logo (4)

 

Voor altijd een litteken

op de ziel van Raamsdonksveer

 

 

anton brejaart

 

 

Verenaar Anton Brejaart, die oorspronkelijk uit Breda kwam, was een stille, introverte man.

Foto: Archief Veers Erfgoed.

 

 

RAAMSDONKSVEER - Iets meer dan twee maanden voor de

 bevrijding van Raamsdonksveer, op 23 augustus 1944,

 werd Anton Brejaart in het gemeentehuis doodgeschoten

 door de Duitse Feldwebel: Jozef Geesink.

 

 

De schokkende moord op de plichtsgetrouwe ambtenaar trof Raamsdonksveer in het hart. Truus Kievits-Mekes is de enige nog levende getuige van het drama. Zestien jaar is Truus Mekes als ze, halverwege de Tweede Wereldoorlog, Wout leert kennen. Ze is met boodschappen voor klanten van de kruidenierswinkel van haar ouders onderweg van Raamsdonksveer naar Raamsdonk, als twee jongemannen naast haar komen fietsen. “Mijn oog viel direct op Wout,” blikt Truus, nu 83 jaar, terug in haar huisje in de Rotterdamse wijk IJsselmonde. “Wout was een leuke vent die er goed uitzag. Zijn moeder kwam oorspronkelijk uit Raamsdonksveer, maar hij was opgegroeid in Rotterdam. Nadat hij geweigerd had om in Duitsland tewerkgesteld te worden, moest hij onderduiken. Zo heeft hij een tijdje bij ons in huis gezeten.” Hoewel Raamsdonksveer door de Duitsers bezet is, besluiten Truus en Wout Kievits te trouwen. Op woensdag 23 augustus 1944 melden ze zich rond tien uur 's ochtends bij het gemeentehuis in Raamsdonksveer om in ondertrouw te gaan. Of om aan te tekenen, zoals dat toen nog heette.

 

Het is een mooie, warme dag. Een dag die met de eerste formele stappen naar het huwelijk - ondanks de onzekere oorlogstijd - blijk geeft van hoop op een betere toekomst. In het gemeentehuis, dat toen nog aan de overkant – op de kop van het Heereplein zat – worden de papieren van Truus en Wout in orde gemaakt door Anton Brejaart. De ambtenaar ter secretarie in de gemeente Raamsdonk, dan 55 jaar, is een stille werker die aan een kant slechthorend is. Brejaart werd geboren in Breda, maar verhuisde naar Raamsdonksveer toen hij Catharina Staps leerde kennen, een vrouw uit een in Raamsdonksveer bekende familie. Brejaart en Staps, beiden de dertig gepasseerd, trouwen in 1922. Ze krijgen twee kinderen, die allebei niet oud worden. Een dochtertje, Cobaatje, overlijdt na veertien dagen, vermoedelijk aan de gevolgen van een te zware narcose, die haar moeder kreeg tijdens de zwangerschap. Een zoontje, Jantje, is nog geen drie jaar als hij in 1934 een aanval van de bof niet overleeft. Het leed binnen zijn gezin maakt van de toch al gesloten Brejaart een nog meer in zichzelf gekeerde man.

 

Ed Rockx, tijdens de oorlog na het opheffen van de politiedienst wachtmeester bij de marechaussee in Raamsdonksveer, kan hem zich nog goed herinneren. “Brejaart was een stille, wat stijve man. Hij had een sputterende motoriek, we zouden hem nu een houten klaas noemen. Een doodgoeie vent die zacht, lispelend praatte.” Ook Truus Mekes, wier ouders een winkel hebben in de Poststraat – in de volksmond het Spekstraatje genoemd – kende Brejaart goed. “Raamsdonksveer was nog kleiner dan het nu was en omdat ik door de hele gemeente boodschappen rondbracht voor onze winkel, kende ik bijna iedereen in het dorp.” Terwijl Brejaart de ondertrouwpapieren in orde maakt, zitten Truus en Wout, dan 19 en 24 jaar oud, in de hal van het gemeentehuis op een bankje naast de trap. Rockx: “Het gemeentehuis was in die dagen een kleine bron van verzet. Opdrachten van de bezetter werden bij voorkeur zo beperkt mogelijk uitgevoerd. De ambtenaren op de gemeente sprongen regelmatig uit het raam als hen door de Duitsers dingen werd opgedragen. Ze wilden zo weinig mogelijk met die lui te maken hebben.”

 

Een dag eerder, op 22 augustus, laat waarnemend burgemeester De Jong de bezetter schriftelijk weten niet mee te willen werken aan het aanwijzen van arbeidskrachten voor de aanleg van verdedigingswerken bij Keizersveer. De 43-jarige Feldwebel Jozef Geesink komt met de brief in de hand luidkeels verhaal halen op het gemeentehuis. Geesink is als veld-gendarme ondergebracht op de KMA in Breda, waarvandaan hij altijd op zijn motortje naar Raamsdonksveer komt gereden. Geesink is een absolute tegenpool van Brejaart. Rockx: “Er kwam werkelijk geen zinnig woord uit die man. Altijd luidruchtig, altijd maar schreeuwen. Ik heb ook enkele schoppen onder mijn kont gehad van die man. Een gemene kerel, een echte sadist. Hij werkte voor de oorlog als vertegenwoordiger voor Persil en kwam in die hoedanigheid regelmatig in Raamsdonksveer bij Han de Jong, een grossier in levensmiddelen.” Geesink stormt de hal van het gemeentehuis binnen, het is dan half elf.

 

De schrik slaat Truus en Wout om het hart. Wout is immers ondergedoken. Als Geesink met de brief zwaait, komt Brejaart uit de kamer van de secretarie met de papieren voor de huwelijksaangifte. Brejaart wil de hal oversteken naar de kamer van de secretaris, maar treft midden in de hal Geesink. Die vraagt met veel lawaai waar hij de burgemeester kan vinden. Of de slechthorende Brejaart hoort hem niet, of hij wíl Geesink niet horen; feit is dat hij de Duitser zonder te reageren voorbijloopt. Truus: “Ik zag het vanaf dat bankje op een paar meter afstand gebeuren. Zonder verdere aanleiding of discussie pakte Geesink Brejaart bij de arm, draaide hem om en schoot hem met zijn pistool van hooguit dertig centimeter door het voorhoofd.” Het moet een verschrikkelijk beeld zijn geweest. Een daad die veel weg had van een ijskoude executie met een op het oog willekeurige passant als slachtoffer. Truus' woordenstroom stokt. “Ik zie het nog zo gebeuren.” Voor de ogen van het verbijsterde stel valt Brejaart op de grond. Geesink verwijdert de lege huls uit het pistool, stapt achteloos over Brejaart heen en steekt een sigaret op. Hij schreeuwt Truus en Wout zich uit de voeten te maken: “Mach das du raus kommst!” Gemeentebode Frans Timmermans, die het voorval vanuit zijn kamertje ziet gebeuren, wil Brejaart te hulp schieten. In plaats daarvan schreeuwt Geesink “abbleiben!” en beveelt hem een dokter te halen. Truus en Wout verlaten in paniek het gemeentehuis en rennen naar de winkel van Truus' ouders. Lijkbleek komen ze aan en vertellen wat er is gebeurd. Truus: “Ik heb die dag wat afgehuild.”

 

Brejaart overlijdt later die dag in het Sint-Theresiaziekenhuis, een paar honderd meter verderop. Raamsdonksveer is verbijsterd. Verbijsterd door het brute geweld van Geesink tegen een weerloze, ongewapende man die slechts zijn werk deed. Truus en Wout gaan drie dagen later alsnog in ondertrouw. Het huwelijk vindt plaats op 30 juli 1945. Ze trouwen in het Henricusgebouw, dat achter het gemeentehuis is gevestigd, omdat de kerk na het opblazen van de toren op dat moment in puin ligt. Na de oorlog verhuist het stel naar Rotterdam, waar Truus tot op de dag van vandaag woont. Jozef Geesink is dan al, direct na de bevrijding, gearresteerd. Truus, die zich dan eindelijk Kievits-Mekes mag noemen: “Wij werden begin jaren vijftig uitgenodigd om te komen getuigen toen hij voor de rechtbank moest voorkomen. Of we dat hebben gedaan? Ja natuurlijk, daarvoor kende ik Brejaart veel te goed. Ik wilde maar wat graag getuigen.” De verdachte vertelt de rechtbank uit noodweer te hebben gehandeld, omdat Brejaart hem fysiek zou hebben bedreigd. Een ongeloofwaardig verhaal gezien de omstandigheden, vindt de rechter, die Geesink tot zes jaar cel veroordeelt. Omdat hij dan al zes jaar in voorarrest heeft gezeten (!) betekent het vonnis dat hij direct vrij komt.

 

Het huwelijk van Truus en Wout mag dan een op zijn zachtst gezegd ongelukkig begin kennen, het stel is voor elkaar gemaakt. Ze krijgen drie kinderen en blijven gelukkig getrouwd tot Wout Kievits in 2002 na een lang ziekbed, daarbij liefdevol verpleegd door zijn Truus, overlijdt. Catharina Staps - Brejaarts vrouw - verloor na haar twee kinderen dus ook haar man. Na een leven lang kwakkelen met haar gezondheid, sterft ze in 1982 op toch nog 89-jarige leeftijd. In Rotterdam huilt Truus Kievits-Mekes' hart nog iedere dag. Om haar Wout, die na een valse start bijna zestig jaar haar man was. Maar ook om Anton Brejaart, die goedzak uit 't Veer, die voor haar ogen op afschuwelijke wijze slachtoffer werd van willekeurig oorlogsgeweld. De straat achter het kerkhof die aansluit op de Sint-Jozeflaan draagt al sinds kort na de oorlog de naam van de omgekomen Verenaar.

 

In het oude gemeentehuis was een gedenksteen geplaatst die herinnerde aan de moord op Anton Brejaart. Deze gedenksteen is verplaatst naar het grasveldje aan de Brejaartstraat toen de sociale dienst wegging uit het oude gemeentehuis. Dat was in 1994. Anton Brejaart ligt nog steeds begraven op de begraafplaats aan de Sint-Jozeflaan.

 

Zie ook: Raamsdonksveer in beeld

 

 

Een bijdrage van Redactie: Breda-en-alles-daaromheen.

 

4 mei 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN