Bron: http://www.bndestem.nl/algemeen/binnenland/7067524/We-worden-dom-van-internet.ece

 

We worden dom van internet

 

 

internet (3)

 

 

Het is nog maar kort geleden.

Nicholas Carr ontdekt dat hij niet meer kan lezen.

 

 

De Amerikaanse journalist en blogger heeft het gevoel dat iets of iemand met zijn hersenen knoeit, met de bedrading van zijn brein rommelt, zijn geheugen opnieuw programmeert. Carr denkt niet meer zoals hij dacht. “Niet dat ik mijn verstand verlies, voor zover ik weet, maar het verandert wel.” Carr is zich daarvan het sterkst bewust als hij een boek probeert te lezen. Dat lukt niet meer. Voorheen kon hij zich laten meeslepen door een goed verhaal, nu is hij binnen enkele pagina’s afgeleid. Als Carr snapt wat er aan de hand is, verhuist hij van de stad naar een hut in de bergen van Colorado, sluit zich af van telefoon en internet, stopt met Twitter en Facebook, hangt zijn blog aan de wilgen en schrijft een lang, buitensporig gedocumenteerd en diep doordacht boek. De ironie daarvan is hem niet ontgaan.

 

In The Shallows - What Internet is Doing to our Brains - betoogt Carr dat we dom worden van internet. Elke dag struinen we tientallen websites af, plaatsen we doorlopend berichtjes op Hyves en kijken we elke paar minuten naar onze e-mail. Dat doet iets met ons brein. Enkele decennia geleden dachten wetenschappers nog dat onze hersenen, als we eenmaal volwassen waren, niet meer konden veranderen. Nu weten neurologen en biologen dat ons brein zich wel degelijk aanpast. Heel letterlijk, zelfs. Neuroplasticiteit, heet dat. Simpel gezegd (té simpel): de ene kwab groeit, de andere krimpt. Ongeveer zoals je spieren kunt kweken, train je ook je hersenen. Internet heeft veel goeds gebracht, erkent Carr. Nagenoeg alle informatie is binnen handbereik. Maar het valt te bezien of we alleen maar beter worden van internet. “Technologie geeft en technologie neemt,” zei de Amerikaanse cultuurcriticus Neil Postman al in 1990: “We informeren ons kapot.” Hij vond dat de jeugd naar de knoppen ging van te veel stupide tv. Carr trekt die lijn door, maar heeft meer een medisch argument dan een moreel oordeel.

 

We leven zo intensief met moderne media (kranten, radio, televisie, internet, mobiel internet), dat onze hersenen veranderen. Altijd en overal zijn we voor iedereen en alles bereikbaar. Die overvloed verandert de manier waarop we denken. Dat nieuwe technologie zelden een onverdeelde zegen is, weten we al sinds de Griekse wijsgeer Socrates, die bang was dat we ons geheugen zouden verliezen als we leerden schrijven. En over information overload werd al geklaagd toen rond 1450 de Duitse goudsmid Johannes Gutenberg een oude wijnpers vertimmerde tot drukpers. Al 40 jaar later werden er boeken gedrukt op 110 persen in 60 landen. Kort daarna waren er al 8 miljoen boeken in omloop. Technologie néémt ook. Door de introductie van klokken werd het natuurlijke ritme van de zon en de maan minder belangrijk. En sinds we met behulp van land- en zeekaarten onze weg vinden, oriënteren we ons minder intuïtief. Maar alle veranderingen door de eeuwen heen zijn peanuts vergeleken bij de gevolgen van internet, zegt Carr. Als we online zijn - en dat zijn we bijna allemaal steeds vaker - laten we ons steeds afleiden. We hunkeren zo naar nieuws en informatie, dat we altijd alert zijn. We vliegen van website naar website en worden permanent verleid verder te klikken. We volgen een link. En nog een link. En als we terugkomen bij het artikel dat we lazen, zijn we vergeten waarover het ging. Maar we lezen toch op internet? Op de vraag “hoe lezen mensen op internet,” heeft de Deense webgoeroe Jakob Nielsen, een ontnuchterend antwoord: “ze lezen niet.” We scannen websites, zoals we geen koppen meer lezen, maar ernaar kijken. Waarna we meteen doorzappen naar onderaan de pagina. Anders dan je zou denken, is dit geen ongewenste bijwerking van internet. Het is zo ontworpen. Internet is van afleiding gemaakt.

 

Google heeft op dat nerveuze zappen een miljardenimperium gebouwd, het grootste mediabedrijf ter wereld. De zoekmachine wil dat we verder klikken, hoe meer hoe beter. Daarom krijg je op elke zoekvraag binnen 0,3 seconde antwoord. Al die kliks leveren Google kennis op, over wat we doen, wat we willen weten, wie we zijn. Kennis waarvoor adverteerders betalen. “Als we internet opgaan,” schrijft Carr in zijn boek, “gaan we een omgeving binnen die diagonaal lezen, onzorgvuldig denken en oppervlakkig leren stimuleert. Het is mogelijk diep te denken terwijl je op internet zit, zoals je ook oppervlakkig kunt denken terwijl je een boek leest. Maar dat is niet het soort denken dat de technologie aanmoedigt en beloont.” We worden, kortom, oppervlakkig. We kunnen alles weten, maar weten van heel veel bar weinig. Dat wordt steeds erger. Ons kortetermijngeheugen wordt zodanig overvoerd met informatie dat we minder opslaan in ons langetermijngeheugen. Internet is het medium van vergeetachtigheid. Misschien voelen we ons wel slimmer, we zijn het niet.

 

Nicholas Carr – The Shallows.

Het boek verschijnt later dit jaar in Nederlandse vertaling bij Maven.

 

www.mavenpublishing.nl

 

 

 

2 augustus 2010

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN