Smellekens

 Valkjes in mini-formaat

 

 

 

smelleken

 

Een smelleken loert met zijn scherpe ogen over het kale land.

 

 

Smellekens zijn de kleinste vertegenwoordigers van de valkenfamilie.

 

 

Deze razendsnelle vogeljagers bezoeken ons land alleen tijdens de trek en in de winter. Het open karakter van het Nederlandse landschap komt overeen met dat van de broedgebieden: de kale toendra's in noordelijk Europa. Vanwege hun geringe formaat worden deze oogstrelende valkjes in mini-formaat nauwelijks opgemerkt. Misschien heeft u zelfs nog nooit van smellekens gehoord? Hoog tijd dus voor een nadere kennismaking.

 

De geringe grootte van een smelleken wordt duidelijk aan de hand van lichaamsgewichten: het mannetje weegt gemiddeld zo'n 170 gram en het vrouwtje 200. De wijfjes zijn doorgaans groter en zwaarder. Dit gegeven is niet specifiek voor smellekens. We zien dat verschil in grootte ook bij andere soorten roofvogels zoals slechtvalk, havik en sperwer. Smellekens zijn pure vogeljagers. Zo'n 80 tot 90 procent van zijn prooien bestaat uit kleine vogels. Bij het bemachtigen van prooi blijft een smelleken laag boven de grond en jaagt zelden hoog in de lucht. Piepers, leeuweriken, tapuiten, vinken en gorzen prijken op de menulijst. Een twijfelachtige eer overigens! Grotere vogels zoals lijsters (kramsvogels, koperwieken) zijn ook wel eens de klos en bij uitzondering nog zwaardere, zoals tafeleend, wintertaling en houtsnip. Dat het smelleken, ondanks zijn geringe grootte, in staat is naar verhouding grotere prooien te pakken, dankt hij aan zijn snelheid, robuuste bouw en kracht. Ook in de winter zijn smellekens vogels van het open land. Veelbezochte gebieden bij ons zijn polders, riviermondingen, wadden en schorren. Maar ook in ogenschijnlijk kaal aardappelland spiedt het smelleken naar prooi. Het enige wat hij hierbij nodig heeft, is een verhoging in de vorm van een forse, opstaande kluit. Want een smelleken heeft graag zicht op zijn omgeving. Zo betrap ik ze wel eens op het kale bouwland ten zuiden van de Amer. Het landbouwgebied tussen Lage Zwaluwe en Drimmelen is een vlak terrein. Het vergt alleen wat geluk en oplettendheid. In die donkere bouwvoren valt zo'n klein valkje nauwelijks op. Als je zo'n vogel ontdekt, kan de auto in negen van de tien gevallen fungeren als rijdende schuilhut. Tijdens het rijden ontdek ik zo'n vogel op een dun takje. Wat een buitenkansje! Langzaam dichterbij, de motor uit en het raam open. Zo'n werkwijze is echter niet altijd zaligmakend. Iedere vogel reageert namelijk anders. Sommige vliegen op 100 meter al weg. Maar dit exemplaar blijft zitten en kijkt spiedend in het rond. De vogel schijnt niet echt hongerig te zijn. Over het bouwland dansen groepen trekkende veldleeuweriken en graspiepers. Het kenmerkende geluid van de genoemde zangvogels is duidelijk te horen. Het smelleken kijkt wel naar de voorbijkomende vogels, ziet ze ook ongetwijfeld, maar komt niet in actie. Scandinavische en Russische smellekens komen 's winters meestal niet verder zuidelijk dan Zuid-Europa en Noord-Afrika. Noord-Amerikaanse smellekens trekken verder en vele overwinteren in de tropen. Daar jagen zij door cactuswildernissen en over uitgestrekte lagunes en zoutpannen.

 

 

 

1 november 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN