BN-DeStem

 

West-Brabant kent ook zijn

klieren in de wijk

 

 

klieren

 

Jongerengroepen vormen een serieus probleem en dat vraagt een serieuze benadering.

Dat vinden ze niet alleen in de stad, maar ook in de dorpen in West-Brabant.

 

 

In beeld bij justitie in heel Nederland in 2007:

95 criminele groepen; 350 overlastgroepen; 1380 hinderlijke groepen.

 

In Midden- en West-Brabant:

4 criminele groepen: één in Roosendaal, één in Etten-Leur

en twee in Waalwijk/Loon op Zand; 12 overlastgroepen; 48 hinderlijke groepen.

 

 

De manier van indelen (hinderlijk, overlast, crimineel) is bedacht door de Advies- en Onderzoeksgroep Beke en wordt algemeen gebruikt. Oei, het aantal jeugdgroepen dat voor problemen zorgt, neemt toe. In den lande en ook in West-Brabant. Maar gelukkig zitten politie, gemeenten en jongerenwerkers er bovenop. Ze kennen het probleem en werken hard aan de bestrijding ervan. Dat is althans de strekking van de reacties na een uitzending van RTL Nieuws over het onderwerp deze week.

 

Landelijk heeft de politie 1800 jongerengeroepen ‘in beeld.’ Dat wil zeggen: alle politieregio's hebben lijsten met namen van lastige jongeren. Die lastigheid kent drie gradaties, oplopend in ernst: hinderlijk gedrag (zoals vernielingen), overlastgevend gedrag (waaronder geweld) en crimineel gedrag (overvallen, inbraken, afpersing, drugshandel). Volgens de Raad van Hoofdcommissarissen zijn er ‘honderden’ agenten nodig om al die groepen aan te pakken. Maar die zijn er niet en dus is de politie niet in staat al die problematische groepen aan te pakken, terwijl er daarnaast ook nog een onbekend aantal groepen ‘gewone’ hangjongeren is. Ook de politie van West-Brabant moet ‘prioriteiten stellen,’ zoals dat in beleidstermen altijd heet. Maar soms kan ‘slim plannen’ veel resultaat opleveren, zegt woordvoerder Willem van Hooijdonk. Hij verwijst naar het project Streetwise in Roosendaal, dat vorig jaar werd opgezet naar aanleiding van overlastklachten in de wijk Westrand. Binnen dat project worden steeds zeven politiemensen ingezet, van wie er twee bij de overlastgroep blijven en vijf de wijk intrekken. Zo'n team ziet niks door de vingers en deelt meteen bekeuringen uit voor allerlei kleine vergrijpen, bijvoorbeeld vijftig euro voor het ‘hangen’ in een portiek. Zo ontstaat het beeld van ‘totale controle’ en volgens de politie werkt dat goed. In no time worden tijdens zo'n actie de grootste raddraaiers aangehouden. Daar is de aanpak van de politie in geval van jeugdgroepen ook op gericht, zegt Van Hooijdonk. “We streven ernaar die groepen zo snel mogelijk uit elkaar te laten vallen: de meelopers eruit lichten en zo criminele carrières voorkomen. Over de recherche-technische benadering kan ik niet uitwijden, maar de wijk- of jeugdagent is daar de aanjager voor. Daarnaast werken we ook samen met gemeenten en het Veiligheidshuis.”

 

De meeste jongerengroepen bestaan uit vijftien tot 25 jongeren, meestal groepen waarin de Marokkaanse Nederlanders oververtegenwoordigd zijn. De samenstelling van de groepen wisselt meestal snel. Sommigen jongeren zitten er twee jaar bij, anderen zijn na twee maanden alweer foetsie. Het meedoen met zo'n groep heeft te maken met ‘ergens bij willen horen,’ vertelt Ro Kartodirdjo, manager van het Veiligheidshuis in Breda. “Sommige jongeren hebben moeite met de aansluiting bij leeftijdgenoten op school. Bijvoorbeeld vanwege problemen thuis of door cultuurverschillen. Deze jongeren melden zich niet aan bij een vereniging, maar zoeken elkaar op. Op straat. Als het om jongeren gaat die zich als individu afgewezen voelen door de maatschappij, kan boosheid ontstaan en dan heb je de kiem voor agressief gedrag.” Hoewel niet tot de vier criminele groepen in West-Brabant behorend, kent Breda wel een problematische jongerengroep in een deel van de wijk Geeren-Noord. De groep bestond vorig jaar uit zo'n dertien Marokkaanse jongens, maar na de inzet van ondermeer straatcoaches en buurtvaders slonk de groep tot een man of drie, vier. Sinds kort is de groep toch weer aan het aangroeien, zegt Frank Ewals, gemeentelijk veiligheidsregisseur in Breda-Noord, die benadrukt dat het hier niet om een bende gaat. “Een paar van hen hebben wel vastgezeten wegens beroving, maar de rest is niet crimineel. Het zijn de klieren in de wijk.” De overlast bestaat vooral uit rondscheuren, lawaai maken, brutaal gedrag, mensen beledigen. “Daardoor voelen sommige mensen zich bang, maar ik denk dat er belangrijke slagen gemaakt zijn. Het gaat erom snel in te grijpen. Dat betekent de ouders erbij betrekken en zo escalatie voorkomen.”

 

Jongerengroepen vormen een serieus probleem en dat vraagt een serieuze benadering. Dat vinden ze niet alleen in de stad, maar ook in de dorpen. In Halsteren zijn er bijvoorbeeld tien plekken waar jongens en meiden vanuit alle windhoeken op gezette tijden samenscholen. Op drie wordt ‘wel eens’ overlast ervaren, zegt Ad van de Vrede, manager agogisch werk. “Brommertjes en auto's die geluid maken. Dat soort dingen. De Stichting Welzijn fungeert vaak als bemiddelaar. Het voordeel van een dorp is dat je iedereen kent.” Onlangs was er overleg met zo'n hanggroep. De 19-jarige Jeffrey Deusing was erbij. “Soms bellen ze al naar de politie als we aan komen rijden,” zegt hij. “Uit voorzorg. Daar begrijp ik niks van. Sommige mensen willen ook zelf actie ondernemen tegen ons. Maar wij zijn gewoon een gezellige vriendenclub die op straat een colaatje drinken.”

 

 

 

-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-o-

 

 

“De angst is groter dan die in het echt hoeft te zijn”

 

 

BREDA - Inmiddels groeit er nieuw gras in de diepe

bandensporen in de Cornelis Florisstraat in Breda.

 

 

Volgens buurtbewoonster Sandra* parkeerden er tot een maand of twee geleden regelmatig Marokkaanse hangjongeren hun auto's en scooters. De voetbalkooi ernaast, tegenover de basisschool, diende als hangplek. Sandra voelde zich geïntimideerd door de groep: ze dreigden haar dochter te ‘pakken.’ Ook moesten de ruiten van de basisschool het geregeld ontgelden en werd het dak van de nabijgelegen auto's gebruikt als ‘hangplek.’ Volgens de buurtbewoonster is de overlast de laatste maanden wel minder geworden. Sinds kort zijn er bij de voetbalkooi camera's geplaatst en komen ‘buurtvaders’ geregeld een kijkje nemen.

 

Volgens ‘rondhanger’ Hassan Lammou (23) valt het allemaal wel mee met de overlast. Zelf was hij vroeger ook veel op straat. “Buurtbewoners stoken elkaar vaak op,” zegt hij. “De angst voor de groep is groter dan die in werkelijkheid hoeft te zijn.” Hij begrijpt dat sommige buurtbewoners zich geïntimideerd voelen door de hangjongeren, maar dat is volgens hem helemaal niet nodig. “Als mensen ergens problemen mee hebben, kunnen ze dat op een gewone manier tegen de jongeren zeggen,” zegt hij. “Vaak gaan ze dan weg, of zorgen ze dat ze minder nadrukkelijk aanwezig zijn.” Rick Kraamer werkt in buurthuis Geeren-Zuid. Ook hij vindt het meevallen met de overlast. “Mensen voelen zich snel bedreigd. Een hele buurt krijgt soms een slechte naam door een klein groepje dat problemen veroorzaakt. Maar de echte probleemjongeren zul je bij ons niet binnen zien.”

 

*Sandra is een bedachte naam.

 

 

29 oktober 2008

 

Home

 

 

 

 

 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 



 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 

stats count


 

BREDA-EN-ALLES-DAAROMHEEN