logo (4)

 

“Wij zijn de

super-verhalenvertellers van Breda”

 

 

schulten-machielsen

 

Dr. Jan Schulten (l) en verenigingsvoorzitter Jan Machielsen

voor het oorspronkelijke gemeentearchief op het Stadserf.

 

 

 

  Het kan haast niet missen.

 

Als de geschiedenis zich herhaalt - wat zij doet - dan herhalen

de geschiedschrijvers zich met haar mee.

 

 

Zie de geschiedkundige vereniging De Oranjeboom, die zich nu zestig jaar bezighoudt met de historie van stad en regio van Breda. Zes decennia waarin een keur van auteurs - vakhistorici, gemeentearchivarissen, museum-conservators, maar ook gerenommeerde amateurs - de meest uiteenlopende facetten van de geschiedenis van Breda en de Baronie hebben uitgeplozen. Waarna ze hun bevindingen publiceerden in het jaarboek Oranjeboom, waarvan enkele weken geleden de jongste editie verscheen.

 

Toen de per 1 januari 1948 opgerichte Geschied- en Oudheidkundige Kring van Stad en Land van Breda, “De Oranjeboom” op 28 februari van dat jaar haar eerste algemene ledenvergadering hield, gaf secretaris P. Scherft een lezing over 'De heren van Breda in de Bourgondisch-Habsburgse tijd.’ Het was ook meteen de titel van het eerste artikel in het allereerste jaarboek van De Oranjeboom, dat eind '48 verscheen. Daarbij ging het dus over de Nassaugraven van Breda, die letterlijk aan de wieg van het Huis van Oranje Nassau stonden. En waaraan wijdt de jubilerende Oranjeboom het symposium waarmee ze komende vrijdagmiddag haar 60-jarig bestaansfeest viert? Precies: aan de Bredase Nassaus en hun hofcultuur (zie kaderverhaal). Die cirkel is dus alvast weer rond. Als je het al niet wist, zou je zeggen: de heren hebben historisch besef... Dat is natuurlijk een understatement van jewelste. Het jaarboek - waarvan samenstelling en uitgave de belangrijkste én bekendste activiteit van de vereniging is - heeft de reputatie van een instituut. De zestig banden bevatten 450 wetenschappelijk geannoteerde artikelen; wat wil zeggen dat al die bijdragen van voetnoten en bronvermeldingen zijn voorzien. Afhankelijk van de schrijfstijl van de auteur, kan dat de onvoorbereide leek nog wel eens een gortdroog artikel opleveren, terwijl andere bijdragen dan weer lezen als een trein.

 

Onder de juist als redactievoorzitter afgezwaaide Oosterhoutse historicus dr. Jan Schuilten - in totaal was hij 23 jaar bestuurslid - is de gemiddelde schrijfstijl de afgelopen tien jaar wel toegankelijker geworden. “Geschiedenis moet goed leesbaar zijn,” vindt de 75-jarige oud-KMA-docent. “Als het niet goed leest, is 't niks.” Dat uitgangspunt huldigt ook Schultens opvolger Frans Gooskens (51), wiens ambitieuze positiebepaling van De Oranjeboom wel verplichtingen schept. “Wij zijn de super-verhalenvertellers van Breda,” stelt de Bredase mediëvist en ict'er. “De Oranjeboom zorgt ervoor dat de inwoners van Breda en Baronie geïnteresseerd zijn in het verleden. Onze auteurs leveren door hun onderzoek het materiaal voor die verhalen, die voortdurend worden doorverteld en in nieuwe vormen gepubliceerd. En vergis je niet: veel historische verhalen zijn vaak fantastischer dan je zelf kunt verzinnen.” Als voorbeeld verwijst hij naar zijn eigen publicatie over Anselmus Fabri. “Zo'n jongetje van de Haagdijk dat bijna paus wordt, dat verzín je niet.” Intensievere begeleiding van de auteurs staat dan ook hoog op Gooskens' shortlist van beleidsvoornemens. “Het is een uitdaging eigen Oranjeboom-auteurs op te kweken,” belooft hij.

 

Zelfbewust als Gooskens moge klinken, snoeverij kan de nieuwe man niet verweten worden. De in totaal twaalfduizend pagina's beslaande geschiedschrijving van De Oranjeboom vormt een kennisbron die zo gezaghebbend is, dat je gerust kunt stellen dat degene die historisch onderzoek naar (de Baronie van) Breda verricht en daarbij De Oranjeboom niet raadpleegt, er eigenlijk wel meteen mee kan ophouden. Afgezien van een relatief geringe gemeentelijke jaarsubsidie, is deze onmisbare fundgrube voor historische onderzoekers - van academici tot scriptie schrijvende scholieren - intussen wel grotendeels door de verenigingsleden bekostigd. Het bestuur bestemt namelijk 95 procent van de jaarcontributie aan de uitgave (leden ontvangen het jaarboek gratis). Maar met een door de jaren heen tussen de 450 en zevenhonderd schommelend ledental, is de gehandhaafde continuïteit niet vanzelfsprekend.

 

Het huidige aantal van 528 leden (merendeels uit Breda en Oosterhout) ervaren de verenigingsbestuurders in dit verband niet als problematisch, al zullen de topjaren '70 (met pakweg zevenhonderd leden) hen wel eens met toepasselijk heimwee naar het verleden vervullen. Moet het verenigingsbestuur zich zorgen maken over de centen, de redactiecommissie draagt de inhoudelijke zorg voor het jaarboek. Met gebrek aan bijdragen worstelt ze zelden; slechts eenmaal moesten om reden van kopij-nood twee jaarboeken in één band worden gebundeld. Het aantrekken en belonen van auteurs levert de redactiecommissie zelden onoverkomelijke problemen op. Het prestige van De Oranjeboom en de eer daarin te publiceren, vormen voor de scribenten gewoonlijk reden genoeg om met de maximale vergoeding van twee gratis jaarboeken genoegen te nemen. Schulten: “Als het boek er mooi uitziet, dan willen ze er graag in. Gelukkig maar, want als je wetenschappelijke auteurs moet gaan honoreren, is zo'n jaarboek onbetaalbaar.”

 

Dat laatste zal hij enkel in financiële zin bedoelen.

 

www.deoranjeboom.nl

 

 

Een bijdrage van Redactie: Breda-en-alles-daaromheen.

 

12 april 2008

 

Home

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN