Bron: www.bndestem.nl

 

Waar blijven leerlingen na de basisschool?

 

 

BREDA - Haar wieg stond in Den Haag (1954), de halve lagere school

en de halve middelbare school (de rijks-hbs) deed ze in Den Bosch.

 

 

Eerst volgde ze een hbo-opleiding voor chemisch analiste, daarna studeerde ze met succes medicijnen in Amsterdam. “Toch had ik geen zin verder te gaan in dat vak. Ik vond het te beperkt, je kunt patiënten zelden goed volgen. Ook de sociale hiërarchie in het ziekenhuis stond me tegen.” Nee, liever management, ontdekte Marja Kamsma bij zichzelf. Na directiefuncties bij (ziektekosten-)verzekeraars en een tijdje ‘interimmen’ belde op zekere dag in 2004 de headhunter aan. Of ze niet iets voor Avans was? “Een lot uit de loterij,” zegt Kamsma. “Dát zocht ik. Een bestuurlijke functie in een complexe organisatie.” Ze woont met echtgenoot Henri Ophof in Dongen, van waaruit ze in haar vrije tijd, als ze niet een warm land opzoekt, vooral graag door het Brabantse land fietst. O ja, er staat ook een veel te weinig gebruikte harp in huis… De helft van alle Nederlandse leerlingen zou moeten afstuderen in het hoger onderwijs, is de ambitie van minister Ronald Plasterk. Nu is dat nog maar een op de drie.

 

Een paar (afgeronde) cijfers van het ministerie van Plasterk uit 2006: Van de honderd basisschoolleerlingen in Nederland gaan er vijf naar speciaal- of praktijkonderwijs, 54 naar het vmbo en 38 naar havo-vwo. Van die 54 vmbo'ers gaat het leeuwendeel naar het mbo, zes gaan naar de havo, vier gaan er werken mét diploma en drie zonder. Na op het mbo niveau 4 te hebben gehaald, gaan er dertien door naar het hbo. Daar komen ze, nog steeds uit die groep van honderd basisscholieren, 25 jongens en meisjes met een havo- of vwo-diploma tegen. Een derde van de instroom in het hbo komt dus van het mbo. Van die groep van in totaal 38 halen er 22 ook een diploma in het hoger beroepsonderwijs. Dertien vwo'ers gaan naar de universiteit. Twee van hen haken onderweg af, eentje al in het eerste jaar. Meestal (2/3 van de gevallen) gaan zij alsnog naar het hbo.

 

De koffie kost twee kwartjes in de Plaza van de Avans Hogeschool Breda. Her en der zitten groepjes studenten. Een bliksemenquête leert dat ze best tevreden zijn over hun hogeschool. De kritische noten, net als in de onderzoeken van onder meer Elsevier, gaan over communicatie met de studenten en - van een enkeling - over de kwaliteit van docenten. “Je moet zelf heel alert zijn, je mail, je black board heel goed volgen. En dan nog kom je wel eens voor niks vroeg op school. Maar dat zijn incidenten,” luidt de samenvatting. Over het onderwijs zijn ze in het algemeen goed te spreken. Fijn om te horen, vindt Marja Kamsma, een van de drie leden van de raad van bestuur van Avans. Haar reactie: “De kleine kwaliteit is het belangrijkst. Veranderingen in roosters of lokalen, snel tentamenresultaten bekend maken, dat moet eigenlijk perfect lopen. Communicatie is het allerbelangrijkste, maar ook het aller-moeilijkste. We werken er hard aan om dat nog beter te doen, ook richting onze medewerkers.” Twintigduizend studenten in drie steden, Breda, Tilburg en 's Hertogenbosch. Zo'n vijfduizend in Breda. Een fabriek? “We zijn eigenlijk een groot dorp. Studenten kiezen op twee argumenten hun hogeschool: reisafstand en uitstraling van het gebouw. Voel je je daar thuis? Word je er gekend? Voel je je er veilig? Dat verplicht ons om die onderwijsgebouwen heel goed in te richten. Eigenheid staat bij ons op één. Daar ben ik het meest trots op: studenten zijn hier geen nummers. Docenten kennen hun studenten bij naam. Dat zijn persoonlijke relaties.”

 

Het hoger onderwijs in Breda heeft ambities. De NHTV wil universitaire studies aanbieden. Kamsma wil ook ‘voor de top gaan,’ maar dan wel ‘gewoon’ als hoger beroepsonderwijs. “Dat is niet tweederangs, dat levert studenten af die heel goed zijn opgeleid en ook snel inzetbaar zijn in hun baan. Praktische mensen met heel goede bagage.” Ze erkent dat in bijna alle kwaliteitsonderzoeken en studentenenquêtes nog altijd een groot kwaliteitsverschil tussen Avans-Den Bosch enerzijds en Breda-Tilburg aan de andere kant opduikt. “De organisatie in Den Bosch stond bij de totstandkoming van Avans al een stuk beter op de rit. We zijn hard aan het werk om dat in te halen.” We hebben het over de steen die Doekle Terpstra, voorzitter van de HBO-raad in de vijver heeft gegooid. In een discussiestuk van begin deze maand suggereert hij dat hbo-instellingen misschien strenger moeten selecteren en niet moeten koersen op zo grote mogelijke aantallen studenten. De instroom vanuit het middelbaar beroepsonderwijs is de laatste jaren hard gegroeid. Mbo'ers hebben gemiddeld meer moeite om hun hbo-diploma te halen. Ze komen al met een fikse taal- en rekenachterstand binnen. Vwo'ers daarentegen geven steeds meer de voorkeur aan de universiteit. Kamsma: “Die logica, een vwo'er hoort op de universiteit en havist op het hbo, zou ik graag doorbreken. Van het vwo komen ook veel studenten voor wie wetenschappelijk onderwijs eigenlijk minder goed past. Soms ook onder druk van de omgeving gaan ze tóch naar de universiteit, terwijl ze hier veel beter zouden passen en zich misschien gelukkiger voelen.”

 

Kamsma houdt het erop dat Terpstra vooral bepleit de kwaliteit van de instroom te verbeteren, niet om strenger te selecteren. Avans sjort er, al bijspijkerend, vooral aan om de studenten binnenboord te houden. Dat gaat natuurlijk beter, als de student bij binnenkomst de goede keus heeft gemaakt. Kamsma: “In onze nieuwe wervingscampagne gaan we kandidaten nog beter helpen de juiste studiekeuze te maken. We geven al proeflessen op middelbare scholen. Leerlingen uit het voortgezet onderwijs kunnen hier op de hogeschool komen meelopen om aan studeren en studies te ruiken.” Met de almaar sneller veranderende economie, ziet ook Avans haar rol verschuiven van onderwijs- naar kennisinstituut. Kamsma: “Wij willen samen met het bedrijfsleven veel aan co-creatie doen. Die samenwerking gaat niet alleen over opfriscursussen voor werknemers. Er ontstaan in deze tijd nieuwe beroepen, daarvoor maken wij samen mét bedrijven nieuwe opleidingen.” Zo heeft Avans een experimentele leeromgeving ontwikkeld voor het “World Maintenance Consortium.” Die club wil West-Brabant op de kaart zetten als centrum van onderhoudskennis voor onder meer vliegtuigen, maar ook installaties in de (proces-)industrie.

 

Ook wil Avans graag, in datzelfde stramien, een rol spelen in de regio. “Breda en omgeving maken een snelle economische ontwikkeling door. Ligt in Eindhoven de focus op technologie, hier zie je bijvoorbeeld meer focus op hoogwaardige dienstverlening, creatieve industrie en ook op farmaceutische bedrijven. Wij kunnen ontwikkelingen op die gebieden ondersteunen. Hier is veel kennis. Lectoren van Avans, dat zijn parttime medewerkers van hoog niveau die ook in bedrijven werken, functioneren in netwerken met bedrijven, docenten en excellente studenten. Die leveren zo zeer bruikbare bijdragen aan de ontwikkeling van bedrijven of beleid van de overheid.” Kamsma signaleert dat de samenwerking in de regio tussen Overheid, Ondernemers en Onderwijs - de ‘drie O's’ in jargon - echt van de grond begint te komen. Modieus of niet, duurzaamheid is een sleutelwoord, ook in het onderwijs. Want er is vraag naar duurzaam, of, nauwelijks minder modieus, maatschappelijk verantwoord ondernemen. De financiële crisis laat zien wat er gebeurt als belangrijke beslissers dat niet doen. “Bedrijven willen steeds meer verantwoord ondernemen. Dus leveren wij mensen af die daarin geschoold, opgevoed zijn. Deze school draait zelf ook duurzaam. We zijn zuinig met energie, we slaan warmte op, we zijn secuur met afval. Duurzaamheid is een groeimarkt, ook voor ons.” De taarten waren niet aan te slepen, eind vorig jaar. De enkele jaren terug nog verguisde Avans-pabo-opleiding in Breda blijkt nu de op een na beste van Nederland, zeggen de toetsers van de NQA, de Nederlandse Quality Agency. Dat is een particuliere kwaliteitscontroleur van onderwijsinstellingen.

 

De Avans-pabo mag pas echt juichen als de Nederlands-Vlaamse Accreditatie Organisatie, de officiële beoordelaar de conclusies uit het rapport overneemt. Ook de Keuzegids Hoger Onderwijs verscheen in december met complimenten voor Avans. Van de zestien grote en brede publieke hogescholen is Avans de beste, vindt de redactie van deze toonaangevende gids in onderwijsland. Ook de NHTV scoort hier heel hoog, maar in een andere categorie (die met een smaller aanbod). Met al die lof moet de kwaliteit nog beter, vindt bestuurder Marja Kamsma van Avans. HBO-raadsvoorzitter Doekle Terpstra slaat ook alarm. Hij maakt zich zorgen over de uitval van studenten in het begin van de studie. Hij wil liefst strenger selecteren. Een lastig punt aan. Immers: hogescholen krijgen hun geld op basis van hun aantallen studenten. Avans Hogeschool streeft naar de top en speelt graag een stevige rol in de ontwikkeling van de regionale economie. “Co-creatie” is een van de sleutelwoorden in de strategie van de onderwijsinstelling.

 

 

 

13 januari 2009

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN