Bron: BN-DeStem

 

Veel gevoelens in de sport weggestopt

 

 

sport-1

 

Als je zelf niet moeilijk doet over je homo-zijn, doen anderen dat ook niet, aldus Johan Kenkhuis (midden).

Foto's afkomstig uit Gelijkspel.

 

 

 

 

sport-2

 

Dressuurruiter Edward Gal hield met zijn gedrevenheid voor de sport en

een ideaalbeeld van een gezinsleven jarenlang zijn gevoelens op afstand.

 

 

 

 

sport-3

 

Schaatser Rutger Elsinga (rechts) had zijn coming-out op zijn 27ste.

Het ontkennen van zijn geaardheid kostte hem veel energie.

 

 

Als zijn boek érgens aan mag bijdragen, dan hoopt Huub ter Haar

dat het is aan het opstaan van meer topsporters die simpel

laten blijken dat zij homo zijn en daarmee basta.

 

“Geen drama, geen nadruk op dat éne facet van je persoonlijkheid.”

 

 

“Gewoon laten merken dat je als topvoetballer of tophockeyer een vriend hebt en geen vriendin. Klaar.” Als eerste ontving Louis van Gaal gisteren Gelijkspel, het boek van Ter Haar met de ondertitel “portretten van homo topsporters.” De Nijmeegse communicatieadviseur en theoloog tekende tien persoonlijke verhalen op. Hij kwam tot zijn productie na twee ervaringen die veel indruk maakten. Daar is eerst de scheldpartij die hij en zijn vriend begin dit jaar over zich heen kregen toen ze in hun woonplaats al fietsend even elkaars hand vasthielden. Een autobestuurder maakt hen dan uit voor “vuile homo's.” Andere voorvallen hebben Ter Haar dan al doen concluderen dat de acceptatie van homoseksuelen in Nederland behoorlijk afneemt. “Maar kort daarop lees ik in een tijdschrift wel een inspirerend en moedig interview met een hele jonge autocoureur die op een vanzelfsprekende manier homo is in een wereld vol macho's en pitspoezen.”

 

 

sport-4

 

 

Ter Haar besluit op zoek te gaan naar andere sporters die homo zijn. Hij vindt dat de steeds prominentere plek van sport in de samenleving de voorbeeldfunctie van topsporters heel groot maakt. Als een aantal van hen nou eens zou vertellen hoe vanzelfsprekend zij inmiddels met hun seksuele geaardheid omgaan, dan hebben anderen daar weer iets aan. Het initiatief wordt ondersteund door de John Blankenstein Foundation, vernoemd naar de overleden voetbalscheidsrechter die nooit een geheim maakte van zijn homoseksualiteit. Blankenstein zei minstens acht voetballers te kennen die niet uit de kast durfden te komen. Eenmaal bezig kost het Ter Haar bloed zweet en tranen om, soms met hulp van journalisten, actieve sporters te vinden en te strikken. “Ik had zó graag een topvoetballer of een bekend groot voetbaltalent gesproken, maar dat was onmogelijk.” Eén voetballer kreeg hij zo ver, maar die trok zich terug. Een ander wilde wel helpen, “maar ik heb een vriendin” zei hij. Van de clubs kreeg hij bitter weinig medewerking. Ter Haar had zich gewoon nergens mee te bemoeien, vonden sommigen. Bij andere sporten ging het met hulp van de bonden makkelijker. De auteur heeft uiteindelijk succes bij de vrouwelijke teamsporten en bij individuele sporters. Ofschoon hij soms wel ‘genoegen’ moet nemen met de subtop en sporters die inmiddels zijn gestopt, weet hij bekenden te spreken. Zo zijn daar hockeyster Carina Benninga, softbalster Marlies van der Putten, de schaatsers Marieke Wijsman en Rutger Elsinga, dressuurruiter Edward Gal en de olympische medaillewinnaars Eric Swinkels (kleiduivenschieten) en Johan Kenkhuis (zwemmen).

 

Ter Haar wilde dat de verhalen niet benadrukken hoe ‘anders’ de sporters zijn. “Vooral hun eigenheid wilde ik schetsen. De meesten vertellen van de worsteling die zij eerst ervoeren. Neem Edward Gal, die al heel lang zijn carrière en het leven met zijn vrouw had uitgestippeld. Ook financieel waren grote besluiten genomen ten aanzien van de gezamenlijke manege. En dan valt hij toch, zonder eerdere ervaringen met mannen, voor zijn collega en boezemvriend, medaillewinnaar Hans Peter Minderhout. Het is het verhaal over een liefde die zich maar langzaam kan ontwikkelen. En niet zozeer over erotische aantrekking.” Uit de portretten blijkt dat een topsporter met een geheim niet bepaald te benijden is. Rutger Elsinga (30): “In mijn sport had ik mijn gevoelens weggestopt; achteraf gezien schat ik dat mijn prestaties misschien beter waren geweest als ik die stap eerder had gezet.” De schaatser spreekt van verloren jaren. Ter Haar hoopt dat ook de bestuurders van grote én kleine sportclubs zich gaan realiseren dat zij hun jonge leden moeten aanmoedigen zich te ontplooien. “Als ze hun verantwoordelijkheid blijven ontkennen, omdat ze bang zijn voor de buitenwacht en lelijke spreekkoren, doen ze die sporters te kort. Ze hinderen hun ontwikkeling en waarschijnlijk ook hun sportieve bijdrage aan de club.” Het enige verhaal in Gelijkspel dat niet echt getuigt van een worsteling, dat van Johan Kenkhuis, is volgens Ter Haar niet minder bijzonder. Dit komt omdat de zwemmer redelijk jong (21) al koos voor openheid richting zijn collega-sporters. Kenkhuis in het boek: “In de jaren daarna heb ik ervaren dat als je zelf niet moeilijk doet over je homo-zijn, anderen dat ook niet doen.”

 

 

 

15 november 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN