Bron: BN-DeStem

 

Toen het Heuvelkwartier nog een dorp was...

 

 

heuvel-1

 

Met de hele buurt gingen we vaak zwemmen in Het Ei en natuurlijk gescheiden van de jongens, want dat was gevaarlijk?

 

 

 

 

heuvel-2

 

Het Heuvelkwartier was eind jaren vijftig een kinderrijke buurt.

 

 

 

 

heuvel-3

 

Jongens en meisjes gingen in die jaren vijftig naar aparte scholen.

Jongens in Het Heuvelkwartier naar de Lourdesschool en naar de later gebouwde scholen Clemens I, II en III.

 

 

 

 

heuvel-4

 

“Voor Ankie was het heel belangrijk dat zij bij de wandelsport zat.

De vereniging zat in de Van de Spiegelstraat.

Er was in die tijd niet veel voor de jeugd.”

 

 

BREDA - Vroeger als Rob Blokland uit het raam van zijn huis aan

de Heuvelbrink keek, zag hij tientallen spelende kinderen.

 

 

Hun opgewonden stemmen weerkaatsten tegen de wanden, hun voetballen stuiterend tegen een muur. Het waren de vroege naoorlogse jaren. Het Heuvelkwartier was een nieuwbouwwijk. Vol jonge, grote gezinnen. “De wijk was als een dorp,” zegt Blokland. Waar iedereen elkaar kende, de sociale samenhang groot was. Met de kerk Onze Lieve Vrouwe van Altijddurende Bijstand als kloppend middelpunt. “Op zondagochtend zag de Heuvelbrink zwart van de kerkgangers,” herinnert (de protestante) Blokland zich.

 

Het Heuvelkwartier was een wijk die door de tijd heen veranderde. Kinderen groeiden op en vlogen uit, de stemmetjes verdwenen uit de straten, er kwamen mensen uit andere landen wonen. Het dorp werd stadser. Op een dag, toen Blokland met wat oudere wijkbewoners herinneringen ophaalde, kreeg hij een idee. “Ik dacht: als we nou eens verhalen van vroeger verzamelen en die op termijn uitgeven.” Dat moest, vermoedde hij, bij de bewoners het dorpse Heuvelgevoel instandhouden. De wijkraad werd enthousiast, er werd een website in het leven geroepen en (ex)bewoners begonnen massaal hun herinneringen op te sturen. Een selectie uit die verhalen is nu gebundeld in een boekje. Zaterdag wordt het gepresenteerd en vervolgens huis-aan-huis verspreid. Wat er zoal in staat? Blokland kijkt met een schuin oog naar Corry Boerman. Zij selecteerde verhalen, redigeerde ze samen met Joost Winter. Boerman pakt het boekje op, bladert. “Het verhaal van Wiekske,” zegt ze. “Drie buurtbewoners begonnen erover.” Wiekie Nooijen, een jongen die ergens in de jaren vijftig tijdens het spelen onder een auto kwam. Hij overleed. Blokland, die zijn hele leven doorbracht in het Heuvelkwartier, weet nog: “Iedereen had het er destijds over. Die auto's, het was de angst van alle moeders.” Meer leed borrelt op. Blokland begint over het opmerkelijke ronde hek op het Dr. Struyckenplein. “Weet je waarom dat er staat,” vraagt hij. En zonder dralen vertelt hij hoe om het Heuvelkwartier te bouwen de boomgaard van boer De Lange moest wijken. De arme boer kon de onteigening niet aan en hing zich op aan één van zijn bomen. Ter herinnering aan de boer, het leed en zijn bedrijf werd één boom van zijn land behouden. Er kwam een hek omheen. “Dat had hele scherpe punten,” zegt Blokland. “Eén daarvan doorboorde nog eens het dijbeen van John Schouten toen die erover heen wilde klimmen.” De boom is dood. Het hek staat er nog.

 

Het Heuvelkwartier. Wie het boekje doorbladert, hoort in de verhalen de melancholieke stem van de nostalgie. Neem dat van die bewoonster, die schrijft: “Ik ben eens gevlucht voor de grote jongens van de visboer. Anita en ik hadden een scheldwoord door hun brievenbus gegooid en toen stuurde de moeder haar zoons op ons af. We vluchtten de kroeg in de Oranjeboomstraat in, waar we ons onder de tap mochten verstoppen.” Wat verderop meldt ze: “Als ik op mijn moeders naaimand klom, kon ik door de hoge, kleine raampjes aan de voorkant van het huis naar buiten kijken, naar alles wat op straat gebeurde en dat was veel! De schillenboer, groentenboer, olieboer, kolenboer. (...) de melkman met losse melk, de loopjongen van de kruidenier die met het boekje de trap opkwam waar mijn moeder de boodschappen in schreef (...)” En dan de herinneringen aan markante wijkgenoten. Zoals over tante Betsie. “Betsie Poep. Tjeetje wat was ik bang voor haar.” “Op de hoek van de Flierstraat woonde tante Betsie. Ze had onnoemelijk veel poezen. De kinderschare op weg naar de speeltuin kon het nooit laten naar boven te roepen: “Betsie mogen we je poezen zien...” “Betsie werd dan woedend en gooide emmers water naar beneden. ‘s Nachts droomde ik dat ze achter ons aankwam. Betsie, ze bleek verstandelijk gehandicapt en was een makkelijk doelwit voor kindergetreiter.”

 

Heuvelverhalen.

 

Het boekje rept over bewoners als Harry NAC, over verschillende pastoors. De verenigingen komen aan bod, herinneringen aan het carillon, aan de scholen, de markten, de spelletjes op straat. Het is een boekje vol warmte. Vol herinneringen aan het Heuvelkwartier van weleer. Wie weet, hoopt de stichting Wijkbelang Heuvel, wie weet brengt het boekje wat van dat oude vuur over op de nieuwe bewoners. En blijft de wijk gezellig als toen. Heuvelverhalen, wordt huis-aan-huis verspreid in het Heuvelkwartier. Het heeft een oplage van 5000. Zie ook: www.heuvelverhalen.nl

 

 

 

14 november 2008

 

Home

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN