logo (4)

 

Waterstof heeft de toekomst?

 

 

auto

 

 

Vol trots kondigde de gemeente Arnhem drie weken geleden aan, dat de eerste pomp in Nederland waar automobilisten waterstof kunnen tanken, volgend jaar open gaat. Het moet het begin zijn van een glorieuze toekomst voor waterstof.

 

Maar het is nog veel te vroeg te zeggen dat waterstof de brandstof van de toekomst is, zegt Bram Veenhuizen, lector Voertuigmechatronica aan de Hogeschool Arnhem Nijmegen. Hij werkt met zijn studenten en een conglomeraat aan bedrijven aan verbeteringen van de brandstoftechnologie. “Voorlopig is het aandeel van waterstof uiterst beperkt. Over een jaar of tien verwacht ik dat we een stuk verder zijn.” Onderzoekers werken op universiteiten en in testlaboratoria van de grote automerken aan alternatieven voor benzine als belangrijkste brandstof voor voertuigen. De uitdaging waarvoor ze zich gesteld zien, is duidelijk: de olievoorraden zijn eindig. “Niemand weet wanneer zich echt problemen voordoen. We weten niet of de olievoorraden wel zo groot zijn als de oliemaatschappijen ons nu voorspiegelen. Je kunt daar vraagtekens bij zetten,” zegt Jurgen de Haan van het Kenniscentrum Verkeer en Vervoer. “Het zou mij niet verbazen als de olieprijzen in 2015 door dreigende tekorten al sterk gaan stijgen. Dan hebben we het over heel andere prijzen dan 100 dollar per vat.”

 

De brandstof van de toekomst moet vooral schoon zijn. Biobrandstoffen, een dik jaar geleden nog de brandstof van de toekomst, zijn alweer veel minder in trek. Ze bedreigen de voedselvoorziening in de derde wereld. Waterstof geldt nu als het wondermiddel van de toekomst. Of die voorspelling uitkomt, hangt voor een groot deel af van geld, zegt Veenhuizen. Hoe hoger de olieprijs, hoe dringender de noodzaak alternatieven te ontwikkelen. Minstens zo belangrijk: slagen de fabrikanten erin de kosten voor waterstof als autobrandstof te beperken? “Veel componenten zijn nu zo goed als onbetaalbaar. Een opslagtank kost 5.000 euro, een brandstofcelsysteem tussen de 20.000 en 30.000 euro. Die kosten moeten omlaag.” De Haan beschouwt dat als overkomelijke bezwaren. “In het begin waren cd's ook hartstikke duur. Maar op het moment dat je het over massaproductie hebt, over miljoenen auto's in plaats van honderden, zullen de kosten razendsnel dalen.”

 

“In heel Europa leeft de overtuiging dat waterstof eraan komt,” zegt Remco Hoogma van het agentschap SenterNovem, dat voor een aantal ministeries onderzoek doet naar schone brandstoffen. “De twijfels gaan over het wanneer. Daarnaast woedt een discussie over de vraag of het waterstof wordt of dat elektrische auto's de toekomst hebben. Tot dusver stranden die op de opslagcapaciteit van de accu's. Als die technologie verbeterd wordt, hebben elektrische auto's wellicht nog meer toekomst dan die op waterstof.” Veenhuizen waarschuwt ervoor waterstof alleen als een schone brandstof te zien. Waterstof moet met behulp van elektriciteit worden gemaakt. “De kunst is dat op een schone manier te doen, bijvoorbeeld via windenergie of met aardgas of lpg.” De komende tien jaar zal de echte doorbraak van waterstof op zich laten wachten, denkt Veenhuizen. In het buitenland zijn ze wel wat verder. Californië werkt aan een netwerk van 170 tankstations dat over dik twee jaar klaar moet zijn. Ook Duitsland heeft besloten dat er een ‘waterstofsnelweg’ moet komen. Dat is een honderden kilometers lange keten van waterstoftankstations van Berlijn via Hannover en Keulen naar München.

 

Nederlandse overheden richten zich voorlopig op andere schone brandstoffen. Vooral aardgas is populair. Steeds vaker gebruiken ze aanbestedingen in het openbaar vervoer om schonere brandstoffen af te dwingen. Ze eisen dat een vervoerder bussen inzet die niet ouder zijn dan een jaar of zes, dat ze voorzien zijn van de modernste roetfilters of dat ze op aardgas rijden. Vervoersbedrijf Connexxion wedt intussen op verschillende paarden. Het bedrijf werkt mee aan experimenten met hybride bussen, een waterstofbus, biodiesel en zwavelvrije brandstof. Daarnaast investeert Connexxion een miljoen euro in de superbus, het plan van Wubbo Ockels en de TU Delft om een hypermodern elektrisch aangedreven voertuig te ontwikkelen, dat met 250 kilometer per uur over de snelweg kan scheuren en het milieu niettemin minimaal belast. Over tien jaar zou zo'n bus elke zeven seconden kunnen rijden, verwacht Ockels. Bestuursvoorzitter Peter Kortenhorst van Connexxion zou op termijn een groot deel van de wegen willen reserveren voor de bus. “Ik stel me zo voor dat de helft van de rijbanen in Nederland wordt vrijgehouden voor de bus. Hierdoor gaan er meer mensen over hetzelfde baanvak in korte tijd, wordt het milieu minder belast en staan we niet meer allemaal stil.”

 

 

Een bijdrage van Redactie: Breda-en-alles-daaromheen.

 

19 april 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN