image005

 

Weinig muizen, weinig uilskuikens

 

 

kerkuil

 

Een volwassen kerkuil.

 

 

 

PRINSENBEEK - Het spinnenweb voor het gat in de wand van de oude schuur zegt genoeg.

 

 

Geen kerkuilen dit jaar. Vorig jaar vloog er nog wel een paartje af en aan om de jongen met muizenhapjes groot te brengen. Dit jaar is er geen uil, laat staan een uilskuiken, te zien in of rond de monumentale schuur aan de Brielsedreef in Prinsenbeek. Ook ‘uilenballen’ - het braaksel met onverteerbare botjes en haartjes dat de aanwezigheid van deze mysterieuze nachtvogels doorgaans verraadt - zijn nergens te bekennen. De vogels hebben de uilenkast in de nok van de schuur dit jaar links laten liggen. En niet alleen hier, zo lijkt een eerste inventarisatie van de 140 door de Westbrabantse Vogelwerkgroep bij boeren en buitenlui geplaatste uilenkasten uit te wijzen. Waren deze kasten de afgelopen jaren nog goed voor recordaantallen jonge kerkuilen, 2008 lijkt een forse dip in de statistieken op te leveren.

 

Bredanaar Jan Broekman, die samen met stadgenoot Cor van der Lee al die kasten jaarlijks minstens één keer controleert, heeft tot nu toe pas in twee van de tien geïnspecteerde kasten jongen aangetroffen. Een daarvan hangt hoog aan een balk van een andere oude schuur aan de Brielsedreef. Broekman treft er slechts twee jongen in aan, waarvan er een al kort na het uitkomen dood is gegaan. En het andere jong zit er evenmin levenslustig bij. “Maar dat zegt niet zoveel hoor, want jonge uiltjes zien er altijd wel wat ieletjes uit,” stelt Broekman gerust. In de andere ‘bewoonde’ kast telt hij vijf jongen, voor kerkuilen een normale gezinssamenstelling.

 

De magere uitkomsten van deze eerste telling verontrust Broekman niet. “Nee hoor, er is nog geen reden voor ongerustheid, want we hebben nog meer dan honderd kasten te controleren. En ook al wordt het toch een slecht jaar voor de uilen, het hoort er gewoon bij. Zo werkt de natuur nu eenmaal: de ene keer is er sprake van een topjaar, het volgende jaar word je geconfronteerd met een terugval. En het heeft altijd te maken met het voedselaanbod. Het aantal muizen is dit jaar gewoon een stuk lager dan in voorgaande jaren. Volgend jaar zijn het er misschien weer meer.” Weinig muizen, weinig uilskuikens dus. En er is volgens Broekman ook al geen reden voor pessimisme, omdat het kerkuilenbestand inmiddels tegen een stootje kan. Twintig jaar geleden werden in heel Brabant nog maar 49 paartjes kerkuilen geteld. Maar mede dankzij de plaatsing van kasten is dat aantal sindsdien toegenomen tot 298 in 2007, waarvan 23 in het werkgebied van de Westbrabantse Vogelwerkgroep.

 

 

Zie ook: Prinsenbeek in beeld

 

 

Een bijdrage van Redactie: Breda-en-alles-daaromheen.

 

4 juni 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN