

 

Wie voor 170.000 Euro het land kan besturen moet

voor zo’n bedrag ook een bedrijf kunnen leiden.

 

Uitspraak minister Plasterk op 19 juni 2008 voor de camera/microfoon van de NOS.

 

 

INTERNATIONAAL

Voor bobo’s van internationale bedrijven geldt dat als zij hun huidige inkomen willen behouden, zij zich maar moeten vestigen in een land waar dit (nog) wel wordt gedoogd en waar dat bedrijf ook een vestiging heeft. Nederland moet korte metten maken met deze overwaardering en overbetaling. Andere landen zullen uiteindelijk wel volgen, want ook in andere landen gaan stemmen op om aan deze wanverhouding een eind te maken.

 

 

WAAROM?

Waarom moeten deze bobo’s terug? Hun uiterst inhalig wangedrag beïnvloedt de werk- en beloningssfeer in Nederland. Als de toplaag drastisch in moet leveren komt er geld vrij om nieuwe mensen aan te nemen, aan de basis ter verlichting van de werkdruk die daar heerst. Als de managers in de zorg gedwongen worden om voor een normaal salaris te werken kan er meer ZORG verleend worden. Nog meer zorg kan er gegeven worden als het aantal veel te dure managers in aantal afneemt. De motivatie van de lager betaalden zal toenemen als ze weten dat ze niet meer hoeven te werken om de kapitalen van de bobo’s bijeen te buffelen, maar dat de bedrijfsresultaten meer dan voorheen henzelf ten goede komt.

 

 

DE BOOT VERKOPEN

Als de bobo’s gaan kermen dat ze met zo’n Balkenendeloontje niet rond kunnen komen, dan geldt voor hen de oude reclameslogan:

“Dan kun je toch altijd nog de boot verkopen!”

 

 

Th.M. van Baarle.

 

21 juni 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN