logo (7)

 

 

Opperrechter:

 

“Houd nou eens op

over strenger straffen”

 

 

eric van emster

 

Mr Eric van den Emster:

“Dat idee van dat strenger straffen wordt wel steeds opnieuw gevoed,

in de politiek en de media, maar in de praktijk blijkt het reuze mee te vallen.”

 

 

“De integriteit, de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter:

dat vindt de burger het belangrijkst als het over rechtspraak gaat.”

 

 

Strenger straffen. Harder aanpakken.

Er gaat haast geen Kamerdebat of nieuwsuitzending voorbij

of er komt wel weer een of ander pleidooi van die strekking voorbij.

 

 

Elk zichzelf respecterend Kamerlid weet van tijd tot tijd wel een misstand te vinden die ‘harder moet worden aangepakt.’ En de samenleving? Die lust er wel pap van, zo is de algemene veronderstelling.

 

Nou, dat valt nog te bezien, denkt mr Erik van den Emster, voorzitter van de Raad voor de Rechtspraak. “Zeker, er is verschil tussen wat de samenleving met straffen wil en wat de professionele rechter wil. Ik denk dat dit onvermijdelijk is. De rechter houdt veel meer strafdoelen in het oog dan alleen de vergelding van het aangedane leed. Je ziet ook dat naarmate de informatie van de burger toeneemt, het verschil in bestraffingsniveau terugloopt. Wat je ook ziet, is dat het de burger eerst en vooral om de kwaliteit van de rechter te doen is. De integriteit, de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter: dat vindt de burger het belangrijkst als het over rechtspraak gaat. De roep om strenger straffen staat pas op de zesde plaats. De onkreukbaarheid van de rechter wordt veel belangrijker gevonden. Dat idee van dat strenger straffen wordt wel steeds opnieuw gevoed, in de politiek en de media, maar in de praktijk blijkt het reuze mee te vallen.” Het is al lang niet meer waar dat in Nederland veel lagere straffen worden opgelegd dan in ons omringende landen. “In 1975 zaten op 100.000 inwoners 35 volwassenen in de gevangenis. Nu zijn dat er 150, ruim een verviervoudiging. We hebben ongeveer anderhalf keer zoveel gedetineerden als onze buurlanden België en Duitsland en ongeveer evenveel als het Verenigd Koninkrijk, dat er twintig jaar geleden nog tweeënhalf keer zoveel had als wij. Bovendien: onze vervroegde invrijheidstelling na het uitzitten van twee derde van de straf is onlangs voorwaardelijk geworden. Als je je niet goed gedraagt, word je zo weer opgesloten. In een land als België zit een gedetineerde maar een derde van zijn straf uit. Je moet de netto straffen vergelijken, niet de bruto.”

 

Strenger straffen wérkt ook niet, meent Van den Emster. “Het lost niets op, integendeel. Kijk, toen ik studeerde, dertig jaar geleden, was resocialisatie het hoofddoel van de straf: zorgen dat de gedetineerde na zijn straf weer zo goed mogelijk terechtkomt in de maatschappij. Het klopt natuurlijk wel dat een veelpleger als je hem maar lang genoeg opsluit niets kan uitrichten zo lang hij vast zit. Maar vroeg of laat komt hij een keer vrij. En hoe komt hij dan terug? Te vaak als iemand die niet toegerust is om zich in de maatschappij te bewegen. Iemand die vervalt in hetzelfde gedrag. We hebben recidivepercentages tot wel zeventig procent. De versobering van het gevangenisregime doet daar ook geen goed aan.” Wat willen we in hemelsnaam bereiken met zwaardere straffen, vraagt Van den Emster zich af. “Welk rechtvaardigheidsdoel dien je als je iemand voor een poging tot doodslag twaalf jaar vastzet in plaats van zes? We weten dat mensen die vier of vijf jaar uit de samenleving zijn, minder kans maken om daar weer enigszins normaal in terug te keren. Dat kan toch de bedoeling niet zijn, dat we mensen als het ware zo lang mogelijk vasthouden met alle risico's vandien.” En dan was er de commotie over de uitzending van het tv-programma Zembla van oktober 2007 onder de prikkelende titel ‘Moord, doodslag, taakstraf?’ Gesuggereerd werd dat je er in Nederland, zelfs bij zware misdrijven, nogal makkelijk met een taakstraf af kunt komen. Justitie liet de zaak onderzoeken. Over straffen valt te twisten, vinden ook de onderzoekers, maar echte misstanden zijn ze niet op het spoor gekomen. In het onderzoeksjaar 2006 bleek de rechter in geen enkel geval van bewezen verklaarde moord of doodslag een taakstraf te hebben opgelegd. Er bleef één zaak over (een poging tot doodslag) waarin de beoordelaars de opgelegde straf te licht vonden, in zes zaken (allemaal zedenzaken) verschilden ze van mening.

 

Van den Emster: “Het is in elk geval bepaald niet waar dat wij voor heel zware delicten een taakstraf opleggen, maar je moet er wel genuanceerd naar kijken. Er zijn zedendelicten afgedaan met taakstraffen. Dan ging het bijvoorbeeld over een afgedwongen tongzoen. Als daarvoor een taakstraf wordt opgelegd, begrijpt een normale burger dat best. Taakstraffen kunnen grote voordelen hebben, al was het maar omdat ze meer effect hebben in het voorkomen van recidive. Voorwaarde is wel dat de taakstraf goed moet worden gevolgd en dat die ook echt als straf wordt ervaren, zowel door de dader als door de samenleving.” Het aantal vrijspraken is de afgelopen jaren weliswaar gestaag toegenomen van 4,5 naar 7 procent, voor Van den Emster valt dit nog ruimschoots binnen aanvaardbare marges. In West-Brabant was er afgelopen weken beroering over de vrijspraak van drie jonge mannen die werden verdacht van de brutale overval op de familie Wezenbeek in Kruisland. Onverteerbaar zo'n vrijspraak, vond menigeen. Vanzelfsprekend kent Van den Emster die zaak niet. Maar in zijn algemeenheid: “De ene vrijspraak is de andere niet. Is het dossier slecht of is er eenvoudig niet meer bewijs te leveren? Je kunt je ook afvragen wat de positie van het Openbaar Ministerie is. De officier van justitie kan er mee worstelen: moet ik seponeren of zal ik deze ernstige zaak aan de rechter voorleggen? Daar is niets mis mee. Je riskeert een vrijspraak. De zaak van de Hell's Angels is daar een goed voorbeeld van. De officier mag best proberen om een dergelijke club zo aan te pakken. Welnu, de rechter zegt: dat kan niet. Dat wil nog niet zeggen dat het onderzoek slecht was. Laten we wel wezen: de burger zit er toch ook niet op te wachten dat een rechter zegt: u heeft de schijn tegen, ik veroordeel u maar. En rechters maken ook fouten, daar vertel ik niets nieuws mee. Er was laatst iemand die tegen me zei: wanneer komen jullie nu eens van het idee af dat jullie onfeilbaar zijn? Alsof we ooit dat idee gehad hebben. Waarom hebben we een heel systeem met hoger beroep en cassatie opgetuigd als we zouden denken dat we onfeilbaar zijn?”

 

Dat maakt de vraag wat nu eigenlijk een rechterlijke dwaling is ook nogal hachelijk. Zeker, fouten zijn fouten. Van den Emster wil er zelf best één erkennen: “Als jonge rechter heb ik eens een fout gemaakt in een huurzaak door een verkeerde beroepstermijn aan te nemen. Gewoon fout. Ik heb ook wel eens een rechter terechtgewezen die zaken in een vonnis opnam, waar niemand naar gevraagd had. De meeste klachten over rechters gaan daar echter niet over: die gaan over de bejegening van mensen (in de rechtszaal). Maar een vonnis, gevolgd door een heel andere uitspraak in hoger beroep? Zo zit ons systeem nu eenmaal in elkaar, dat je over een zaak verschillend kunt oordelen. De rechter is over de inhoud van wat hij doet nooit verantwoording verschuldigd. Daar mag niemand zich mee bemoeien, de onafhankelijkheid van de rechter is cruciaal voor ons rechtssysteem. Ja, maar de rechter heeft een fout gemaakt, heet het dan. Wie bepaalt dat? De bewijsgaring in een zaak is niet mathematisch, het is mensenwerk. Niet één plus één is twee, maar is die getuige geloofwaardig? Daar kun je verschillend over denken.” Natuurlijk kunnen rechters echt over de schreef gaan. Ze kunnen zelfs worden ontslagen door de Hoge Raad. Dat komt vrijwel nooit voor. Wel krijgen rechters wel eens een waarschuwing. Er circuleert een plan om daar een berisping van te maken. En er is de ‘tijdelijke buitendienststelling’ al dan niet met inhouding van salaris. Tuchtrechtelijke maatregelen die Van den Emster graag binnenskamers houdt. “Ik ga die niet in de krant zetten. Dat heeft met vertrouwen te maken. Hoe moet anders een rechter die een keer berispt is geweest nog functioneren?”

 

Van den Emster ziet rechters nog wel verder specialiseren, maar niet tot in het oneindige. “Heel specifieke rechtsgebieden als de intellectuele eigendom of bancaire fraude kun je beter door één gespecialiseerde rechtbank laten doen. Het geldt voor elk vak: je moet voldoende volume hebben, ook aan zaken, om ze goed te kunnen doen. Maar in feite ben ik een generalist. De 2300 rechters die we hebben, kunnen in specialisatie nooit op tegen de 15.000 advocaten in ons land. Volstrekt onmogelijk. Ik weet ook wel dat een hartchirurg niet na een paar jaar voor oogarts gaat spelen, maar die vergelijking vind ik niet opgaan. Rechter zijn is al een specialisme. Een rechter die van sector switcht, bijvoorbeeld van straf- naar bestuursrecht, moet een verplichte cursus doen. En wat wij van de techniek, bijvoorbeeld van DNA, moeten weten is wel bij te sloffen.” In rechtersland leeft wel veel onrust over een plan van minister Ernst Hirsch Ballin van Justitie om de rechterlijke organisatie te moderniseren. Dat plan behelst onder meer de mogelijkheid om rechters over te plaatsen als er elders (op een andere rechtbank) meer werk is. Nu worden rechters in een bepaalde rechtbank benoemd en geen mens die ze kan dwingen elders te werken. De Nederlandse Vereniging voor Rechtspraak (een soort vakbond voor rechters) schreeuwt moord en brand. Van den Emster: “Alsof het over een voorgenomen strafoverplaatsing voor kneuzen zou gaan. Dat is taal van een vakbond. Ik denk dat het allemaal wel los zal lopen. Het is toch niet uit te leggen dat in Dordrecht zaken op de kast liggen, die de rechtbank in Rotterdam er zo bij kan doen. Toen ik rechter was in Breda, was ik tevens plaatsvervanger in Middelburg. Daar deed je in de winter een horde zaken af die buitenlanders in de zomer in Zeeland hadden veroorzaakt. Prima toch. Ik kan me best voorstellen dat een rechter in de toekomst overal in Nederland moet kunnen bijspringen.”

 

Die ruimhartige benadering kiest Van den Emster ook als het gaat om de gerechtelijke kaart van Nederland. Moet bijvoorbeeld Tilburg, als zesde stad van het land niet een eigen rechtbank hebben? Nu moeten Tilburgers naar Breda. “Dat is maar gedeeltelijk waar, want in Tilburg wordt ook rechtgesproken. Er zitten kantonrechters en ook de politierechters houden er sinds jaar en dag zitting. Maar ik zie eerder een tendens tot schaalvergroting dan tot schaalverkleining. Hoe regel je de beveiliging? Zelfs voor een familiezaak kunnen de risico's al groot zijn. Een rechtbank is daarop ingesteld, een of andere nevenvestiging meestal niet. En waar hebben we het helemaal over. Mensen gaan naar de Maladiven of het hun achtertuin is en naar Zwitserland voor een weekendje skiën. Kunnen ze dan voor die één of twee keer dat ze in hun leven op een rechtbank moeten zijn, niet meer dan twintig kilometer rijden?”

 

 

 

 

Een bijdrage van Redactie: Breda-en-alles-daaromheen.

 

10 augustus 2008

 

Home

 

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN