Bron: BN-DeStem

 

Verdwenen dorpen in Nederland

 

Het onderwerp is een stuk leuker dan het boek zelf

 

 

 

BERGEN OP ZOOM - Met het onderwerp is niks mis.

Verdwenen dorpen prikkelen de fantasie.

 

 

Wie werd er nu als kind al niet gefascineerd door de verhalen over de verdronken stad Reimerswaal en vissers die bij volle maan de klokken van de verzonken kerk nog hoorden luiden. Zo ook Bert Stulp, een gepensioneerd aardrijkskundeleraar uit Hengelo. Hij heeft er zelfs studie naar gedaan en schrijft er boeken over. Vorig jaar mei verscheen zijn eerste boek: Verdwenen dorpen in Nederland. Dat boek was vooral een opsomming van namen. Stulp komt nu met nog vier delen waarin hij per regio de geschiedenis van de verdwenen dorpen verder uitwerkt. In deel 2, dat net van de pers is gerold, behandelt Stulp West- en Zuid-Nederland, waaronder West-Brabant, maar zonder Zeeland. Daar zijn zoveel dorpen verdwenen dat Stulp er een apart boek aan wijdt. Dat wordt deel 5.

 

 

reimerswaal

 

Reimerswaal door Jacob van Deventer, ca. 1560

 

 

Met het onderwerp is zoals gezegd niks mee, maar toch valt het boek tegen. Dat komt om te beginnen omdat West-Brabant er bekaaid vanaf komt. Van de 245 bladzijden die het boek telt, gaan er slechts zeventien over West-Brabant, waar Stulp negen verdwenen dorpen telt: Niervaart, Ossendrecht, Zonzeel, Valkenberg, Polre of Heer Boudewijnspolder, Borgvliet, Koeveringe, Nieuw Gastel en Hildernisse. Nieuws heeft hij over deze dorpen niet te melden. Zijn beschrijvingen bestaan uit een opsomming van wetenswaardigheden die geïnteresseerde lezers al kenden uit eerdere publicaties.

 

De rest van het boek gaat op een paar uitzonderingen na over verdwenen dorpen in delen van het land waar West-Brabant geen affiniteit mee heeft. En de provincie waar West-Brabant wel wat mee heeft, Zeeland, ontbreekt. Het boek houdt op bij Hildernisse en dat terwijl aan de overkant van de provinciegrens in de Oosterschelde een complete stad en een hele reeks dorpen verzonken zijn, die ons meer interesseren dan Horis in Limburg of Jacobswoude in Zuid-Holland. Bert Stulp, Verdwenen dorpen in Nederland, deel 2. West- en Zuid-Nederland.Uitgeverij Falstaffmedia. ISBN 978-90-79538-65-2, paperback, 246 pagina’s. Het boek kost € 15,50.

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

De kerk verdween, de Koeveringe is gebleven

 

 

BERGEN OP ZOOM - Stan Kint mag het eigenlijk niet zeggen, want dan zou iemand anders wel eens moeilijkheden kunnen krijgen: een jaar of twintig geleden zijn de fundamenten gevonden van de kerk van Koeveringe. “Dat was bij het graven van een fundering. Degene die aan het bouwen was, stuitte toen op wat waarschijnlijk de gewelven van de kerk zijn geweest. Hij dacht, ik kan maar beter mijn mond houden, anders mag ik hier misschien helemaal niet meer bouwen. Hij heeft die gewelven gewoon laten zitten en er overheen gebouwd.”

 

Daarmee was voor Kint in ieder geval het raadsel opgelost van waar de kerk heeft gestaan. Want dat er op de Koeveringe ooit een kerk heeft gestaan was al langer bekend. Het buurtschapje aan de Koeveringsedijk onder Steenbergen was in de Middeleeuwen een dorpje met een eigen pastoor, Gheraerd die Pape van de Coverenhe. Het vermoeden bestaat dat het dorpje als zoveel andere nederzettingen uit de Middeleeuwen bij een overstroming ten onder is gegaan. Daarom is het ook opgenomen in het boek Verdwenen dorpen in Nederland van Bert Stulp. Stan Kint, geboren en getogen aan de Koeveringsedijk, vindt dat eigenlijk niet terecht. “De kerk mag dan verdwenen zijn, de Koeveringe is altijd een buurtschap geweest.” Het telt nu nog twaalf huizen en een boerderij; dat zijn er meer geweest. Alle huizen staan aan de oostkant, de landkant van de dijk. Tot aan de watersnoodramp van 1953 stonden ook aan de westkant huizen, maar die zijn toen weggespoeld. “Mijn oma vertelde altijd dat toen de dode vissen op de dijk lagen. Er zijn toen hier ook veel mensen verdronken.”

 

De familie Kint woont al drie generaties aan de Koeveringe. “Mijn opa is hier begonnen met een fietsenzaak. Hij was ook een van de eerste met een benzinepomp, van de Shell, met zo’n grote bol boven op de pomp.” Kint vindt het jammer dat de gemeente Steenbergen weigert een plaatsnaambord bij het begin en eind van het buurtschap te zetten. “Net als bij de Kladde en Notendaal. Daar kan het wel, dan moet het hier toch ook kunnen?” Is er van het dorp de Koeveringe nog wél iets terug te vinden, dat geldt niet voor een aantal andere verdwenen dorpen in West-Brabant. Het dorpje Niervaart bijvoorbeeld is geheel onder de klei verdwenen. Het moet ongeveer gelegen hebben op de plek waar nu de boerderij de Grote Ketel staat, halverwege Zevenbergen en Klundert. Eigenaar René Punt zegt zich er weinig bij te kunnen voorstellen. “Er is hier een paar jaar geleden wel eens een student geweest die het er over had, maar verder heb ik er nooit iemand over gehoord. En ik moet ook zeggen: bij het ploegen ben ik nog nooit op een stuk fundering gestuit.”

 

Jacques Bovee van de Blauwehandshoeve uit de Auvergnepolder bij Halsteren is er zich wel van bewust dat hij op historische grond boert, te weten de plek waar in de Middeleeuwen het dorpje Polre, ook wel Heer Boudewijnspolder geheten, gelegen moet hebben. Niet dat daar nog iets van terug te vinden is. “Een paar jaar geleden heeft nog eens iemand gevraagd of hij mee mocht met ploegen, in de veronderstelling dat er dan van alles naar boven zou komen. Ik zeg: al sjouw je een dag lang achter de trekker aan, dan nog vind je niks.” De Auvergnepolder waar Polre gelegen heeft, ligt ingeklemd tussen het industrieterrein Theodorushaven, de Brabantse Wal en het Schelde-Rijnkanaal. Een oase van rust achter de op Delta-hoogte gebrachte dijk en ver weg van de Oosterschelde, die het dorpje ooit verzwolg.

 

www.verdwenendorpen.nl

 

 

 

Zie ook:

 

Steenbergen in beeld

 

 

 

5 maart 2009

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN