Bron: www.bndestem.nl

 

Watersnoodramp van 1953 krijgt nu alle ruimte

 

 

watersnoodmuseum

 

 

Het Watersnoodmuseum in het Zeeuwse Ouwerkerk (Schouwen-Duiveland) is vernieuwd en uitgebreid.

 

Was het museum, dat in 2001 werd geopend, al die jaren gevestigd in één caisson

– enorme klompen beton waarmee gaten in de dijk werden gedicht –

nu zijn dat er vier.

 

Elk caisson vertelt zijn eigen verhaal:

de feitelijke geschiedenis van de ramp, de emotie, de wederopbouw

en de huidige bescherming tegen overstromingen.

 

 

 

Hun namen staan in alfabetische volgorde en per plaats gerangschikt op een gedenkwand in het vernieuwde Watersnoodmuseum in het Zeeuwse Ouwerkerk. 1835 namen. En die ene dan? Die heeft geen naam. Het 1836e slachtoffer van de ramp was een baby’tje dat in de nacht van 1 februari werd geboren in het dorpje Kapelle op Schouwen-Duiveland. Een jongetje. Een paar uur na zijn geboorte verdronk hij, samen met zijn moeder en drie broertjes en zusjes. De vader, die zijn vrouw en kinderen voor zijn ogen zag verdrinken, overleefde als enige van het gezin de ramp, al moesten mensen hem wel tegenhouden om te voorkomen dat hij zelf in het woest kolkende, koude water zou springen, een gewisse dood tegemoet.

 

“Hij kwam ergens uit Brabant. Na de ramp is hij teruggekeerd naar zijn geboortestreek, is daar hertrouwd, heeft opnieuw kinderen gekregen, maar pas bij de vijftigste herdenking van de ramp in 2003 heeft hij er voor het eerst over gepraat. Pas toen kwamen zijn kinderen er achter dat ze ooit vier halfbroertjes en -zusjes hebben gehad,” zegt directeur Jaap Stoof van het Watersnoodmuseum. Het verhaal van het baby’tje van Kapelle vertoont gelijkenis met wat de familie Van Oorschot uit Nieuw-Vossemeer meemaakte. Vader Kees en moeder Jo zagen, nadat hun huis aan de Pelsendijk was ingestort, nog wel kans om drijvend op een stuk dak op een droog stuk dijk te komen en vandaar naar Steenbergen te lopen, maar onderweg stierven hun drie kinderen, van vier, drie en één jaar, in hun armen, bevangen door de kou. Na de ramp bouwden ze een nieuw bestaan op in de Noordoostpolder, kregen weer kinderen, maar praten over wat hen was overkomen, deden ze niet. Het eerst geboren kind in het gezin van na de ramp, Wim, vernoemd naar zijn verdronken broertje van één jaar, kwam er bij toeval achter toen hij, stiekem op zoek naar snoep, in een kast een vergeeld krantenknipsel vond met de kop: “Vader Kees van Oorschot voelde zijn kinderen één voor één sterven.” Maar zelfs toen vertelde vader en moeder Van Oorschot er nog maar mondjesmaat over. “Je ziet dat wel vaker. Ook bij oud-Indiëgangers en mensen uit het verzet. Bij veel van hen kwamen de verhalen ook pas los toen ze het einde van hun leven zagen naderen,” zegt Stoof.

 

Monument 1835 + 1 is gebaseerd op verhalen van nabestaanden van slachtoffers. Het is een donkere ruimte waar met lichteffecten een beeld wordt gecreëerd waarin je de namen van de slachtoffers op water voorbij ziet kabbelen. Door op een knop te drukken, kun je een naam aanklikken en wordt een verhaal verteld over die persoon. Stoof: “We verwachten dat hier nogal wat mensen met natte ogen naar buiten komen.” Op dit moment zijn van honderdvijftig slachtoffers verhalen te beluisteren. De bedoeling is dat het er meer worden, zegt Stoof. “We rekenen erop dat dit nabestaanden en bekenden van andere slachtoffers inspireert om met hun verhaal naar buiten te komen. Dat hoeft dan niet alleen het verhaal te zijn van de ramp zelf, maar ook om wat voor mensen het ging, wat ze deden, hoe ze leefden. Op die manier ontstaat ook een stukje local history.” Het Watersnoodmuseum in Ouwerkerk is in 2001 gesticht en gevestigd in een van de caissons waarmee na de ramp een groot gat in de dijk bij Ouwerkerk werd gedicht. Het museum kan zich volgens Schoof vanaf dag één in een grote publieke belangstelling verheugen. “We hebben sinds de opening al 225.000 bezoekers gehad. Dat kunnen weinig musea van deze omvang ons navertellen,” zegt Schoof niet zonder trots. En dan te bedenken dat het museum nu vier keer zo groot is. In plaats van in één caisson zit het museum nu in alle vier de caissons die bij Ouwerkerk liggen en die ook uitgeroepen zijn tot nationaal monument van de watersnoodramp. Zo’n caisson is ook al een beetje museum van zichzelf. Het zijn van de buitenkant enorme klompen beton, die wel iets weg hebben van militaire bunkers. Het grootste deel van hun hoogte van twintig meter zit onder de grond en was gevuld met zand. Voor de caissons als museum konden worden ingericht, zijn er dan ook ontelbare veel kiepwagens met zand uitgereden.

 

Over de inrichting van het vernieuwde museum, dat afgelopen donderdag door premier Jan Peter Balkenende officieel werd heropend, is goed nagedacht. Elk caisson vertelt zijn eigen verhaal. In caisson 1 vind je de feitelijke geschiedenis van de ramp. De cijfers, de kaarten, de plekken en de tijdstippen waar de dijken doorbraken. Hier is ook te zien dat de ramp geen Zeeuwse ramp was, maar dat ook Engeland en Schotland en België zwaar te lijden hebben gehad van de noordwesterstorm die – in combinatie met springtij – de dijken in Zuid-west-Nederland fataal werd. En je kunt er eindeloos bladeren in albums met duizenden foto’s en leggers met kopieën van knipsels uit meer dan zevenhonderd verschillende kranten met verslagen over de ramp en de hulpverlening. Caisson 2 is er voor de emotie. Hier vind je het eerder beschreven monument 1835 + 1 en hier staan de namen van alle 1835 slachtoffers op een muur gegraveerd. Per plaats en in alfabetische volgorde. “Dat is voor het eerst dat we dit zo doen. Die lijst met namen was er altijd al wel, maar dan in willekeurige volgorde, zodat je moest zoeken en tijd had om je emotie onder controle te krijgen. Nu denken we dat het verwerkingsproces zo ver is dat de mensen het wel aankunnen om in één oogopslag hun overleden familieleden te vinden,” zegt Stoof. In caisson 3 gaat het over de wederopbouw, het herstel van de dijken, het droogmaken van het land en uiteraard het Nederlandse antwoord op de ramp: de Deltawerken en de gevolgen die dat weer heeft gehad voor Zuid-west-Nederland. Je vindt hier ook een voorbeeld van een prefab-woning, zoals die door Zweden, Denemarken en Noorwegen aan ons land werden geschonken. Woningen die we van Stoof per se geen noodwoningen mogen noemen. “Ze waren zo degelijk dat de meeste er nog staan.” In caisson 4 krijgt de bezoeker een kijkje in de toekomst en dan gaat het over aspecten als de stijging van de zeespiegel en de vraag of we nu wel zo goed zijn beschermd tegen overstromingen.

 

“Wat we de mensen hier vooral willen laten zien, is dat ze zelf ook voorbereid moeten zijn. Bijvoorbeeld door na te denken over een vluchtroute. Allerlei oefeningen hebben immers al uitgewezen dat Nederland volstrekt niet is voorbereid op een massale evacuatie. Dat wordt een verkeerschaos van ongekend omvang. In plaats van met zijn allen naar de Brabantse Wal te vluchten, kunnen de Zeeuwen misschien maar beter naar de duinen gaan.”

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

Watersnoodmuseum

 

Het uitgebreide Watersnoodmuseum is gevestigd in vier caissons aan de Weg van de Buitenlandse Pers 5 in Ouwerkerk op Schouwen-Duivenland. Het museum is in de zomermaanden dagelijks geopend van 10.00 tot 17.00 uur, met uitzondering van de maandag. Dan is het museum gesloten. In de periode van 1 november tot 1 april is het museum dagelijks van 13.00 tot 17.00 uur open, behalve op maandag en op eerste kerstdag en nieuwjaarsdag. De entree bedraagt zes euro per persoon.

 

www.watersnoodmuseum.nl

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

De watersnood was ook een Brabantse ramp

 

oude-molen 114

 

Het watersnoodmonument in Heijningen

(Foto: Kees Wittenbols – 24 april 2009)

 

 

De watersnoodramp van 1953 heeft bij mensen die er niet direct bij betrokken waren, de naam een Zeeuwse ramp te zijn. Toch was het even goed een West-Brabantse en Zuid-Hollandse ramp. In Zeeland kostte de ramp aan 864 mensen het leven, Zuid-Holland telde 677 slachtoffers en in West-Brabant waren 247 doden te betreuren. Tot in Hank (6) en Raamsdonksveer (1) toe verdronken mensen. De ergst getroffen dorpen in West-Brabant waren Fijnaart en Heijningen (76 doden), Halsteren (68) en Nieuw-Vossemeer (50). In Klundert kwamen zeventien mensen om, in Steenbergen tien, in Zevenbergen en Dinteloord zeven. Ook in Willemstad (2), Hooge en Lage Zwaluwe (2) en Terheijden (1) zijn mensen verdronken. Maar behalve dat er in West-Brabant zelf overstromingen waren, kwam van hieruit de hulpverlening op gang. Ook hiervan is veel terug te zien in het vernieuwde Watersnoodmuseum in Ouwerkerk.

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

 

25 april 2009

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN