Bron: BN-DeStem

 

De Sint Joostkapel van Breda

 

 

sint joostkapel

 

In de drukke Ginnekenstraat staat de Sint Joostkapel.

 

 

Daar staat hij.

In het hart van het bruisende winkelcentrum van Breda.

 

 

De Sint Joostkapel, althans, zo wordt hij in de volksmond genoemd. In werkelijkheid is het intieme kapelletje sinds 1947 gewijd aan Maria. Heel even kwam de kapel deze week volop in de belangstelling te staan. Archeologen zochten naar tekenen uit het verleden, legden het oude kerkhof bloot. Zonder al te opwindend resultaat.

 

En dat terwijl de kapel een lange historie kent. In 1432 werd zijn houten voorganger immers al vervangen door een stenen exemplaar. Opgedragen aan Sint Judocus, Sint Joost, de Bretonse koningszoon uit de zevende eeuw. Hij verkoos een kluizenaarsbestaan boven de kroon en trok zich terug. Later werd hij vereerd als beschermheilige tegen besmettelijke ziekten. Dat is wellicht ook de reden waarom nou juist in wat nu de Ginnekenstraat is, een kapel voor hem werd ingericht, omdat dat gebied destijds buiten de stadswallen lag. Het was de plaats waar pestlijders en andere lijders aan besmettelijke ziekten zich ophielden. Zij mochten de stad niet in.

 

Zo ongeveer in de tweede helft van de zestiende eeuw, toen de protestanten oprukten en in een bui van woeste calvinistische haat tegen heiligenverering, van alles vernielden in katholieke kerken, raakte de Sint Joostkapel in onbruik als Godshuis. Tot diep in de twintigste eeuw kreeg het de meest uiteenlopende functies. Er werd hooi en turf in opgeslagen, een tijdje lang diende hij als paardenstal, er zat even een kazerne in, een schermschool en zelfs een poppentheater. Tot de kapel in 1821 werd verbouwd tot hovenierswoning met koeienstal. Nog wat later werd het een woonhuis.

 

De Tweede Wereldoorlog betekende opnieuw een ommekeer voor de Sint Joostkapel. Het was bisschop Peter Hopmans die gedurende die jaren vol onzekerheid het toekomstige lot van de kapel beslechtte. Hij beloofde de bevolking van Breda dat, mocht de stad ongeschonden de oorlog uitkomen, er een kapel zou worden gebouwd ter ere van Maria. Een belofte die hij nakwam. In november, nog geen maand na de bevrijding van Breda, bood het Bredase gemeentebestuur de Sint Joostkapel voor het doel aan. Iets waar Mgr. Hopmans gretig op inging. In maart 1945 passeerde de notariële schenkingsakte. De bewoners werd gevraagd voor juni de kapel te verlaten en de bisschop en zijn mensen konden aan de slag. Aan de hand van oude tekeningen en overgebleven resten werd nauwkeurig bekeken hoe de kapel, die in de loop der eeuwen danig van vorm en inhoud was veranderd, er ooit moet hebben uitgezien. Zorgvuldig werd hij gerestaureerd en deels opnieuw opgetrokken. Op zaterdag 3 mei 1947 werd hij uiteindelijk ingewijd.

 

Die meest recente geschiedenis van de kapel is overigens binnen nog goed te zien. Zeven door freule Ghisèle Waterschoot van der Gracht gebrandschilderde ramen, tonen zaken als de bevrijding van Breda door de Polen, de belofte van Mgr. Hopmans en de sleuteloverhandiging van Sint Judocus aan Maria. En zo staat tussen de hectiek van Hema, Xenos en draaiorgel een fraai rustpunt, vol geurende kaarsen en met serene sfeer.

 

 

 

 

24 oktober 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN