Bron: www.bndestem.nl

 

Stripbeurs in Breda

trekt duizenden bezoekers

 

 

 

BREDA - Een kleine 4500 bezoekers uit binnen- en buitenland bezochten

afgelopen weekeinde de Stripbeurs in het racketcentrum in Breda.

 

 

“Daarmee is voor eens en altijd bewezen dat Breda toch echt dé stripstad van Nederland is,” meent Rob van Bavel, een van de organisatoren van de beurs. Tot tien jaar geleden was Breda beroemd vanwege de jaarlijkse stripdriedaagse die in het Turfschip werd gehouden. Door sloop van dat gebouw kwam er een einde aan die traditie. Op initiatief van de vereniging Strip Promotions was er dit jaar na al die tijd opnieuw een stripbeurs in Breda. Tot vreugde van veel nostalgische liefhebbers. De organisatie spreekt van zo’n succes dat ernaar wordt gestreefd om de beurs volgend jaar weer in Breda te houden.

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

Op jacht naar dat ene ontbrekende stripboek

 

 

BREDA – “Ik heb hem!”

Op de parkeerplaats van het racketcentrum in Breda

opent Joop de Gooijert uit Kerkdriel enthousiast

een plastic tasje en vist er een stripboek uit. “Duranco.”

 

 

“Colorado,” tikt hij op de kaft. “Van de veertien delen die in deze serie uitkwamen, had ik deze nog niet. Hij wordt niet meer uitgegeven.” Hij vond hem dit weekend op de stripbeurs in Breda. Joop is op stap met broer Kees. Beiden zijn fanatieke striplezers. Al vanaf hun vierde. “We hadden thuis stripblad Fix en Fox.” De broers voldoen redelijk aan het stereotype stripbeursbezoeker. Mannelijk, niet piepjong, beetje buikje, spijkerbroek, jack en linnen tasje. Mannen die, zodra ze het over hun liefde voor de strip krijgen, een guitige blik in de ogen krijgen, een beetje lachen. Ze geven toe: “Stripliefhebbers zijn volwassen kerels die ergens het liefste jongens waren gebleven.” En Kees en Joop vertellen over de avonturen uit hun boeken. De zeeschepen, de ridders, de westerns. “We wilden het allemaal zelf beleven. Alleen de ruimte,” kijkt Kees naar Joop. “Nee, de ruimte wilden we niet in.”

 

 

strip-2

 

Daarmee wijken ze dan toch weer af van heel wat andere beursbezoekers. Al meteen nadat om 10.00 uur zaterdag de tweedaagse beurs begint, vormt zich immers voor de kraam waar de makers van de strip Storm zitten, een lange rij. “Storm, pff,” verzuchten de Bredanaars Martijn Cremer (27), Colin van den Muijsenberg (25) en Eric van Leent (45). De drie beginnen te praten. Over hoe Storm is getekend. “Geen klare lijn, maar realistisch.” Over de prachtige Roodhaar. De sciencefictionverhalen en over Don Lawrence, de inmiddels overleden oorspronkelijke tekenaar. “Die meer schilderde dan tekende. Een echte kunstenaar.” En ze halen Trigië aan, een andere strip van Lawrence. “Ah, Trigië,” zwijmelt rond 13.00 uur zaterdag voor in de Storm-wachtrij Nathalie (39). Ze zit in kleermakerszit op de grond. Een studieboek op schoot. Want ja, de huidige Stormtekenaars Romano Molenaar en Jorg de Vos zijn net even lunchen. “Ik zit hier nu een uur of drie te wachten.” Haar kinderen vermaken zich verderop prima met de bouw van een Rode Ridder-kasteel. Moeder wacht. Als het moet, de hele dag.

 

Nathalie is superfan. Kreeg op haar vierde haar eerste Trigië-boek. Was zo zwaar onder de indruk van held Trigo uit de strip dat ze uiteindelijk trouwde met zijn evenbeeld. Nathalie houdt van de grafische kwaliteit van de boeken. Vindt het ook vooral leuk hoe je in strips verbeeld ziet wat de makers fantaseerden. “Zonder dat alles tot in detail is ingevuld.” En ja, Nathalie gaat ver in haar liefde voor (sciencefiction) strips. En ze knikt naar een paar volwassen kerels die een eindje verderop verkleed als Star Wars-helden rondstruinen. “Dat zou ik dus ook kunnen doen.” Terwijl achter haar in de stand van Eppo de rij wachtenden voor Henk Kuijpers, tekenaar van Franka, langer en langer wordt - het signeren van stripboeken duurt nou eenmaal even, een tekenaar zet geen handtekening, maar maakt meteen een poppetje - wachten maar drie mensen voor IJsbrand Oost, jonge schepper van stripfiguur Max Miller. Oost is in zijn nopjes. Hij vindt het geweldig om in Breda te staan. “De plaats waar ik als Eppo-lezend jongetje vroeger al kwam om de stripdriedaagse te bezoeken.” En kijk nu: “Nu sta ik zelf te signeren in Breda en werk bij de nieuwe Eppo.” Een jongensdroom is uitgekomen.

 

strip-5

 

Breda. Vraag het Martijn, Colin en Eric en ze stralen. “Zo goed dat de beurs na, hoeveel zou het zijn, tien jaar, weer terug is waar hij hoort,” zegt Colin. Martijn: “De stripbeurs hoort in Breda zoals het jazzfestival hier hoort.” Breda voelde zich zonder beurs geamputeerd. “Ja, Breda is de stripstad,” vindt ook beursorganisator Rob van Bavel. En lachend neemt hij het ene na het andere compliment in ontvangst van zeer tevreden klanten. “Goed dat de strips weer thuis zijn,” klopt een voorbijganger hem op de schouder. En op gaat hij weer in de massa van honderden bezoekers. Snuffelend langs kraampjes met boeken en prullaria. Zoekend naar dat ene ontbrekende boek, hunkerend naar die ene artiest. Of zich vergapend aan de enige kraam die zich mag verheugen in vrouwenaandacht. Die met Manga’s. Japanse strips: “Die hebben wat meer verhalen die vrouwen aanspreken,” weten in de kraam Sanne Tran en Marianne Elsendoorn. Zij zijn het eens met Nathalie, die beweerde dat veel strips door mannen zijn gemaakt met verhalen die meer mannen dan vrouwen aanspreken. Al denkt Van Bavel: Nee, de man is visueler ingesteld. Daarom houdt hij meer van strips. En, terwijl het bij veel artiesten drukker en drukker wordt, zit de Rotterdamse tekenaar Richard de Regt moederziel alleen in zijn kraampje een beetje te schetsen. Hij geeft een stripmaandblad uit, vertelt hij. Al 25 jaar. Drie tekenaars werken eraan mee. En, mompelt hij: “We hebben ook drie abonnees.” Wie zouden dat nou zijn?

 

 

 

 

2 maart 2009

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN