Bron: BN-DeStem

 

Vraag naar psychische zorg

groeit explosief

 

 

NIJMEGEN - Nederland zoekt massaal zijn toevlucht in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ). Tussen 2000 en 2008 is het aantal cliënten in de GGZ met gemiddeld 6,4 procent gegroeid; in de ambulante zorg, gericht op patiënten die niet worden opgenomen, was zelfs sprake van veertien procent groei per jaar. Mensen zijn volgens deskundigen beter op de hoogte van psychische problemen en de behandeling daarvan. En met name huisartsen zijn tegenwoordig beter geschoold op dat gebied. Dat verklaart volgens hen voor een deel de forse stijging. Ook stelt de maatschappij steeds hogere eisen, waardoor mensen eerder in psychische problemen raken. De kosten van de GGZ stegen van 2,6 naar 4,5 miljard per jaar. Per Nederlander werd in 2000 nog 162 euro uitgegeven en in 2007: 275 euro.

 

Er werken in de GGZ 70.000 mensen die in 2006: 772.000 mensen behandelden. Ondanks de toename in de zorgvraag, is het aantal werkenden in de GGZ niet toegenomen, stelt Rutger Jan van der Gaag, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. Het gevolg: wachtlijsten van een tot zes maanden. De invoering van vaste richtlijnen voor behandeling kan volgens hem soelaas bieden. Volgens voorzitter Marleen Barth van GGZ Nederland zit Nederland midden in een ‘draai’ van klinische naar steeds meer ambulante zorg.

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

Massaal richting sofa

 

 

nummer_998568b

 

 

 

“Geestelijk zieker zijn we in Nederland niet geworden,” zegt Rutger Jan van der Gaag, voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie. “Mensen zijn wel veel beter op de hoogte van psychische aandoeningen dan vroeger. Ze weten bijvoorbeeld beter wat een depressie is en dat stoornissen vaak goed te behandelen zijn. Daarnaast is de maatschappij veel complexer geworden. Mensen die het voorheen wel redden, kunnen het tegenwoordig niet meer alleen bolwerken en zoeken hulp.” Marleen Barth, voorzitter van GGZ Nederland, beaamt dat. “Er is een enorme prestatiedruk in onze samenleving ontstaan. Alles gebeurt in een enorm hoog tempo, iedereen moet meedoen en wordt bovendien steeds meer op zichzelf teruggeworpen. Dus ontstaan er meer psychische problemen.”

 

Mensen in geestelijke nood zoeken volgens haar sneller hulp en de hulpverlening is volgens Barth verbeterd. “Binnen de jeugdhulpverlening wordt er sneller geconstateerd dat een kind bijvoorbeeld ADHD heeft, terwijl vroeger werd gezegd: “die is gewoon druk.” Huisartsen weten ook veel meer over psychische klachten en werken bovendien beter samen met de ggz. Ook kennen we tegenwoordig de praktijkondersteuners huisartsen, vaak mensen met een ggz-achtergrond die in de huisartsenpraktijken werken. Dat werkt prima, want hoe eerder je erbij bent, hoe korter iemand over het algemeen behandeld hoeft te worden en hoe kleiner de kans op terugval.” Opvallend is de forse toename van de ambulante zorg, waarbij de patiënt niet wordt opgenomen. Het aantal ambulante contacten verdubbelde in zes jaar tijd tot bijna elfduizend in 2006. Volgens Van der Gaag is die groei een gunstig teken. “Mensen met een wat lichtere problematiek zijn bij huisartsen en eerstelijnszorg beter op hun plaats. Bovendien is die manier van zorg goedkoper dan bijvoorbeeld opname.” De overheid streeft er al jaren naar het aantal mensen dat in de ‘tweede lijn’ belandt (opname in een instelling en andere vormen van langdurige psychiatrische hulp) te beperken. Volgens Van der Gaag is de deskundigheid bij huisartsen weliswaar toegenomen. Maar bij andere hulpverlening worden vaak de minder geschoolde en minder ervaren krachten met de moeilijke taak belast om de ernst van de problemen goed in te schatten. “In de jeugdzorg zitten bijvoorbeeld soms maatschappelijk werkers met een hbo-opleiding ‘aan de poort.’ Als zij moeten beoordelen wat er met een kind aan de hand is, zullen ze sneller doorverwijzen omdat ze dat niet goed genoeg in kunnen schatten. Huisartsen, eerstelijnspsychologen en ook sociaal-psychiatrisch verpleegkundigen die met huisartsen samenwerken zijn daarentegen uitstekende poortwachters.”

 

Van der Gaag heeft kritiek op de zorgverzekeraars. Die trekken in zijn ogen veel makkelijker de portemonnee voor opname in instellingen dan voor ambulante zorg, waardoor het eigen streven naar efficiëntere en goedkopere hulp onvoldoende gestimuleerd wordt. Desondanks gaat het volgens hem niet slecht in de ggz. “Het probleem is wel dat steeds meer mensen een beroep op de ggz doen, terwijl het aantal mensen dat er werkt niet meegroeit. Het gevolg is dat er gigantische wachtlijsten zijn ontstaan.” Er gelden volgens hem wachttijden tot zes maanden. Voor poliklinische behandelingen en opname in een PAAZ-afdeling in een ziekenhuis of een Regionaal Instituut voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg (Riagg) geldt gemiddeld een wachttijd van vier tot zes weken. “Instellingen krijgen weliswaar extra geld voor het wegwerken van wachtlijsten, maar als die zijn weggewerkt vervalt dat geld en keren de problemen weer terug. Dat hebben we bijvoorbeeld in de jeugdzorg gezien,” zegt Van der Gaag. Om te voorkomen dat patiënten te lang therapie krijgen, wordt er tegenwoordig steeds meer gewerkt met vaste richtlijnen. Van der Gaag: “Psychotherapie werkt vaak lang na. Op een gegeven moment moet je als behandelaar de knoop doorhakken en durven te stoppen. Vaak blijkt dan dat zo'n behandeling nog wel een half jaar doorwerkt voordat het eindresultaat is bereikt. Door vaker met protocollen te werken, wordt de hulp veel efficiënter, dus ook goedkoper en kunnen wachtlijsten korter worden. Ik verwacht daar veel van.”

 

Volgens Marleen Barth zit de geestelijke gezondheidszorg momenteel in een overgangsfase. “In Nederland willen we mensen zo lang mogelijk in hun eigen woonomgeving behandelen, ambulant dus. We willen hen zo min mogelijk in een kliniek opnemen. Momenteel zitten we midden in die ‘draai’ van klinische naar steeds meer ambulante zorg. Maar er ligt natuurlijk ergens een grens waarachter mensen niet meer in hun eigen omgeving behandeld kunnen worden. We zoeken de balans tussen ons ideaal en wat praktisch haalbaar is. Die hebben we nog niet gevonden.”

 

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

“De latente vraag naar geestelijke zorg is groot”

 

Ze is geenszins verbaasd over de cijfers die het Centraal Bureau voor de Statistiek gisteren publiceerde over de forse groei die de geestelijke gezondheidszorg doormaakt. Christien van der Hoeven, beleidsmedewerker van het Landelijk Platform GGz, een koepel van cliënten- en familieorganisaties, is vertrouwd met de ontwikkelingen in de branche. “Met name de ambulante ggz is de laatste jaren enorm gegroeid. Diagnoses kunnen steeds vroeger worden gesteld, zoals bij autisme.” Van der Hoeven is verheugd over de toegenomen belangstelling, want de latente vraag is groot in Nederland. “Mensen hebben bij sommige geestelijke aandoeningen het gevoel dat ze het zelf moeten oplossen. Gelukkig verdwijnt langzamerhand de schaamte bij patiënten.” Op de suggestie dat er mogelijk sprake is van overbehandeling, reageert Van der Hoeven negatief. “In de ggz is eerder sprake van onderbehandeling of verkeerde behandeling. Bij bijvoorbeeld manische-depressiviteit herkennen huisartsen wel de depressie, maar lang niet altijd het manische.”

 

De forse groei van de ambulante zorg heeft een medische reden. In plaats van opname, kiezen artsen er steeds vaker voor om patiënten zo veel mogelijk in hun eigen omgeving te behandelen. Maar de toename heeft ook een politieke oorzaak, benadrukt Van der Hoeven. Door forse bezuinigingen op de Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten hebben mensen aanspraak op de klinische ggz verloren. De toegenomen vraag heeft dan ook een groot nadeel. Van der Hoeven: “Het is uiteindelijk ook een bekostigingsvraagstuk. De kosten van de zorg mogen niet te veel stijgen, dus moet er bezuinigd worden. Een mogelijk ander nadeel van de toenemende groei is dat de wachtlijsten nog langer zullen worden. Een ander knelpunt is het tekort aan gekwalificeerd personeel. Dat zal alleen maar toenemen.” Het LPGGz wil de komende tijd onderzoek doen naar de groep mensen met een latente ggz-zorgvraag en hoe die te bereiken zijn. “Het zijn mensen die om allerlei redenen niet naar een arts durven te stappen. Dat kan betekenen dat de zorgvraag toeneemt, maar wij willen graag dat mensen de zorg krijgen die zij nodig hebben.”

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

Wat is ggz?

 

In de geestelijke gezondheidszorg (ggz) werken ongeveer 70.000 mensen die 772.000 mensen onder behandeling hebben (cijfers 2006, GGZ Nederland).

 De meest voorkomende diagnoses waren: depressie, angststoornis en overige neurotische stoornissen, zoals fobieën.

 204.400 cliënten waren langer dan een jaar in behandeling.

 De ggz omvat een breed scala aan instellingen en behandelingen:

 

Medisch-specialistische centra specifiek gericht op ziektebeelden van psychische aard, zoals algemeen psychiatrische ziekenhuizen en kinder- en jeugdpsychiatrische klinieken.

 

Klinieken voor behandeling van en verpleging van verslaafden.

 

Behandeling van mensen die een misdrijf hebben gepleegd (of dreigen te plegen) en behandeld worden voor psychiatrische stoornissen, zoals forensisch-psychiatrische klinieken en inrichtingen voor tbs.

 

Instellingen voor verzorging en begeleiding in een beschermde woonomgeving van psychiatrische patiënten met psychosociale problemen en verminderde zelfredzaamheid.

 

Centra voor ambulante behandeling van cliënten met psychische en psychosociale stoornissen en drugsverslaving

zoals Regionale Instellingen voor Ambulante Geestelijke Gezondheidszorg (Riagg),

consultatiebureaus voor alcohol en drugs en praktijken van vrijgevestigde psychiaters.

 

 

 

6 januari 2009

 

Home

 

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN