logo (4)

 

Tolheffing was voorloper van wegenbelasting

 

 

chris buiks

 

Chris Buiks, bioloog en streekhistoricus, op de Oosterhoutseweg, die ooit door Napoleon werd aangelegd.

 

 

Lang voordat in 1926 de Wegenbelastingwet van kracht werd,

gold er een tolheffing voor gebruikers van verharde wegen.

 

 

Tijdens de Franse overheersing in Nederland (1795-1813) wilde Keizer Napoleon Bonaparte alle uiteinden van zijn rijk verbinden met Parijs. In ons land was een weg tot aan Den Helder gepland, maar tot 1813 werden slechts kleine delen van het tracé verwezenlijkt. Lodewijk Napoleon, die tot Koning van Holland was verheven, begon met de aanleg van een aantal brede, rechte wegen, zodat het leger zich sneller kon verplaatsen. Aan weerszijden omzoomd door bomen, voor beschutting tijdens de hitte. De huidige Oosterhoutseweg, de laatste tijd vaak in het nieuws door de moeizame reconstructie, is van oorsprong zo'n historische Napoleonsweg.

 

Streekhistoricus Chris Buiks weet er alles van. Op het terras van het onlangs vernieuwde café Tramzicht 't Zwaantje in Teteringen wijst hij naar een groepje bomen aan zijn linkerkant. “Die eiken daar zijn tweehonderd jaar oud. Ze zijn geplant toen de Napoleonsweg werd aangelegd.”

 

Waar nu bussen rijden, reed vroeger een diligence. En waar nu stoplichten staan, was een slagboom. “Dat was de barrière, waar de tol werd geheven,” vertelt Buiks. “Om de weg te onderhouden, moest er geld in het laatje komen. Vergelijk het maar met de huidige wegenbelasting. De Domeinen verpachtten de tolweg aan de hoogstbiedende.” In ruil daarvoor mocht de pachter in het tolhuis wonen, maar hij moest wel dag en nacht paraat zijn om de slagboom te bedienen. Een zekere Johannes Oomen betaalde in 1846 een bedrag van 1700 gulden voor de pacht van de tol bij herberg De Zwaan. Een heel bedrag voor die tijd en dan moest er ook nog winst worden gemaakt. “Er was altijd volk onderweg,” vertelt Buiks. “Gemotoriseerd verkeer was er niet, maar dit was de doorgaande weg naar Geertruidenberg en naar Holland. Er passeerden veel karren, rijtuigen en diligences. Mensen gingen op bedevaart of waren onderweg naar kermissen en jaarmarkten. Meestal te voet. Ze hadden vaak dieren bij zich en daarvoor moest ook worden betaald.” De tol was alleen van kracht voor doorgaand verkeer. Wie in de buurt van de tol woonde was vrijgesteld. Dat gold ook voor de postbode, de Prins van Oranje en Koning Lodewijk Napoleon. Militaire transporten hoefden niet te betalen en ook voor de aan- en afvoer van fabrieksproducten werd niets in rekening gebracht. Personen die vaak langs de tol moesten, konden die afkopen. Zij hadden als het ware een soort abonnement. De tolpachter mocht het tarief 's winters verdubbelen. “Dan was de weg modderig en raakte makkelijk beschadigd,” verklaart Buiks.

 

“Wie de tol via omwegen probeerde te ontduiken, kreeg een boete en dan kon zelfs het voertuig in beslag genomen worden. De tolpachter had recht op een deel van die boete. Maar dat gebeurde niet vaak, want de tolwegen bespaarden tijd. Ze waren beter onderhouden dan de onverharde wegen en vormden de kortste route van A naar B.” De tol was meestal gevestigd bij een café of herberg, waar passanten zich tijdens een tussenstop konden verkwikken. “Veel herbergen droegen de naam “Zwaantje” en daar zijn meerdere verklaringen voor,” aldus Buiks. “Eén ervan is dat een zwaan met zijn lange nek onder water gaat, dus een echte nathals is.” De Oosterhoutseweg is ongeveer zestig jaar tolweg geweest. De tolhekken verdwenen definitief toen in 1880 de stoomtram zijn intrede deed.

 

 

Zie ook: Teteringen in beeld

 

 

Een bijdrage van Redactie: Breda-en-alles-daaromheen.

 

21 mei 2008

 

Home

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN